László Nemes - Son of SaulBegin vorige week zag ik bij Eye in Amsterdam samen met een vriend ‘Son of Saul’ (‘Saul Fia’); een film over de hel van Auschwitz. Tijdens het nuttigen van een voortreffelijke risotto met bier vooraf en een goede witte Pinot tijdens het diner bespraken we onder andere wat we van de film verwachtten. Hoewel ik niet bang ben aangelegd en al veel heb gezien was ik na bier en wijn toch een beetje huiverig hoe de beelden bij me binnen zouden komen. Ik had al veel over de film gelezen en de algehele tendens van de recensies en artikelen was dat het een vreselijke heftige film betrof. Heel even dacht ik terug aan de film ‘Amistad‘ (een prachtige film van Steven Spielberg) die ik samen met een andere vriend in die zelfde stad zag in Tuschinski (ik moest toen nog vader worden). Ik herinner me nog steeds de sterke neiging van toen om te kokhalzen toen in die film tientallen slaven aan een touw met grote steen overboord werden gezet. Begin deze week sprak ik tijdens het eten de hoop uit dat het deze keer niet zover zou komen.

Zover kwam het ook niet, maar de impact was groter. Toen we de filmzaal na volledige aftiteling in stilte hadden verlaten, was het enige dat we erover kwijt wilden dat we het er nu niet over wilden hebben en ik voelde een sterke behoefte aan sterke drank. De film raakte me zo intens en die eerste indruk bleek zo onzegbaar vreselijk…

Son of Saul‘ is een film over Saul die er al maanden als onderdeel van een Sonderkommando in Auschwitz op heeft zitten. Inderdaad: het Sonderkommando, waar Tadeusz Borowski zijn aangrijpende ‘This Way for the Gas, Ladies and Gentlemen‘ over schreef; waarna hij zelfmoord pleegde omdat hij de herinneringen niet van zich afgeschreven kreeg. Inderdaad: het Sonderkommando dat zelf zweepslagen kreeg om de zojuist gearriveerde Joden te begeleiden naar de gaskamers en daarna de opdracht kreeg om alles grondig op te ruimen en te verbranden. László Nemes gunt ons met zijn film een blik in de hel van wat we tegenwoordig onder één woord samenvatten met ‘Auschwitz’ en nog steeds krijgen we slechts een vaag vermoeden van wat daar gebeurd moet zijn.

Lees verder »

Dit bericht werd op 27 maart 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Film

Chang-dong Lee - PoetryEn opnieuw was het Willem Jan Otten die me op het spoor bracht van een mooie film (soms blijven z’n aanraders even liggen, maar vroeg of laat komt het er toch van. Hij schreef zijn verhaal over ‘Poetry‘ in Trouw – Letter & Geest van 31 januari 2015).

Het voelt als gluren naar een andere cultuur; kijken naar een film over het leven van een vrouw van 66 in Zuid-Korea. Er gebeuren dingen die je vanuit onze cultuur niet kunt en ook niet wilt plaatsen. Dat werkt vervreemdend, maar tegelijkertijd is het verhaal zo universeel dat je blijft kijken. Je wilt weten hoe het eindigt, maar ergens voel je dat het niet goed af kan lopen. En dat laatste blijkt dan niet te kloppen; gelukkig… Hoewel: zo’n open einde heb ik nog niet vaak aan een film gezien. Het kan vanaf het einde nog alle kanten op.

In de film volgen we Mija; soms tot op de huid; als ze zich letterlijk uitkleedt of verregend naar een leeg blaadje zonder gedicht staart en daarna rillend van de kou in een bus stapt. Je probeert mee te voelen wat ze moet voelen. Je ervaart hoe Alzheimer zich nestelt in haar hersens. Je voelt je met haar machteloos als ze toeziet hoe haar kleinzoon zich wentelt in nutteloze TV-beelden; terwijl je met haar weet dat die jongen een meisje op school heeft verkracht.

Lees verder »

Dit bericht werd op 21 februari 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Film

Willem Jan Otten - Een man van horen zeggenIk heb vaker gelezen over voortleven na je dood; in betere varianten bij Alice Sebold (‘The Lovely Bones‘) en Sartre (‘De teerling is geworpen‘); in een heel slechte variant bij Leon de Winter (‘VSV‘). Maar zoals Willem Jan Otten het in ‘Een man van horen zeggen’ aanpakt, heb ik het nog niemand zien doen: geniaal!

De man van horen zeggen is dood, ooit heette hij Legrand en alleen als anderen zich bewust worden van zijn leven en/of van zijn er niet meer zijn wordt hij zich bewust van het bestaan dat hij ooit aan den lijve ervoer, maar nu alleen nog maar in herinneringen van anderen (en daardoor van zichzelf) terug kan halen. Bij sterven is alles behalve zijn geheugen afgestorven. Zien kan hij niet meer. Hij weet dus niet hoe degenen die zich hem herinneren er tegenwoordig uitzien; alleen maar hoe ze er uitzagen toen hij nog leefde. En zoals dat vaker gaat; als je het moet hebben van herinneringen die anderen aan je hebben nemen die herinneringen af. Legrand sterft met andere woorden een langzame tweede dood, maar heeft er vrede mee.

Na zijn dood heeft hij de regie over zijn herinneringen overigens al uit handen moeten geven. In leven dagdromend kun je ingrijpen in een gedachtestroom. Dat gaat niet als je voort moet leven in de herinneringen van anderen. Hun herinneringen bepalen wat je jezelf wel en niet herinnert van wie je was; ooit.

Willem Jan Otten gebruikt overigens één van de mooiste openingszinnen die ik ooit gelezen heb: “Morgen zou ik vijfenzestig geworden zijn‘. Je zit er meteen middenin. Zou hij geworden zijn? Dat kun je alleen maar ‘denken’ als je al dood bent. Bij leven zeg je hoogstens over jezelf dat je hoopt 65 te worden; morgen. Taal is zeg maar Ottens ding; prachtig gestileerd en nooit betrap je hem op een fout.

Vanuit het leven heb ik me wel eens in het tweede leven van een dode ingeleefd. Een paar weken geleden overleed iemand die ik ooit van wat dichterbij had meegemaakt. Onderweg naar m’n werk op de fiets leefde ik mezelf in hem in en ik besefte dat de dode ander nooit meer zou zien wat ik zag; nooit meer zou voelen wat ik voelde; nooit meer zou ruiken wat ik op dat moment rook. En dat is precies wat Willem Jan Otten met zijn taal en verhaal wakker bij je maakt; dat zintuigen hopeloos eindig zijn, maar dat je in de herinnering van anderen nog een hele tijd verder leeft. En ergens diep van binnen hoop je dat de ander inderdaad verder leeft; als jij aan hem of haar denkt. Een paar jaar geleden thematiseerde Otten dat in Trouw nog eens nadrukkelijk (in de serie ‘Tijdeigen‘; in zijn essay ‘Leven de doden nog‘).

Net als toen (in 2009) heb ik tijdens het lezen van dit boek een aantal keren teruggedacht aan de momenten die ik doorbracht aan het graf van Nikkie. Afgelopen week stond ik er opnieuw. Er waren er blijkbaar meer die aan hem hadden gedacht, want ondertussen lag er een echte grafsteen op zijn graf; voor hem en voor zijn moeder. ’t Zou toch geweldig zijn, dacht ik opnieuw, als Nikkie niet alleen in mijn gedachten (en die van anderen) verder leeft, maar daardoor telkens opnieuw beseft geliefd te zijn geweest… Ondertussen dacht ik iets verder dan toen (in 2009 was het ook allemaal nog zo vers): dat het maar een half leven is om te moeten leven van de gedachten van anderen; die zelf ook weer sterven. Nikkie leefde vanuit de belofte dat hij een nieuw leven zou mogen beginnen; in de nabijheid van God. En dat is – lijkt mij – een beter leven dan ik hem al herinnerend ooit zal kunnen geven.

Dit bericht werd op 3 mei 2015 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Boeken

Willem Jan Otten - BraambosAls ik nog eens door al die 200 blogs van de afgelopen jaren heenblader, valt me één ding op: dat ik veel, heel veel van Willem Jan Otten gelezen heb en veel over hem geschreven heb, maar dat ik nog nooit een blog heb besteed aan een boek van Otten. Dat moest veranderen, vond ik, en dus las ik dit weekend ‘Braambos‘, een toneelstuk van Willem Jan Otten. En dat was een verwarrende leeservaring.

Een toneelstuk is – zul je zeggen – ook niet bedoeld om te lezen, maar om naar te kijken en om naar te luisteren. Daar is het inderdaad voor bedoeld, maar in die vorm kan in weinig woorden veel meer worden gezegd; blijkt.

De eerste verwarring ontstond bij de eerste vloek. Otten is christen, maar ik raakte de tel kwijt; met de vloeken. Ik durf er niet goed over te oordelen, maar had het zonder gekund? Ja; natuurlijk. Was het nodig? Dat weet ik niet. Ik zou het zonder hebben gekund, maar dan had ik niet in staat geweest om het zo op papier te zetten als Willem Jan Otten het nu heeft gedaan.

Otten heeft wat met grote schilderijen (zie bijvoorbeeld zijn ‘Specht en zoon‘). Alle grote thema’s komen langs: ouderdom, de relatie tussen ouders en hun kinderen, de dood, plaatsvervanging, verlossing, sex, wijsheid en dus ook kunst. Dat kunstwerk vervult een rol in de ontknoping. Ik weet niet of ik het goed interpreteer, maar plaatsvervanging is niet uit te beelden en als je zelf een poging waagt, loopt het dood in ellende, verdriet en machteloosheid.

Ondertussen werkt het verwarrend dat een verlosser als dader van alle ellende wordt afgebeeld (hoewel later ongedaan gemaakt) en dat degene die plaats vervangt (de zus, Guusje) zich niet tot één en dezelfde rol kan beperken; altijd iemand anders wil zijn. En dan is er toch het braambos waarin dit alles plaatsvindt. Bijbels gezien moet dat refereren aan de plek waarin God Zich openbaart als Degene Die was, Die is en Die zal zijn, maar als er iets is dat overeen komt met deze brandende braambos (die niet verteert), dan is het wel dat God als aanwezige afwezig en ongrijpbaar is.

En daar dringt een verwarrende glimp van herkenning op. Af en toe laat God zich heel even aanraken of ervaren; is mijn ervaring. Twee weken geleden was dat nog, toen ik in gebed in de kerk bij mezelf verzuchte: “Was er nu maar eens iemand die een arm op m’n schouder zou leggen”; en Iemand juist op dat moment zich heel even om mij bekommerde en een hand op mijn schouder legde. Die momenten koester ik om de lange godloze periodes door te kunnen komen. Niet dat die periodes werkelijk godloos zijn – geloof ik – maar ik ervaar er in 99% van mijn leven niets van.

Terug naar ‘Braambos’; terug naar Willem Jan Otten. De godvolle momenten maken in het licht van ‘Braambos‘ zichtbaar dat ik een gezegend mens ben. Dank je Willem Jan. Misschien ben ik niet je grootste fan, maar ik bewonder wat je schrijft. Je brengt me telkens weer tot waardevolle momenten in een godloze tijd, waarin toch altijd weer kleine glimpjes van de humor van God lijken door te dringen.

Dit bericht werd op 19 april 2015 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Boeken, Toneelstuk

Nina Hagen - BekentenissenIn haar autobiografie ‘Bekentenissen‘ beschrijft Nina Hagen hoe zij tijdens een LSD-trip Jezus ontmoette en hoe ze daar niet meer omheen kon; om de bemoeienis van God met haar kleine leventjes; waarna ze zich liet dopen.

Zo’n bekentenis herinnert me aan een ander moment; toen God Zich aan mij openbaarde; in mijn ziekenhuisbed. Ik maakte ook een trip. Omdat m’n ruggeprik na een forse buikoperatie verstopt was geraakt, mocht ik mezelf maximaal eens per minuut een klein shot morfine toedienen. Ik keek elke seconde weg, want ik verging van de pijn. Ik moet dan ook ver heen zijn geweest, toen ik een hand op mijn buik voelde die me voorzichtig aanraakte; die daarna verdween. En ik voelde: hier verdwijnt iemand die ik m’n hele leven dichtbij me zou willen hebben. Een ervaring noem je dat. Vervormd? Ja, vast. Maar ik heb nog steeds niet het lef om te ontkennen dat het gebeurde. Want na die handen had ik geen shot morfine meer nodig; niet één. De pijn was verdwenen en ik wist: God was hier of hij heeft me letterlijk een engel gestuurd; met de persoonlijke opdracht om mij ter plekke te genezen.

Gisterenavond was Stefan Paas in Delft. En napeinzend over zijn betoog en de daarop volgende discussie drong deze ervaring zich sterk aan mij op. Waarom?

Omdat ik met een bepaalde verwachting naar die avond toe was gegaan; laat ik wel eerlijk blijven. Ik dacht in Paas met een rasechte apologeet te maken te hebben. Tijdens de eerste twintig minuten werd ik bevestigd in dat beeld. Paas filosofeerde er in zijn inleiding namelijk driftig op los; over het onderscheid tussen zijn en bestaan. En tot mijn verbazing meen ik me zelfs te herinneren (maar misschien wilde ik dat horen) dat hij op enig moment zei dat God in die taal helemaal niet bestaat; hoogstens is; zoals Hij Zich openbaarde aan Mozes bijvoorbeeld. Heeft Mozes eindelijk een ontmoeting van de Onzegbare, openbaart Hij zich als de ‘Ik ben’!

Lees verder »

Dit bericht werd op 1 december 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Column

Tom Wright - Verrast door hoopIn onze gemeente lezen we voor een studiekring in etappes ‘Verrast door hoop‘ van Tom Wright:

  1. Avond 1: Verkenning – Wat is hoop?
  2. Avond 2: Wanneer en hoe – Wanneer komt God’s Koninkrijk?
  3. Avond 3: De toekomst begint vandaag.
  4. Avond 4: Wat betekent die hoop voor vandaag?

Komende woensdag leggen we het derde deel van dit boek naast een boek van Alain de Botton. Want is het wel zo bijzonder wat Wright schrijft? Zou het ook zonder God kunnen; die hoop van Hem? De Botton zegt dat het kan, maar hoe houdbaar is dat? En wat maakt het verhaal van Wright nou zo bijzonder dat het verhaal van De Botton overbodig maakt?

Het gnosticisme – is de stelling van Wright – is door onze cultuur heen gesijpeld en dat stopt niet; bij de kerkdeuren niet; zelfs niet in de meeste vertalingen van de Bijbel. Het lichamelijke wordt gezien als inferieur. Uiteindelijk zou ons lichaam volgens het gnosticisme niet meer zijn dan het transferium naar een hiernamaals, waarin het geestelijke eindelijk is bevrijd uit de beknelling van het lichaam; dat alleen maar in de weg zat. Maar als je de onderliggende grondtekst in het Grieks goed leest, gaat het in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde niet om de ‘eeuwige’ tegenstelling tussen lichaam en ziel die dan opgeheven zal zijn. Ziel en lichaam zijn en blijven één en als je de Bijbel grondig leest, blijkt dat de menselijke psyche (die ons doet overleven, maar uiteindelijk op moet geven) wordt vervangen door de adem van God die ons eeuwig leven geeft. Ons lichaam zal anders zijn, maar een lichaam zullen we hebben; wel verrijkt met een onsterfelijkheid die God met ons deelt. Zijn Geest zal ons drijven in plaats van het eigen ik dat volmaaktheid in de weg staat.

Voordat Wright in zijn boek overstapt naar het beslissende derde deel (waarin hij ingaat op de vraag wat hoop voor vandaag betekent), behandelt hij nog één laatste thema, waarover veel misverstanden bestaan: over hemel, hel en vagevuur. Want – is de onderbouwde overtuiging van Wright: na de dood duurt het nog even voor we met Christus opstaan in een nieuwe hemel; op een nieuwe aarde. Wat nu, als we vandaag of morgen sterven en niet direct opstaan in een nieuw leven dat nog komen moet? Bestaat er verschil tussen (on)gelovigen? Gaat de één met een enkeltje naar de hemel? Moet een ander overstappen (en soms lang wachten) in een vagevuur? En zou weer een ander dan linea recta naar de hel verdwijnen? En wat zijn de criteria voor dat onderscheid? Allereerst haal ik natuurlijk opgelucht adem, als Wright constateert dat er geen onderscheid tussen gelovigen is (de basis daarvoor ontbreekt ten enenmale in de Bijbel); geen vagevuur dus (hoewel Willem Jan Otten, mijn grote held, daar nog steeds aan twijfelt). Is er dan misschien toch nog een hel? Ook daarover – zegt Wright – kun je eigenlijk niet meer dan in overdrachtelijke zin spreken; als je de Bijbel moet geloven tenminste. En dat doe ik. Laat God over dat soort vragen z’n ei maar eens leggen. Ik ben blij dat ik tot die tijd niet op dit soort vragen hoef te broeden; hoewel ik er met Wright van overtuigd ben dat oordeel in de sporadische verhalen die zouden kunnen wijzen op een hel

Waarom maken mensen zich eigenlijk druk over dergelijke vragen over hel en vagevuur; terwijl er weinig of niets over in de Bijbel staat? Doe ze dat, omdat ze het dan niet hoeven te hebben over het Koninkrijk van gerechtigheid, vrede en blijdschap waar het in de Bijbel wel veelvuldig over gaat; en over de rol die wij mensen daarbij kunnen spelen? Wij leveren er, zegt de Bijbel volgens Wright, ook een bijdrage aan dat het Koninkrijk van God op aarde wordt gerealiseerd; hoewel het niet van ons afhangt of dat Koninkrijk er komt. Jezus ging ons daarin voor door mensen te redden. Maar genezen en mooie woorden schoten tekort en Jezus wist dat het door de dood heen moest gaan om het kwaad tot in de diepste kiem te kunnen smoren. In ons gevecht voor gerechtigheid, vrede en blijdschap kan het ook niet blijven bij mooie woorden. Ons meewerken met God in Zijn Koninkrijk (om het met de woorden van Paulus te zeggen) zal ons pijn doen en uiteindelijk zal het door de dood heen moeten voordat we ons kunnen laven aan de leven brengende genade van Gods adem. Verlossing betekent Bijbels gezien niet dat we eindelijk verlost zullen zijn van ons hinderlijke lichaam (gelukkig niet, zeg!), maar dat we eindelijk verlost zullen zijn van de kwade machten die God hinderen om hier op aarde (zoals in de hemel) Zijn Koninkrijk van gerechtigheid, vrede en blijdschap te kunnen vestigen.

Tot zover een korte samenvatting van de hoofdstukken 10 t/m 12 van ‘Verrast door hoop‘ van Tom Wright. Die samenvatting brengt mij – samen met de lezing van Religie voor atheïsten‘ van Alain de Botton tot de volgende vragen:

  1. Welke beelden heb jij over lichaam, ziel en geest? Hoe zie jij de nieuwe hemel en aarde voor je? Zullen ze (om met Van Ruler te spreken) voetballen in de hemel? En waar worden we van bevrijd?
  2. Hoe kijk jij aan tegen vagevuur en een leven na de dood? Wat doet het met jouw beelden over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde dat Wright zegt dat er ook nog een leven na het leven na de dood is (ja, je leest het goed: volgens Wright ga je dood, ben je een tijd in de nabijheid van Christus tot het laatste oordeel en staat daarna je lichaam met Christus op uit de dood)?
  3. Welke beelden heb jij bij het Koninkrijk van God? Wat lees je daarover in de Bijbel? Welke invloed heeft het dat Wright zegt dat we volgens Paulus meewerkers van God zijn om Zijn Koninkrijk hier op aarde te realiseren; dat het Koninkrijk van God dus mede van jou afhangt; en toch ook weer niet?
  4. Alain de Botton stelt dat het Koninkrijk van gerechtigheid, vrede en blijdschap ook zonder God gerealiseerd kan worden en hij reikt een aantal hulpmiddelen aan om dat te bereiken. Daar hebben we God dus helemaal niet voor nodig, is zijn stelling. Hoe zit dat?
Dit bericht werd op 5 oktober 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Boeken

Spike Jonze - HerIk kijk wel vaker op advies van een ander naar een film; meestal naar aanleiding van een prachtig essay of artikel van Willem Jan Otten. Maar van een dominee heb ik nog nooit het advies gekregen om ‘naar de film te gaan’. Toen ik dan ook las dat Paul Visser (in De Nieuwe Koers van mei 2014) lovend was over ‘Her‘ van Spike Jonze, dacht ik: da’s te uniek om er geen gehoor aan te geven. En daar heb ik geen spijt van.

‘k Heb er wel met andere ogen naar gekeken dan Paul Visser. En toen het eerste bloot over het scherm heen stuiterde dacht ik nog wel heel even: wat zou een dominee hiervan moeten vinden? Maar toen de film eenmaal op gang kwam, begreep ik het wel; want inderdaad: deze film is één langdurige preek waar we meer dan 2 uur de tijd voor moeten nemen; wat de moeite meer dan waard bleek.

’t Is een bijzondere film; ‘Her‘. De film wordt gedragen door Joaquin Phoenix, want zijn vriendin Samantha (met de stem van Scarlett Johansson) is een computer. Zonder Phoenix zou het dus geen film, maar hoorspel zijn. Dat doet’ie overigens goed; dat dragen van de film; die Phoenix. Nadat hij een nieuw besturingssysteem heeft aangeschaft, laat hij zich verleiden door de stem van Samantha; met gebroken ondertoon in haar stem; onvolmaakt; die bij nul begint en door zijn ogen naar de wereld leert kijken. En het gekke is: je beweegt nog sterker Samantha in (in de woorden van Willem Jan Otten) dan dat je je inleeft in de levende Phoenix. Ongemerkt begin je jezelf af te vragen hoe het moet zijn om vrouw zonder lichaam te zijn. Je voelt de spanning toenemen; ook door de vergissingen die Samantha begaat; en door de ruzies die blijkbaar onvermijdelijk zijn in een relatie. Maar al snel ontstijgt zij Phoenix; en blijkt hij niet de enige te zijn in haar ‘leven’.

Lees verder »

Dit bericht werd op 16 mei 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , ,
Categorieën: Film

Vonne van der Meer - Het smalle pad van de liefdeAlweer 5 jaar geleden las ik Zondagavond‘ van Vonne van der Meer. Ik was er enthousiast over; omdat Van der Meer in staat was om bij de dood als grens tussen leven en … (ja, wat eigenlijk?) betekenis te geven die waarde toe kan voegen voor degene die het verhaal leest. Je beweegt in dat boek als het ware – zoals haar man Willem Jan Otten dat zo mooi kan zeggen – de stervende hoofdpersoon in en bekijkt het leven ook eens door zijn bril.

In haar nieuwste boek Het smalle pad van de liefde‘ lukt haar dat net iets minder en recensenten vallen daarover; las ik in een artikel van Enny de Bruijn in Wapenveld; ‘Vonne van der Meer in de spiegel van de media‘. Maar Enny de Bruijn volgt in haar artikel net iets te kritiekloos Rob Schouten in Trouw (en andere critici); vind ik. Volgens mij is er meer aan de hand dan alleen maar dat Van der Meer net iets meer haar best zou moeten doen om de deus ex machina van de bekering van haar hoofdpersoon meer inleefbaar te maken. Misschien vragen Rob en Enny daarmee wel om een contradictio in terminis; wat fundamenteel iets anders is dan een paradox die inleefbaar gemaakt kan worden; waarover je dus een roman kunt schrijven.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Van der Meer heeft met ‘Het smalle pad van de liefde‘ een verhaal geschreven dat boeit. Je denkt meerdere malen – bij elke stap die May van dat smalle pad weg doet: ‘doe het niet!’. En tegelijkertijd besef je dat het wel noodlot lijkt; dat het bijna niet anders kan; dat het om bovennatuurlijk krachten vraagt om bij dat smalle pad te blijven; in haar geval. Ja, ik heb me meerdere malen in May ingeleefd dus. Knap vind ik dat. En de dood van zijn zoon Björn van twee jaar oud blijft – zoals Floris het verzwijgt – lang onuitgesproken onder het verhaal rondzwerven; z’n eigen leven leiden; precies passend bij hoe het werkelijk gegaan zou kunnen zijn, als ik m’n zoon verloren zou hebben; zoals Van der Heijden z’n zoon Tonio ook niet meer tot leven krijgt door erover te vertellen; over Tonio, maar niet meer met Tonio.

Lees verder »

Dit bericht werd op 9 mei 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken

Paulo Coelho - De beschermengelLibelle noemt De beschermengel van Paulo Coelho “… een mooi filosofisch verhaal“. Dat zo’n blad dat zegt over zo’n boek had me wantrouwend moeten maken, maar na De alchemist was ik zo enthousiast over deze schrijver dat ik m’n ogen ervoor sloot. Hoewel dat ook niet helemaal mijn krant is, had ik me achteraf gezien beter kunnen richten op wat de Volkskrant over het boekje schrijft: “Doen wat je zelf wilt onder het mom van een hoger doel nastreven. Het lijkt verdacht veel op egocentrisme met een flinterdun sausje van valse nederigheid“. Hoewel dat inhoudelijk nog steeds niet is wat ik ondertussen zelf als leeservaring heb opgedaan, komt dat qua gevoel toch aardig in de buurt.

Overigens kun je zeggen over Coelho wat je wilt: je leest hem als een trein, neemt de uitweidingen voor lief, ergert je wel aan het geleuter, maar voor je het weet is het uit. Inhoudelijk heeft het veel weg van het zweverige geleuter dat ik kende van – lang geleden – James Redfield in zijn De celestijnse belofte. Coelho schrijft vele malen beter (hulde aan de vertaler), maar al die inzichten waar ik niet mee uit de voeten kan en de menging van christendom en new age… Ik kan er helemaal niets mee; nou ja, vooruit dan; bijna niets! En Coelho krijgt het niet voor elkaar om – wat Willem Jan Otten zo mooi noemt – de beweging de persoon in te maken; Paulo en Chris worden op geen enkele bladzijde van vlees en bloed; wat Coelho’s bedoeling ook niet zal zijn. Dat maakt dat ik met een dubbele binding achterblijf: goed geschreven, maar met waardeloze content en los gezongen van alles wat werkelijk is; met teveel aandacht voor betoog, waardoor het verhaal verloren gaat onder de (te) zware last van geleuter.

Dat verbaast me, want ondanks het geleuter biedt het boek een paar waardevolle inzichten die ik deel met Coelho:

  • Als onze ziel – ik zou het leven noemen – zich beperkt tot wat dichtbij, tot wat beneden is en wat binnen is, bestaat die alleen nog maar uit onszelf. Andere mensen behoren alleen nog maar tot die beperkte wereld als ze bijdragen aan wie ik ben en daarmee doe ik tekort aan wat er zichtbaar en onzichtbaar om me heen gebeurt. Daarmee doe ik tekort aan de wereld, de mensen, om me heen en doe ik tekort aan mezelf.
  • Hoewel het haar moeite kost, weet Chris soms afstand te nemen van wat de mensen om haar heen – te beginnen bij Paulo – van haar vinden. Ze laat zich leiden door een opdracht en laat haar identiteit niet langer afhangen van wat ze zou moeten doen en van wat mensen daarvan vinden. Maar nu we het toch hebben over waardevolle inzichten, doe mij Henri Nouwen dan maar die dit integer en veel krachtiger brengt dan Coelho zelfs maar in aanzet lukt.
  • Paulo (Coelho) beseft dat hij nooit tevreden zal zijn. Hoewel dat hoort bij wie hij is, maakt hem dat onrustig. En hoewel het zijn bedoeling zal zijn om dat te zeggen: ook als hij zijn engel heeft gezien blijft de halfslachtige tevredenheid over, waarvan je voelt dat het morgen al niet meer genoeg zal zijn. Levinas noemt dat verlangen; een begrip dat staat tegenover behoefte die bevredigd kan worden. Verlangen wordt nooit vervuld, omdat het eeuwigheidsdimensies heeft. Maar wat Coelho niet beseft is dat verlangen gericht is op de ander; op wat die ander van mij vraagt. Daarom leeft hij van bevrediging naar bevrediging; omdat al die behoefte aan meer gericht is op hemzelf.

Zo, dat waren de drie ezelsoren die had gelegd in het boek van Coelho. Je ziet; ik blijf het zweverig en onbevredigend geleuter vinden wat Coelho in dit boek  aan het papier heeft toevertrouwd. Het bergt verre echo’s in zich van wat ik eerder heb geleerd en het is goed om dat aan de hand van dit boek nog weer eens op een rij te zetten.

Ik was een hele week in Duitsland; alleen. Ik heb er mijn beschermengel niet ontmoet. Ik heb er wel genoten van het prachtige uitzicht (waar ik – nu ik dit schrijf – nog steeds volop van geniet), van het mooie weer, van de studie, van het wandelen, van de muziek, van een weekend met Neal Morse, van de boeken en van het besef dat God me ruimte geeft om hierin op te kunnen gaan; voor even. Maar ik verlang er nu alweer naar om die momenten thuis, met vrienden, in de kerk en op m’n werk te kunnen delen en het verlangen dat hier wakker kon worden nog vitaler de wereld in te kunnen dragen.

Dit bericht werd op 4 april 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Boeken

Rudi te Velde - Pascal als religieus denkerIk weet niet of Bonhoeffer Pascal heeft gekend, maar in zijn terminologie zou hij zeker niet – zoals Rudi te Velde doet – ‘Pascal als regiligieus denker’ hebben gekenschetst. In de context van vandaag schijnt religieus echter nog meer in te zijn dan toen en als Te Velde in zijn inleiding een religieus denker definieert als “de proteststem… [die aandacht vraagt voor] de ervaring van ontzetting waarin de mens geconfronteerd wordt met zijn conditie”, dan kan ik daarmee leven. Toch zou ik Pascal eerder – ook na lezing van dit mooie boekje – een gelovend denker willen noemen.

Want hoewel het bij Pascal ook over de conditie van de mens gaat, is dat toch vooral in zijn verhouding tot God; tot een God die zich verbergt, maar die zich juist zo laat vinden. Pascal had God ontmoet (om precies te zijn op maandag 23 november 1654 vanaf half elf ’s avonds tot ongeveer een half uur na middernacht). Hij naaide wat hij daarover opschreef in een Mémorial in zijn mouw om die ervaring nooit meer te hoeven vergeten; als herinnering. Pascal besefte na die avond dat hem zoiets niet vaak meer zou overkomen en hij kende de Psalmen. Hij wist dat herinneringen door nieuwe gebeurtenissen verdrongen kunnen worden.

Denkend kwam hij in de jaren daarna tot een belangrijke conclusie: dat de menselijke conditie er één is, waarbij God zich niet thuisvoelt. En verder denkend kwam hij net als zijn tijdgenoot Descartes tot de ontbodemende ervaring dat niets zeker is; voor Pascal zelfs het denken niet. Willem Jan Otten brengt dat in zijn bijdrage tot de verzuchting dat “het is alsof Pascal je gedachten denkt, speciaal de gedachten waarmee je uit alle macht een geloofloos mens probeert te zijn”. Hij schreef naar aanleiding van die ervaring een prachtig gedicht dat in deze bundel is opgenomen: “Ik wilde schuilen voor Pascal…”. Lees verder »

Dit bericht werd op 9 maart 2012 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Boeken

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken