Paulo Coelho - De alchemist

Prachtig verhaal van futloze schrijver

Het heeft wel wat weg van A.F.Th. van der Heijden; die geniaal kan schrijven, maar bij tijden prullen produceert. Bij Paulo Coelho is dat overigens nog erger. Na ‘De alchemist‘ heb ik nog een paar keer geprobeerd boeken van hem te lezen en het was van erger tot vreselijk wat ik daardoor onder ogen kreeg. Zo las ik De beschermengel, maar – als dat al zou kunnen – dat is nog groter prutserij dan het boek van James Redfield; of zoals ik het karakteriseerde: flinterdun geleuter dat voor filosofisch verhaal door moet gaan; niks dus; helemaal niks.

Maar in ‘De alchemist‘ laat Coelho zich van een heel andere kant zien. In dat boek leidt het flinterdunne geleuter – dat het soms ook is – niet af van het kernverhaal; dat geniaal is wat mij betreft. Ik ben zelfs bijna geneigd om te zeggen dat Jezus zelf het verhaal – als je de dunne tussenstukken eruit verwijdert – verteld zou kunnen hebben; als gelijkenis. Een herder in Spanje heeft een droom over een schat en luistert naar die droom, verkoopt zijn schapen en gaat op reis. Na de hindernissen onderweg bereikt hij midden in een woestijn de plek uit zijn droom en gaat aan het graven. Tijdens dat werk – midden in de nacht – wordt hij overvallen door rovers. En juist op die plek in gesprek met de rovers ontwikkelt zich de crux van het verhaal; die ik niet onthul, omdat je het boek anders wellicht ongelezen zou laten liggen; en dat zou zonde zijn; echt!

Lees verder »

A.F.Th. van der Heijden - De ochtendgaveA.F.Th. is mijn held

Ik heb het vaker gezegd: A.F.Th. is een begenadigd schrijver, maar stelt toch vaker teleur dan ik graag zou willen; nu opnieuw met ‘De ochtendgave’.

Na Schervengericht was ik al definitief fan geworden van Van der Heijden. Het verhaal “De eenzaamste twintig minuten uit de geschiedenis van de mensheid” dat zich middenin dat boek ontspint is intens en meeslepend verteld. Die intensiteit versterkt het toch al geniale verhaal dat A.F.Th. vertelt over Roman Polanski wiens vriendin in de jaren ’60 werd vermoord.

Na 2012 – toen ik het verhaal over dit boek schreef – is er wel iets veranderd. Na 2012 schreef Van der Heijden nog zo’n intens, maar hopeloos verhaal: Tonio; naar aanleiding van de dood van zijn eigen zoon. Dat boek verpletterde me om zoveel uitzichtloos verdriet. En het beangstigde me: zou A.F.Th. dan nooit meer iets schrijven; zoals hij in ‘Tonio’ telkens herhaalde?

Maar gelukkig: eerst verscheen hij na jaren van verbeten en verdronken verdriet bij ‘College Tour‘ en kort daarna verscheen De Helleveeg. Ik vond het – lees ik nu terug in m’n blog – een goed boek; herkenbaar en daardoor aangrijpend. Ik hoopte op meer en op weer zoiets als ‘Schervengericht‘.

Met ‘De ochtendgave’ schrijft hij echter opnieuw middelmatig

Met ‘De Ochtendgave‘ is A.F.Th. echter teruggekeerd naar het niveau van Drijfzand koloniseren of De liefdesbaby. Voor de eerste helft van het boek heeft hij het ‘Erotisch woordenboek‘ van Hans Heesterman opengeslagen en er een verhaaltje omheen gebrouwen; afschuwelijk banaal en platvloers. Daarna ontspint zich een verhaal dat gaat over het door Fransen bezette Nijmegen van 1672 – 1674. In dat deel van het boek werd het toch nog een klein beetje interessant en las ik het boek zelfs met genoegen uit. Maar al met al zou ik ‘m – als ik dit geweten had – lekker in de winkel hebben laten liggen.

A.F.Th., ik blijf je volgen, maar alsjeblieft: schrijf weer iets moois; iets van waarde; een monument waar we in Nederland niet meer omheen kunnen!

Dit bericht werd op 3 mei 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken

Vonne van der Meer - Het smalle pad van de liefdeAlweer 5 jaar geleden las ik Zondagavond‘ van Vonne van der Meer. Ik was er enthousiast over; omdat Van der Meer in staat was om bij de dood als grens tussen leven en … (ja, wat eigenlijk?) betekenis te geven die waarde toe kan voegen voor degene die het verhaal leest. Je beweegt in dat boek als het ware – zoals haar man Willem Jan Otten dat zo mooi kan zeggen – de stervende hoofdpersoon in en bekijkt het leven ook eens door zijn bril.

In haar nieuwste boek Het smalle pad van de liefde‘ lukt haar dat net iets minder en recensenten vallen daarover; las ik in een artikel van Enny de Bruijn in Wapenveld; ‘Vonne van der Meer in de spiegel van de media‘. Maar Enny de Bruijn volgt in haar artikel net iets te kritiekloos Rob Schouten in Trouw (en andere critici); vind ik. Volgens mij is er meer aan de hand dan alleen maar dat Van der Meer net iets meer haar best zou moeten doen om de deus ex machina van de bekering van haar hoofdpersoon meer inleefbaar te maken. Misschien vragen Rob en Enny daarmee wel om een contradictio in terminis; wat fundamenteel iets anders is dan een paradox die inleefbaar gemaakt kan worden; waarover je dus een roman kunt schrijven.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Van der Meer heeft met ‘Het smalle pad van de liefde‘ een verhaal geschreven dat boeit. Je denkt meerdere malen – bij elke stap die May van dat smalle pad weg doet: ‘doe het niet!’. En tegelijkertijd besef je dat het wel noodlot lijkt; dat het bijna niet anders kan; dat het om bovennatuurlijk krachten vraagt om bij dat smalle pad te blijven; in haar geval. Ja, ik heb me meerdere malen in May ingeleefd dus. Knap vind ik dat. En de dood van zijn zoon Björn van twee jaar oud blijft – zoals Floris het verzwijgt – lang onuitgesproken onder het verhaal rondzwerven; z’n eigen leven leiden; precies passend bij hoe het werkelijk gegaan zou kunnen zijn, als ik m’n zoon verloren zou hebben; zoals Van der Heijden z’n zoon Tonio ook niet meer tot leven krijgt door erover te vertellen; over Tonio, maar niet meer met Tonio.

Lees verder »

Dit bericht werd op 9 mei 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken

Margriet van der Kooi - Verdriet is een werkwoordJe kent het gevoel zelf misschien ook wel: dat je van verdriet niet meer weet welke kant het opmoet. Waar je ook kijkt, waar je jezelf ook heen wendt: altijd maar dat verdriet en er lijkt geen verandering in te komen. Dat is meteen de boodschap die je vanaf de voorkant van het boekje ‘Verdriet is een werkwoord‘ van Margriet van der Kooi tegemoet komt. Verdriet gaat niet meer weg; dat slijt niet; verdriet verwerk je niet door een vastgesteld aantal stappen; dat blijft maar doorgaan.

Dat lijkt nogal hopeloos en zonder uitzicht; met een wenteltrap naar boven die nooit meer eindigt; zelfs niet in een lichtende hemel, waar je kunt schuilen en niemand je even ziet; weg van alle vragen; weg van de schaamte; weg van de druk van verwachtingen die je niet meer waar wilt maken. En dat is nu net niet de boodschap van dit prachtige boek.

De boodschap van Margriet van der Kooi wordt kernachtig samengevat in wat Nicholas Wolterstorff in ‘Lament for a Son (waarop ik overigens door het lezen van Van der Kooi stuitte) na de dood van zijn zoon ontdekte in Matteüs 5 : 4, “Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden“. Juist omdat ze treuren, kunnen ze getroost worden. Juist omdat ze hun verdriet niet wegstoppen in een ver hoekje van hun hart, staan zij open voor troost; omdat ze met dat geuite verdriet aangeven getroost te willen worden (zoals degenen die vanwege de gerechtigheid worden vervolgd, het koninkrijk van de hemel in mogen gaan; vervolgd als ze zijn, beseffen ze als geen ander dat dat koninkrijk hen verlichting van hun vervolging kan geven).

Dat is wat Van der Kooi blijft herhalen: dat verdriet door vele vooroordelen wordt verdrongen; door de verdrietige zelf, maar vooral door verwachtingen uit de omgeving. Want een kind dat na een jaar nog huilt om de dood van een kat; aandoenlijk; dat wel; maar het moet nou toch maar een keertje ophouden; zoals het eigenlijk al een jaar geleden op had moeten houden toen die kat doodging. En OK, voor de dood van een kind of voor het verlies van je man aan het leven (door een scheiding bijvoorbeeld), daar mag je best even de ruimte voor nemen; maar na een periode van verdriet herneemt het leven zich toch weer en moet het allemaal opzij worden gezet. Het leven gaat toch door en heeft jou nodig? Verdriet houdt je daar alleen maar vanaf. Begin opnieuw; laat een nieuwe liefde toe; krijg nieuwe kinderen; je moet er niet in blijven hangen, hoor!

Van der Kooi pelt al die vooroordelen uit hun culturele verpakking en ondersteunt haar stelling met mooie, treffende verhalen; waar de tranen je soms bij in de ogen schieten. Goed toch dat God een gave van troosten heeft gegeven (Romeinen 12 : 8). Blijkbaar gaat dat niet vanzelf en blijkbaar is dat niet voor iedereen weggelegd. En toch geldt voor iedereen: “Heb verdriet met wie verdriet heeft” (Romeinen 12 : 15). Van der Kooi doet handreikingen hoe je verdriet kunt hebben met wie verdriet heeft en stelt dat dit het begin is van alle troost; maar ze laat het daar niet bij.

Dat begint met clichés die we allemaal kennen. “De tijd heelt alle wonden” is er één van. Een andere is: “kinderen horen niet thuis op een begrafenis“. Het heeft alles te maken met een cultuur die de dood zo snel mogelijk buiten beeld wil brengen; en het liefst volledig; omdat het niet past bij de cultuur van zelfrealisatie die oneindige dimensies wil hebben.

Het is zo moeilijk en buiten beeld geraakt: verdriet hebben; en verdriet te hebben met hen die verdriet hebben. We kunnen het niet meer. We moeten het bijna opnieuw leren. Nergens vond ik dat zo stuitend terug als bij het bed van Tonio, toen A.F.Th. van der Heijden en zijn vrouw wegliepen bij hun stervende zoon. Zelfs als je het leest wil je ze nog toeschreeuwen: niet doen! Er wordt zoveel fout gedaan. Maar wat fout ging kan recht worden gezet, zegt Van der Kooi ook ergens als een bezoekbroeder iets stoms heeft gezegd; waarvoor hij sorry zegt; dat mag! Want verdriet is telkens anders. De een is de ander niet. Het ene huwelijk was het andere niet en soms spelen schuldgevoelens of opluchting door al dat verdriet heen. Verdriet ontwikkelt zich ook. Zo kon A.F.Th. van der Heijden zich na de dood van zijn zoon niet voorstellen ooit nog te schrijven. De praktijk heeft anders uitgewezen. Vooraf weet je niet waar het na de dood nog eens terecht kan komen. Is het verdriet daarmee weg? Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het verdriet het leven van Van der Heijden heeft getekend als ik hem op TV af en toe voorbij zie komen.

Ik vind het knap dat Van der Kooi dat alles op natuurlijke wijze, soms vertellend en een andere keer weer stellend, voorbij laat komen. Het kan mensen helpen die verdrietig zijn; omdat Van der Kooi bevestigt dat het normaal is dat verdriet niet slijt. Het kan mensen helpen die verdriet in hun omgeving ontmoeten; omdat vooroordelen opzij worden gezet en ze in verhalen kunnen lezen welke rol ze daarin kunnen nemen. Het kan ook helpen om voor te bereiden; als verdriet nu nog niet, maar in de toekomst z’n intrede doet; soms onverwacht en hard; een andere keer sluipend; zo zou het kunnen zijn; zodat ze tegen die tijd nog eens door het boek heen kunnen bladeren; en o ja kunnen denken.

Dit bericht werd op 2 mei 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Boeken

Tom Wright - Verrast door hoopIk heb besloten om het boek ‘Verrast door hoop‘ van Tom Wright in etappes te lezen; samen met een aantal geïnteresseerde lezers uit mijn kerk. Ik heb dit boek uitgekozen als leidraad voor een kring over hoop die begint bij het verdriet om verlies en eindigt bij rechtvaardigheid; om ons tussendoor ook af te vragen welke invloed lieden als Friedrich Nietzsche en anderen hebben gehad op de ruimte die wij krijgen en nemen als we hoop bieden of op zoek zijn naar een flintertje hoop in moeilijke tijden. Eerder lazen we al Tonio‘ van A.F.Th. van der Heijden en Lament for a Son‘ van Nicholas Wolterstorff. Nu lezen we naast dit eerste deel van ‘Verrast door hoop‘ nog drie andere boeken:

Later lezen we van Wright nog de overige delen van zijn boek:

In zijn boek wil Tom Wright antwoord geven op twee vragen:

  1. Wat houdt die hoop van een christen nou eigenlijk in?
  2. Wat betekent die hoop voor verandering nu; voor uitredding en nieuwe mogelijkheden in de wereld van vandaag, waarbinnen wij met de poten in de modder staan?

Om helder te maken wat hoop voor hem inhoudt, schopt Wright tegen heilige huisjes en zoekt hij naar Bijbelse framing van dit begrip; terug naar de originele betekenis; weg van wat wij er – ook in de kerk – van hebben gemaakt; met beide benen in de modder van onze werkelijkheid. in deel I van zijn boek schopt Wright vooral tegen de heilige huisjes van de wetenschap; heel specifiek de geschiedeniswetenschap. Want nog sterker dan de tijdgenoten van Paulus ontkennen wetenschappers dat Jezus ooit opgestaan kan zijn. Dat is nog nooit gebeurd; dat kan dus niet waar zijn; is de redenering. Foute boel, zegt Wright; dan gebruik je het pseudo-wetenschappelijke principe van de analogie. Dat snijdt geen hout; wil Wright daarmee zeggen. En inderdaad; wat op het eerste gezicht indrukwekkend lijkt, blijkt bij nader inzien een bewering die zichzelf als vooronderstelling nodig heeft en dus geen (zeggings-)kracht heeft; van nul en generlei waarde is.

Hoop en pasen dus, want de wetenschap heeft nog nooit bewezen dat Jezus niet is opgestaan; zoals ze ook niet bewezen heeft dat Jezus wel is opgestaan. Wright toont hoogstens aan dat het aannemelijk is dat Jezus is opgestaan (er zijn weinig historische gebeurtenissen waar zoveel bewijs voor is verzameld), maar niemand zal zich laten overtuigen door zo’n argument. Maar laten we er eens vanuit gaan dat Jezus inderdaad is opgestaan. In dat geval mogen we bij wijze van spreken zeggen dat de hoop met Pasen in het werkelijke leven is geland. Want in het geval van Jezus betekende de opstanding een nieuw begin. Zijn discipelen waren nog in diepe rouw, toen Hij aan hen verscheen; opgestaan met een nieuw lichaam. Ze waren geschokt. Zoals ze niet hadden verwacht dat hij aan het kruis zou sterven, zo verwachtten ze niet dat Hij uit de doden op zou staan. Toen Hij het daar met hen over had, vond dat geen ingang. Het paste niet in hun wereldbeeld en verontrust hadden ze het als mogelijkheid terzijde geschoven. Dat kan toch niet (overigens: ook zo’n bewering die zichzelf nodig heeft om waar te kunnen zijn; nietszeggend dus)! En toch gebeurde het en Hij verscheen aan hen met een opdracht. Om opnieuw te beginnen en de wereld in te trekken; met de boodschap dat Hij leeft!

En daar begint Wright ook te schoppen tegen de heilige huisjes van het christendom. We zijn zo vertrouwd met lichaam en ziel; een minderwaardig lichaam dat de ziel los zal laten, zodat die op kan stijgen naar een prachtige hemel of af moet dalen in een afgrijselijke hel. Die beelden hebben we grotendeels te danken aan Dante en vele anderen uit zijn tijd. De joodse oorsprong van ziel wijkt daarvan af; is meer persoonlijkheid dan zweverige lichaamsloze (platonische) substantie. Zijn discipelen herkende Jezus, omdat ze zijn lichaam herkenden; omdat Hij zichzelf gedroeg zoals Hij altijd al had gedaan; maar vooral ook omdat Hij zichzelf durfde zijn onder zijn discipelen. Daarom hadden ze Hem gewaardeerd en die ziel van Jezus, zijn persoonlijkheid, herkenden ze in de hoopvolle aandacht die Hij telkens aan hen besteedde; ook na Zijn opstanding.

Ziel en lichaam; hemel en hel; we hebben er een hoop omheen verzonnen. Door al die ballast ter discussie te stellen en overboord te kieperen, ontstaat er ruimte om aarde en hemel – nu en vernieuwd – weer onder de zeggenschap van God te brengen; waar ze thuis hoort. Als Jezus het heeft over het komende Koninkrijk, dan breekt langzaam door dat God zeggenschap op aarde heeft, zoals Hij die ook in de hemel heeft.

Hemel en aarde zijn één en God heerst over hemel én aarde. De platonische aarde is dus niet wat God bedoelde en Jezus ook niet, toen Hij het over Zijn Koninkrijk had. Aarde is niet minder dan hemel. Hemel is ook niet iets voor later. Hemel is Bijbels gezien een verborgen dimensie van het bestaan.

Dat alles samenvattend, kom ik tot een paar korte stellingen:

  1. Hoewel verdriet een werkwoord is en nooit meer lijkt te stoppen, breekt met Pasen de hoop door dat het ooit anders zal zijn; ook voor ons.
  2. Wetenschap heeft nooit aangetoond dat Pasen onzin is; behalve als je in de mantra gelooft dat het niet waar kan zijn, omdat het nog nooit is gebeurd.
  3. Er kan een hoop ballast overboord als het over ziel en lichaam gaat; over aarde, hemel en hel.
  4. Er was een leeg graf én Jezus verscheen aan zijn leerlingen.
  5. Hoewel er weinig gebeurtenissen zijn die zo sterk worden ondersteund door wetenschappelijk verantwoord bewijs, overtuigt dat niemand. Wat overtuigt iemand dan wel van wat is gebeurd; van de impact die dat kan hebben op vandaag?

Nicholas Wolterstorff - Lament for a SonAfgelopen week las ik rond de pauzes van mijn studieschema in de TU Delft Library een paar bladzijden uit het boekje van Nicholas Wolterstorff over de dood van zijn zoon Eric (1958 – 1983, 25 jaar oud): Lament for a Son. Ik weet niet of iemand het heeft gezien, maar een traantje wegpinken had geen zin meer.

Het lag er al weken; op mijn nachtkastje. En heel af en toe las ik een bladzijde. Zoals ik eerder schreef in mijn blog over Tonio van A.F.Th. van der Heijden: zoiets lees je niet even tussen neus en lippen door. Als er iets impact heeft op mijn leven, dan is het wel zo’n boek over de dood van een eigen zoon. Het zou mij ook kunnen overkomen en daardoor komt het (veel te) dicht bij mijn hart.

Wolterstorff schrijft dat geen verdriet hetzelfde is. Toch viel het me op hoe Woltertorff soms angstig letterlijk herhaalde wat Van der Heijden ook met pijn en moeite aan het papier had toevertrouwd. Net als Van der Heijden heeft hij er onherstelbare spijt van dat hij niet meer tijd heeft geïnvesteerd in zijn zoon; toen hij nog in leven was. En toch is het anders. De taal die Wolterstorff gebruikt is niet wanhopig, maar doortrokken van veranderde en verdiepte hoop. Bovendien (of misschien juist wel daardoor) weet Wolterstorff de breedte van verdriet te raken. Het gaat niet alleen over het lamgeslagen gevoel (waar Tonio van doordrenkt was), maar ook over de tegenstrijdigheid, over de mooie herinnering en over het onherstelbaar en peilloos diepe gat dat is geslagen. Remembrance, dat ik graag vertaal met herdenken, krijgt een eigen plek. Wat dat betreft is Lament for a Son een boek van uitersten.

Lees verder »

Dit bericht werd op 23 februari 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Boeken
A.F.Th. van der Heijden - De helleveeg

A.F.Th. van der Heijden – De helleveeg

Laat ik het eerst maar eenvoudig houden: ik ben blij dat A.F.Th. van der Heijden zijn ‘pen’ weer heeft opgepakt. Want wat je ook van de verhalen van A.F.Th. mag vinden – en ik vind er best iets van, zie mijn blogs over bijv. Schervengericht en De liefdesbaby – heeft hij wat mij betreft dingen aan de wereld toevertrouwd die er op z’n zachtst gezegd en figuurlijk bedoeld best mogen zijn.

De Helleveeg’ behoort wat mij betreft niet tot het beste wat hij ooit geschreven heeft; maar ja, als je zo goed schrijft als hij… Daarmee heb ik dus nog steeds niets gezegd; eigenlijk. En dat is maar goed ook, want zoals A.F.Th. schrijft, zo kan niemand dat. Het verhaal staat dichtbij een werkelijkheid die ik herken. Tante Tiny is vervuld van wrok. En zoals dat gaat in zo’n geval moet iemand de schuld krijgen van de ellende die haar leven zo ernstig heeft verzuurd.

Haar neefje (ja, ja, de Albert Egberts uit de eerdere delen van ‘De tandeloze tijd’) vertelt het in geuren en kleuren. Uiterst subtiel weet hij als opgroeiend jongetje in steeds volwassener taal te verwoorden wat er met zijn tante Tiny aan de hand is. Uit de bewoordingen van de 8-jarige kun je al opmaken dat de verzuring snel heeft toegeslagen en groteske vormen heeft aangenomen. Veel later begin je te vermoeden wat de bron van al die verzuring zou kunnen zijn, maar dan heeft tante Tiny haar directe omgeving al zodanig geterroriseerd dat de honden er geen brood meer van lusten. En dat blijft maar doorgaan totdat ze amechtig op haar (zelfgekozen) sterfbed ligt.

Lees verder »

Dit bericht werd op 14 augustus 2013 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Boeken

Pieter Both - Dag zeggen, Dolen in rouwIn mijn blog ‘De dood kan zo hard, kaal en leeg zijn‘ (over ‘Tonio‘ van A.F.Th. van der Heijden, waarin hij schrijft over de onverwachte dood van zijn zoon) vroeg ik me af wat er gebeurd zou zijn, als Adri een leven lang met God gewandeld zou hebben? Zou het leven na de dood dan ook zo hard, kaal en leeg geweest zijn, zoals Van der Heijden er nu wel over schrijft?

Naar aanleiding van deze blog raadde Marieke mij ‘Dag zeggen, Dolen in rouw‘ aan te lezen van Pieter Both. En ik heb er geen spijt van dat ik dat heb gedaan. Pieter Both blikt in zijn boek terug op 2006 en op wat daarna gebeurde. Rolinda, zijn vrouw, is zwanger van hun derde kind. In de laatste week klaagt zij over toenemende hoofdpijn die zo erg wordt dat de ziekenauto voorrijdt. Een laatste kus; tot zo; ik rij achter je aan. Het blijkt hun laatste contact te zijn, want Rolinda had hersenvliesontsteking, bracht een gezonde zoon ter wereld, maar overleed een paar uur later. En Both blijft met zijn drie kinderen achter.

Vlak voor de geboorte van hun tweede kind schreef Rolinda een gedicht:

God

ik ben een vrouw die bijna baren moet
ik kan alleen maar baby zeggen

ik vraag mij af
ben jij ook als een moeder
ben jij ook zo bezeten
van mij

Geloven in God spreekt niet vanzelf; zeker niet als de dood in het leven komt; zelfs niet als je een leven lang met God gewandeld hebt. En Both doet daar verslag van; soms scherp analyserend; soms ontroerend; zodat je bij de Ikea zomaar ineens je tranen weg moet vegen, als je even tussen al die mensen verder leest in zijn boek.

Lees verder »

Dit bericht werd op 21 mei 2012 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Boeken

A.F.Th. van der Heijden - TonioAan het einde van ‘Tonio‘ van A.F.Th. van der Heijden komt pas de echte aap uit de mouw: “Dit massale vertoon van vreugde om helemaal niks, daar kon het toch allemaal niet om begonnen zijn, het leven, de beschaving, de dood van Tonio” (naar aanleiding van het Nederlands Elftal dat in de zomer van 2010 in Amsterdam werd gehuldigd, omdat ze de “eerste van de verliezers” waren geworden)?

Het is niet de eerste reflectie die Van der Heijden opschrijft om te reageren op de dood van zijn eigen zoon. Het is wel het meest uitgesproken inzicht dat hij met ons deelt. Want helaas: dit is geen fictie; dit is bittere werkelijkheid. Op 23 mei – eerste pinksterdag – 2010 verongelukte Tonio op 21-jarige leeftijd. Hij was de zoon van Adri en Mirjam van der Heijden.

Zo snel als ik ‘Schervengericht las, zo lang heb ik gedaan over dit net zo dikke ‘Tonio‘. Ook in dat andere boek gaat het (o.a.) over de dood van een zoon, maar in dat eerste boek is het fictie en in ‘Tonio’ proef je op elke bladzijde dat het geen verhaal(tje) is. Ik kreeg ‘Tonio‘ voor vaderdag, maar hij lag tot vanavond op m’n nachtkastje om elke avond een klein stukje te kunnen lezen (meer lukte niet; meer kon ik niet aan; het was te zwaar en onverteerbaar; onafwendbaar bedreigend ook).

“Hoop en angst” citeert Van der Heijden aan het einde van zijn boek uit de Volkskrant “zijn tweelingbroers, geboren uit de onkenbaarheid van de toekomst”. Als de één door de werkelijkheid wordt ingehaald, wordt de andere door diezelfde werkelijkheid ingehaald. Wat voor mij als vader soms nog steeds angst kan zijn en voor Van der Heijden altijd weggestopt angst was geweest, is voor hem harde realiteit geworden. De hoop – die ik nog kan koesteren – is voor Van der Heijden vervlogen. Wat blijft er dan nog over? Als ik Van der Heijden moet geloven – en ik voelde tijdens het lezen van ‘Tonio‘ geen ruimte om een andere keuze te kunnen maken – blijven er in dat geval zelfverwijt, vlucht, verbijstering, verwaarlozing en ontkennning over, maar ook ontroerende herinneringen die onverbiddelijk worden geconfronteerd met de werkelijkheid.

Lees verder »

Dit bericht werd op 29 februari 2012 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Boeken, Persoonlijk

A.F.Th. van der Heijden - Het schervengerichtSoms verbaas ik me over de jury van de AKO literatuurprijs en over de boeken die zij als beste uit het aanbod selecteren, maar met Schervengericht van A.F.Th. van der Heijden zaten zij in 2007 beter dan in de roos. Dat vond ik al, toen ik halverwege het boek het nieuwsbericht hierover las. Dat vind ik nog steeds, waarmee meteen ook weer het besef tot me doordringt dat het alweer lang geleden is dat ik het boek las.

Mijn leeservaring met A.F.Th. begon met Vallende ouders (en waarschijnlijk daarvoor al met Weerborstels). Ik kan me van die boeken niet meer herinneren dan dat ze goed genoeg waren om meer van hem te willen lezen, maar dat is het dan.

Ik heb ook (zwaar) teleurstellende leeservaringen opgedaan met A.F.Th. Met Drijfzand koloniseren en De liefdesbaby schreef hij ronduit verwarrende en ook vervelende verhalen. Maar daar staan magistrale werken tegenover: zoals Het schervengericht dat is. Ik zal niet veel uit de doeken doen, maar het boek heeft mij om meerdere redenen een heel ander beeld gegeven van de regisseur Roman Polanski (van onder andere – inderdaad – de eerder besproken The Pianist en China Town). Ik wist dat het boek zou gaan over deze regisseur, maar kende hem eigenlijk niet; bleek toen ik halverwege het boek begon na te gaan waarom Polanski eigenlijk niet meer in Amerika komt. Polanski was veroordeeld voor sexueel misbruik van een minderjarig meisje en was gevlucht om aan die straf te ontkomen. Het verhaal van Van der Heijden blijft – als het om dat verhaal gaat – angstig dicht bij de werkelijkheid!

Lees verder »

Dit bericht werd op 9 januari 2012 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , ,
Categorieën: Boeken

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken