Wat als je helemaal klaar bent met het neoliberalisme van de VVD?
De tirannie van verdienste en neoliberalisme

Ik ben helemaal klaar met het neoliberalisme. De VVD legde het de afgelopen decennia als een koude deken over Nederland. Maar de VVD stond daar niet alleen in. CDA droeg daar uitdrukkelijk aan bij. En ook de PvdA beleed een – weliswaar milde – vorm van neoliberalisme.

Complottheorieën

Voordat je me nu in het verkeerde hokje plaatst: ik moet helemaal niets hebben van Geert, Thierry en dat soort gespuis. En ik voel me al helemaal ongemakkelijk als ik in mijn directe omgeving met complottheorieën te maken krijg. Voorheen weldenkende mensen geloven er ineens in dat Gates kwaad wil en dat er embryo’s in vaccins worden gestopt. Anne Applebaum doet in De schemering van de democratie uit de doeken welke onzin daarvoor rondgepompt moet worden. Via trollennetwerken en andere vage sites belandt er een hoop vuil op onze netvliezen. Nee. Daar wil ik niet aan meedoen. En zelfs in de verste uithoeken van m’n zijn is er niets dat aanslaat bij deze verhalen.

Socialisme

Maar wat dan wel? Want zoals ik hierboven al zei: Een PvdA lijkt al jaren overgoten met het zelfde sop. Rechts van het huidige midden lijkt het allemaal één pot nat. En ook Lodewijk Ascher – hoe sympathiek ik hem ook vind – heeft niet gezien dat het fout ging bij de Belastingdienst. We weten het ondertussen allemaal: De PvdA is allang de partij van de arbeiders niet meer. Het zijn intellectuelen die denken arbeiders te kunnen vertegenwoordigen. Maar ze zijn het zelf nooit geweest (Wim Kok uitgezonderd, want zelfs vadertje Drees was gepromoveerd). Laat ik het maar zeggen zoals het is: in Nederland voel ik me politiek eigenlijk nergens thuis. Toch herken ik veel in het socialisme dat Tony Judt in Het land is moe beschrijft; socialisme als gelijkwaardige medemenselijkheid.

De tirannie van verdienste

Ik was blij dat ik afgelopen periode het boek De tirannie van verdienste van Michael J. Sandel las. Sandel benoemt wat al jaren in mijn hoofd broedde, maar nooit echt vaste vorm wist aan te nemen. We leven in een land (in een wereld), waarin geld beter loont dan werk. We leven in een land waar intellectuelen voorrang hebben boven arbeiders; omdat intellectuelen denken dat ze dat verdiend hebben. Maar ongewild diskwalificeren intellectuelen daarmee de anderen die toevallig minder verstand hebben gekregen dan zij. Nu ja: IQ-verstand, want sociaal IQ bezitten die intellectuelen natuurlijk in gelijke mate als iedereen. Over het algemeen verdient een intellectueel meer dan iemand die niet heeft gestudeerd. Is dat wel redelijk? Dat is de kromme terreur van verdienste. Want IQ verdien je niet. Die heb je ontvangen.

Populisme

Sandel oriënteert zich op de situatie in Amerika. Nederland valt hierbij in meerdere opzichten in het niet. De Amerikaanse droom – van een dubbeltje kun je een dollar worden – is nergens zo onwaar als in Amerika zelf. Tony Judt toonde dat al aan: sociale mobiliteit is nergens zo laag als in Amerika. In Nederland is die mobiliteit hoger en is de toegang tot universiteiten en hogescholen opener dan in Amerika. Maar ook hier geldt dat je thuis en op de universiteit hard moet knokken om te overleven; als je begint met een achterstand. En dat is waar volgens Sandel het populisme om de hoek komt kijken. Het volk voelt dat aan en gelooft niet meer in de droom die door de elite wordt gepredikt.

Hun banen staan op de tocht, hun werk wordt niet gewaardeerd en populisten spelen hierop in. Zij kanaliseren de onvrede door die op andere bevolkingsgroepen te projecteren; op Marokkanen, homo’s of immigranten. Maar voor je het weet beweeg je naar de verkeerde kant van de geschiedenis. Van de Beek wijst in Te veel gevraagd? op het verleden waarin moslimhaat vaker omsloeg in antisemitisme. Populisten wijzen zonder gêne zondebokken aan en René Girard heeft in De zondebok aangetoond wat er dan mis kan gaan.

Wat is het alternatief voor verdienste en neoliberalisme?

De macht van geld en status is na de Tweede Wereldoorlog vervangen door de macht van kennis en intellect. Maar meer dan stuivertje wisselen is het niet geweest. Want of je nu geboren wordt in een kasteel of met verstand in je kop: het is volstrekte willekeur. Maar hoe dan wel?

In zoveel woorden zegt Sandel dat intellectuelen er goed aan doen om te leven vanuit het besef dat verstand een geschenk is. Daar kun je geen rechten aan ontlenen.

Ten tweede – en hier komt het neoliberalisme in beeld – mag de moraal van de alles oplossende markt overboord. Die lijkt neutraal, maar heeft alle solidariteit dood geslagen. Als socialistische intellectuelen werkelijk bij willen dragen aan een gelijkwaardige wereld, zouden ze arbeid moeten belonen. In het afgelopen jaar bleek het wonderwel ook ineens mogelijk; om niet te investeren in bijstand – zoals in Amerika – maar in behoud van werk.

Ten derde mag winst op geld best zwaarder worden belast. Niemand is erbij gebaat als negatief risico van belastinggeld (van de werkenden) wordt betaald. Banken en investeerders hebben die risico’s genomen en moeten daar ook voor opdraaien. Sandel toont aan dat banken met hun virtuele producten tegenwoordig geld aan de reële economie onttrekken. Banken – is zijn idee – moeten worden beloond als ze investeren in innovatie van de reële economie. En ze moeten worden gestraft als ze risicovolle producten ontwikkelen om virtueel geld te vermeerderen.

Ik ben helemaal klaar met het neoliberalisme

In wisselende samenstellingen hebben CDA, VVD en PvdA een koude deken van ieder-voor-zich over Nederland uitgerold. Balkenende – en hij bedoelde het waarschijnlijk goed – riep op tot het nemen van verantwoordelijkheid. Vandaag zegt Rutte dat nog steeds, maar als je die verantwoordelijkheid onverhoopt niet (meer) kunt nemen, kun je tegenwoordig stikken. Deze partijen hebben de focus van verantwoordelijkheid verlegd van gemeenschappen naar individuen. En bijna iedereen die het verstand mist om aan een universiteit of hogeschool te kunnen studeren, trekt altijd aan het kortste eind.

Het debâcle van het neoliberalisme

Langzaamaan begint zelfs de VVD van Rutte te beseffen dat de markt niet alles oplost. In tijden van Corona wordt zichtbaar dat de markt helemaal niets oplost. Ja: de rijken worden steeds rijker en de armen relatief steeds armer. Maar dat is niet de reden voor de VVD (en het CDA) om het neoliberalisme van de afgelopen jaren te willen nuanceren. De reden is overduidelijk dat de markt COVID19/20 niet opruimt. Het volk heeft 40 jaar onder neoliberalisme gezucht. En het zegt nu dat het vrij is om zelf te beschikken over eigen lot; waarbij ze te vaak uit het oog verliezen dat hun eigen lot is verbonden met dat van alle anderen.

Hoe verder?

Iedereen heeft recht op waardering voor de bijdrage die hij of zij levert aan de maatschappij. Als intellect leidend blijft voor succes, onthouden we de anderen daarmee een waardigheid die zij nodig hebben om energiek bij te kunnen dragen aan de gemeenschappen waar zij onderdeel van zijn.

De eerste christelijke gemeente leefde samen (lees Handelingen 2 : 43 – 47). Let wel: ik ben geen conservatieve revisionist. Maar hoe zouden we die gelijkwaardigheid vandaag handen en voeten kunnen geven? Dan zullen we in dit land (in deze wereld) morele besluiten moeten nemen; over wat we willen belonen en wat we af willen straffen.

Geld moet worden belast, tenzij het op eigen initiatief wordt gedeeld waardoor het kan bijdragen aan gemeenschap en solidariteit.

De druk moet van het werk. Waarom werken we zo hard? van Govert Buijs is wat dat betreft een aanrader.

En werk moet beter worden beloond, zodat er ruimte komt om bij te kunnen dragen aan waardevolle gemeenschappen. De coalitie tussen de terreur van verdienste en neoliberalisme heeft lang genoeg geduurd.

Gemeenschap vs. markt

In die situatie hadden Nederlanders zich geen zand in de ogen laten strooien door lieden als Baudet, Rutte of Trump. Dan zouden ze hun verantwoordelijkheid nemen voor hun naaste en niet massaal de randen van de corona-regels opzoeken. Gemeenschap heeft veel meer intrinsiek oplossend vermogen dan de markt, omdat deelnemers in die gemeenschap elkaar op het oog hebben. Ik pleit met andere woorden voor een christelijk socialisme waarin we problemen samen op kunnen lossen; omdat we er samen met anderen en met God de ruimte voor voelen. Rutte en De Jonge zouden hun dreigende (en verontwaardigde) taal achterwege kunnen laten. En ze zouden niet meer vanuit angst hoeven te re(a)geren.

Het kan, maar dan moet het roer radicaler om dan nu lijkt te gebeuren. Ik bid en werk in de hoop dat het tij zich toch ten goede keert.

Dit bericht werd op 28 december 2020 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Boeken

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken