Het beginnende gelijk van Stefan Paas

Nina Hagen - BekentenissenIn haar autobiografie ‘Bekentenissen‘ beschrijft Nina Hagen hoe zij tijdens een LSD-trip Jezus ontmoette en hoe ze daar niet meer omheen kon; om de bemoeienis van God met haar kleine leventjes; waarna ze zich liet dopen.

Zo’n bekentenis herinnert me aan een ander moment; toen God Zich aan mij openbaarde; in mijn ziekenhuisbed. Ik maakte ook een trip. Omdat m’n ruggeprik na een forse buikoperatie verstopt was geraakt, mocht ik mezelf maximaal eens per minuut een klein shot morfine toedienen. Ik keek elke seconde weg, want ik verging van de pijn. Ik moet dan ook ver heen zijn geweest, toen ik een hand op mijn buik voelde die me voorzichtig aanraakte; die daarna verdween. En ik voelde: hier verdwijnt iemand die ik m’n hele leven dichtbij me zou willen hebben. Een ervaring noem je dat. Vervormd? Ja, vast. Maar ik heb nog steeds niet het lef om te ontkennen dat het gebeurde. Want na die handen had ik geen shot morfine meer nodig; niet één. De pijn was verdwenen en ik wist: God was hier of hij heeft me letterlijk een engel gestuurd; met de persoonlijke opdracht om mij ter plekke te genezen.

Gisterenavond was Stefan Paas in Delft. En napeinzend over zijn betoog en de daarop volgende discussie drong deze ervaring zich sterk aan mij op. Waarom?

Omdat ik met een bepaalde verwachting naar die avond toe was gegaan; laat ik wel eerlijk blijven. Ik dacht in Paas met een rasechte apologeet te maken te hebben. Tijdens de eerste twintig minuten werd ik bevestigd in dat beeld. Paas filosofeerde er in zijn inleiding namelijk driftig op los; over het onderscheid tussen zijn en bestaan. En tot mijn verbazing meen ik me zelfs te herinneren (maar misschien wilde ik dat horen) dat hij op enig moment zei dat God in die taal helemaal niet bestaat; hoogstens is; zoals Hij Zich openbaarde aan Mozes bijvoorbeeld. Heeft Mozes eindelijk een ontmoeting van de Onzegbare, openbaart Hij zich als de ‘Ik ben’!

Maar tijdens de discussie ontpopte Paas zich als een genuanceerde denker. Hij had zijn laatste boek ‘God bewijzen‘ helemaal niet geschreven om verstokte atheïsten te overtuigen van hun ongelijk. In zijn boek richt hij zich – ik kan het niet beoordelen, want heb het boek vanavond pas aangeschaft en nog niet gelezen – tot de grote middengroep tussen believers en unbelievers. Die grote middengroep wordt in Nederland dagelijks dood gegooid met de kant-en-klare brokjes atheïsme van lieden als Dawkins, Philipse, ‘ik-ben-mijn-brein-ers’ (zoals Willem-Jan Otten ze vreselijk raak denigrerend noemt in zijn essay “De tocht darminwaarts” in zijn nieuwste ‘Droomportaal‘) als Dick Swaab en hun loopse discipelen. En het is natuurlijk best frustrerend als dat fundamentalisme telkens op andere manieren de kop opsteekt; tegen alle verwachting van de jaren ’60 in dat het vanzelf een keer over zou waaien; al dat religieuze geneuzel over Jezus en Mohammed. Maar is het allemaal wel zo logisch wat die discipelen in de media dagelijks over ons uitstorten? Daarom schreef Paas (samen met Rik Peels) over argumenten voor en tegen het geloof en probeert hij door hoor en wederhoor de grote middengroep te laten zien dat het eigenlijk niet meer is dan het Sofisme van onze eeuw; mooi verpakte smoesjes die nergens op zijn gebaseerd. Niet dat je daar – om het met Pascal te zeggen, las ik vanavond nog weer eens bij Van den Beukel – ongelovigen mee overtuigt, maar dat was de bedoeling van Paas en Peels ook helemaal niet; legde Paas gisteren uit.

Met hun boek neutraliseren ze de onzin die dagelijks over ons heen gekieperd wordt, maar overtuigen ze dus niemand. Als er al ergens wordt overtuigd, dan is het in een persoonlijk gesprek; over lsd en morfine bijvoorbeeld; betoogde Paas. Het komt op getuigen aan. Maar ook daar werkt het niet als een trucje. Ergens onder de discussie – zonder dat het expliciet aan de orde kwam – vond ik de herhaalde eye opener die ik nodig had. Een gesprek is – ja, dûh – geen zenden, maar luisteren. De ander – om het in de taal van Levinas uit te drukken – roept mij ter verantwoording. Hij of zij stelt vragen, want is zoekend; of niet. Hij heeft verdriet; of niet. Zij is boos of juist gelukkig. Het leven is zorgeloos; of juist chaotisch zonder houvast. En als Jezus op dat moment uit de toverdoos komt, werkt het niet. Zoals Nicholas Wolterstorff dat in zijn Lament for a Son zo prachtig zegt: alle waarheden, waarop hij dacht te kunnen bouwen, vielen weg toen zijn zoon plotseling verdween; van een berg viel; en overleed. Toen moest hij alles opnieuw uitvinden; nieuwe waarheden ‘veroveren’ en vanuit een overgebleven basisvertrouwen in God opnieuw zin aan het leven proberen te geven; omdat het anders allemaal zo zinloos en chaotisch wordt. Als een gesprek in die regionen geraakt, kun je alleen nog maar luisteren, doorvragen en alleen antwoorden als er echt persoonlijke vragen aan jou worden gesteld die je hoogstens vanuit een persoonlijk vertrouwen en stamelend kunt proberen te beantwoorden. Meer lukt niet – liet Paas gisterenavond telkens opnieuw doorschemeren.

Maar aan het einde van de avond bezweek Paas dan toch voor de verleiding om daar God in ieder geval niet de schuld van te willen geven. De onvermijdelijke vraag werd gesteld: als God dan de bron van alles is, is Hij dan ook de bron van alle kwaad. En daar stapte Paas in die laatste minuten dan toch in de valkuil van de theodicee; dat God er toch echt de schuld niet van kan hebben; dat het kwaad – volgens Augustinus – privatio bono is; afwezigheid van het goede. En we hadden het juist over Job gehad, waar het kwaad toch echt reëel vertegenwoordigd werd door een satan die kind aan huis lijkt te zijn bij God. Zo kom ik hem ook tegen in Openbaringen; waar wordt gewaarschuwd dat hij nog een kleine tijd rond zal gaan als een briesende leeuw. Het zal aan de beperkte tijd hebben gelegen; het was 22:00u en we moesten naar huis. Ik zou langer met Paas verder willen praten over die reële aanwezigheid van het kwaad; over de opstanding van Jezus en de gevolgen daarvan die zich tot vandaag uitstrekken; tot in mijn persoonlijke leven (zoals ik gelukkig pas las in Verrast door hoop van Tom Wright); en op nog langere termijn ook voor het kwaad.

Ik zou verder met Paas willen praten (misschien zou dat bij een biertje ook wat beter gaan dan tijdens zo’n avond) over zijn verhaal over het sacrament; dat hij die avond gelukkig ook vertelde. Daarin raakte hij Wright één op één; was mijn sterke indruk. In gemeente en avondmaal openbaart Jezus zich als lichaam; als opgestaan lichaam; als belofte dus voor een toekomst die zeker komt en nu al begonnen is. Bij de reformatie hebben we dat kind met het badwater weg gegooid; Het sacramentele wordt vooral in de westerse kerken over het hoofd gezien (ja, ook in de katholieke en lutherse traditie, waar het allemaal te fysiek wordt voor mij). Dat neemt niet weg dat God zich daar openbaart; sacramenteel; als werkelijkheid die we waarnemen, omdat we erin geloven. Ja, daar raakte Paas wat mij betreft een kern van ons geloof; als sterven in de doop; als levende werkelijkheid in het avondmaal; als levende presentie van zijn lichaam in deze wereld; als kerk. En daar zou ik best nog uren met hem verder over willen praten; van hem willen leren. Want dat was het gisterenavond toch. Ondanks de filosofische en theologische uitstapjes, die de kern niet raakten, heb ik echte belijdenissen gehoord die me raakten; zoals God Nina Hagen aangeraakt moet hebben tijdens haar trip; waar ze haar mond niet over kan houden; zoals God me eens aan (liet) raken; onder invloed, maar niet minder reëel en werkelijk helend.

Dit bericht werd op 1 december 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Column

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

20 + zestien =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken