#Gedoopt

© Gerhard Nel – http://www.gerhardnel.nl/

Dat ik vandaag word gedoopt heeft alles te maken met de overstap die we de afgelopen jaren als gezin heel langzaam hebben gemaakt naar deze gemeente. En recent hebben we definitief besloten dat de thuisbasis van ons gezin vanaf vandaag verschuift van de Markuskerk naar de Morgenstond. Als ik dus heel kort samen moet vatten, waarom ik vandaag word gedoopt dan is dat het wel zo’n beetje. Wij geloven dat God ons de weg naar deze gemeente door vallen en opstaan gewezen heeft en de doop hoort daar voor mij nu, vandaag, helemaal bij!

Ik begrijp dat ik dat toe moet lichten, want zo simpel en platvloers als ik het nu zeg is het natuurlijk allemaal niet. Ik heb 20 jaar naar die beslissing toegeleefd en – laat ik eerlijk zijn: ik heb me lang laten weerhouden door het feit dat ik als kind al was gedoopt. Dat blijft voor mij staan als een huis. Mijn ouders hebben daar destijds een bewust besluit over genomen; niet omdat dat erbij hoorde, maar omdat zij geloofden dat God dat van hen vroeg. Zij hebben mij daarin naar beste weten opgevoed en daar ben ik ze dankbaar voor. Ik heb hen niet verteld dat ik vandaag word gedoopt. Ze zouden dat echt niet begrijpen. En nu ik word gedwongen om daar echt bij stil te staan, voelt dat als gemis. Ik had ze er liever bij gehad; m’n vader en moeder; m’n broer en zus.

2 jaar geleden viel dat kwartje pas. Ik was overspannen thuis en mijdde de kerk. Rond deze tijd van het jaar vertelde ik Jo-Anne dat ik graag een midweek alleen weg wilde naar een speciaal plekje in Kröv, Duitsland, met uitzicht vanaf 145 m hoogte over het stroomgebied van de Moezel. En vlak voor die korte retraite besloot ik dat m’n zoektocht nu maar eens afgelopen moest zijn en dat ik eens en voor al antwoord wilde hebben op de steeds terugkerende vraag of God nu wel of niet van mij wilde dat ik mijn geloof nog eens opnieuw zou belijden door me te laten dopen. Ik had er al veel over gelezen, maar deze keer nam ik het boekje ‘Sta op, laat u dopen‘ van Willem Ouweneel mee naar Duitsland. Ouweneel wond er tot mijn verbazing geen doekjes om: het hoeft niet; het moet niet; het kan wel; en het mag. En na afloop van mijn midweek blogde ik dat ik eruit was: het hoefde niet. Toch liet ik nog wel een achterdeurtje openstaan en schreef ik letterlijk: “Samenvattend: als ik opnieuw zou moeten kiezen of ik mijn kinderen zou willen laten dopen, weet ik niet wat ik zou moeten doen. Maar mezelf opnieuw laten dopen (omdat ik toen nog niet en nu wel geloof)? Niemand heeft me er nog van overtuigd dat dit – hoe prettig ik het misschien ook zou vinden – voor mij is weggelegd. Het zou… ook geen bewuste keuze van mij zijn om mij te laten dopen, maar een bewuste keuze van de doper moeten zijn om mij te dopen… Je weet maar nooit. Misschien geeft God ooit een doper de opdracht om mij te dopen. In dat geval zou mijn overtuiging er ineens ook niet zo heel veel meer toe doen…“.

En nu sta ik dus toch hier. Daar is veel meer aan vooraf gegaan. M’n eerste jaren thuis hadden het karakter van een rustig kabbelend beekje. Maar vanaf het begin van m’n studententijd ging alles op z’n kop. In oktober 1990 overleed Heleen, een nicht. Zij had kanker en werd 21 jaar. Een paar maanden later verongelukte Bert, een vriend. Hij werd bijna 29 jaar. En kort daarna overleden een neef van 35 en een tante van 60 aan AIDS en kanker. In de 2 1/2 jaar voor hun dood was er door veel gelees en gedenk al veel aan het wankelen gebracht, maar de jaren daarna keerde ik me schrijvend tegen God. Boven de rouwkaart van Bert stond 1 Korinthe 13:12 geciteerd: “Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben“. Schrijvend waande ik me veilig, zoals ik me nu met microfoon achter de katheder kan verschuilen. Maar in feite werd het echte gevecht in m’n hart beslecht en schreeuwde ik naar God: “Wazige spiegel? Later weten? Wat nou later? Ik wil het nu weten! Wat voor God bent u nou helemaal dat u dit laat gebeuren? Geef me antwoord!“. Ik raakte langzaam los van God; dacht ik.

Het moet in die tijd zijn geweest dat René zich – zoals we dat toen noemden op onze gereformeerde studentenvereniging – over liet dopen. Er waren er meer, maar overdopen? Was één keer dan niet goed genoeg? Ik begreep er helemaal niets van. René vertelde me vorige week nog dat ik hem gevraagd zou hebben of t’ie misschien gek geworden was of zo. Dat weet ik me echt niet meer te herinneren. Sorry, René dat jij je juist die woorden nog wel herinnert. Er is wel één ander ding blijven hangen uit die tijd: dat we het er op zijn kamer op de Raamstraat over hadden en dat we het samen in gebed voor God neerlegden; alles. Dat gebed; dat maakte indruk. Dat bracht mijn zekerheden aan het wankelen; op dat moment over de doop; maar in de jaren daarna ging langzaam alles schuiven en bleef er niets meer over.

Dat zijn de terugkerende elementen in mijn leven gebleven; de dood en de doop. In de loop van de jaren overleden Ferenc, Philip en in 2008 Nikkie. Maar sinds de dood van Bert was er wel wat veranderd. Want hoewel ik dacht God gedag te hebben gezegd, legde God op een avond – ik weet me de plek nog als de dag van gisteren te herinneren – een hand op mijn schouder en Hij zei mij: ik wil dat je weer naar de kerk gaat. Ik onderhandelde nog – dan wil ik wel alle kerken van Delft eerst nog onderzoeken voordat ik besluit welke kerk het wordt – maar God had allang bepaald dat het de Marcuskerk zou worden en ik heb geen andere kerk meer van binnen gezien. In de Marcuskerk opende God mijn ogen en in 1994 trok het waas weg van de spiegel en las ik pas dat er stond: “zoals ik zelf gekend ben“. God had me al die tijd gevolgd. Hij kende mijn pijn en mijn verdriet. En hij legde op het juiste moment een hand op mijn schouder: zo is het genoeg geweest.

Ik weet me uit die tijd een preek van prof. Graafland – die Bert begraven had – te herinneren die preekte over Jacob bij de Jabbok; Jacob die vecht met God; Jacob die van God wint; en dan toch de hand die God aan Jacob’s rib slaat, waardoor hij zijn leven lang mank blijft lopen. Zo – legde Graafland uit – blijf je de pijn voelen van het gevecht dat jij aangaat met God. En ik dacht dat te begrijpen en er ontwikkelde zich eerst een verlangen om mijn leven met God – God’s keuze voor mij – te kunnen delen met jongeren en daarna een nog sterker verlangen om te preken; het van de daken te mogen schreeuwen wie God wil zijn en dat Hij te vertrouwen is.

Naast de dood kwam ook de doop telkens terug. Een vriendin liet zich dopen. En in februari 2008 stond Nikkie Starrenburg bij me voor de deur; met het bedreigende uiterlijk dat u zich misschien nog van hem herinnert. Hij kwam hier regelmatig; is ook vanuit hier begraven. Ik schrok, maar hij stelde een heel simpele vraag: wil jij de Bijbel met mij lezen? And – by the way – als we de hele Bijbel gelezen hebben, zou ik graag gedoopt willen worden. Dat heb ik natuurlijk gedaan. Wekelijks heb ik samen met hem de Bijbel gelezen; bij hem thuis in Hoek van Holland; bij mij thuis; op het strand. Echt waar; ik ben nog nooit iemand tegengekomen die de Bijbel en mijn uitleg daarbij zo indronk als Nikkie deed. Tot we 5 juni 2008 lazen over Filippus en de moorman: “Wat weerhoudt mij ervan om gedoopt te worden?“. Ja, zei Nikkie, waarom kan dat niet? Ik wil ook gedoopt worden. Maar de zondag erna ging het fout; pepperspray en een slecht hart. Op 10 juni 2008 heb ik hem samen met vrienden alsnog gedoopt; een paar uur voordat hij overleed; gewoon, zoals het met mij ook was gebeurd met een hand water op zijn voorhoofd; het kon niet anders. Maar zoals alles samen met Nikkie intens was, zo waren zijn doop en dood dat ook.

Een paar maanden later kwam ik Henk tegen in Noordwijk; een verrassend geschenk van God. We hadden een hele avond samen in een hotel. We haalden herinneringen op uit onze studententijd. Nog steeds herinner ik me als de dag van gisteren dat Johan en Henk in onze studententijd – toen René werd gedoopt – samen aan tafel zaten. Johan was ook gedoopt, nadat hij zich daar eerst fel tegen had verzet. En hij zei specifiek tegen Henk (terwijl we met z’n tienen aan tafel zaten): “Als jij de Bijbel gaat lezen, laat jij je ook dopen, Henk“. Dat is een profetie geweest, want Henk vertelde mij in Noordwijk dat hij ondertussen ook was gedoopt en ik keerde me met een open hart opnieuw naar God: “God, wat wilt U van me? Moet ik dan ook gedoopt worden? Is dat wat u wilt? Dan moet het maar!“. Daarna heb ik nog een keer getwijfeld, toen zich twee opties aandienden om te kunnen preken: dopen en evangelisch spreken of tien jaar studeren en dominee worden… Ik heb voor het laatste gekozen, maar ook dat ging niet vanzelf.

Ik dacht dus dat ik er langzaamaan wel aan toe was om over te stappen naar Morgenstond. Ik voelde me er thuis, maar ik kreeg twee onafhankelijke profetieën: het is je tijd nog niet. En dat heb ik geweten. Ik dacht dat God mijn rib in 1994 al had aangeraakt, maar dat moest nog komen. Toen ik in 2010/2011 overspannen thuis zat heb ik pas geleerd dat het allemaal niet om mij draaide, maar om God. Pas toen ben ik veranderd en raakte God mijn rib aan; waardoor ik nooit meer de oude ben geworden; waardoor ik eindelijk mijn hele leven in Zijn Hand heb durven leggen; omdat het daar altijd al veilig was.

De kinderdoop ging gedeeltelijk op de helling. De doop in plaats van de besnijdenis? Wat een constructie! Verbond met God? Wat een pretentie! Wat een beschamende hoogmoed ook tegenover het volk Israël; en tegenover God; alsof het Verbond dat God ooit sloot met het volk dat Hij had uitverkoren op ons overgegaan zou zijn, zeg! Maar hoewel ik er zelf niet bij was geweest – bij m’n eigen doop – leerde ik ook dat het heel Joods is om te zeggen dat in de vader het gezin wordt meegenomen. En dood en reiniging – die in de kinderdoop net zo goed overeind blijven staan als in de geloofsdoop – zijn symbolisch aan mij voltrokken en niet meer uit te wissen. Ik heb er nog steeds geen behoefte aan om dat op de spits te drijven en sluit me wat dat betreft aan bij Ouweneel: ook daarover zij een ieder te volle in zijn gemoed verzekerd van de keuzes die hij/zij maakt in samenspraak met God. Het zit ‘m wat mij betreft niet in kinder- of geloofsdoop of hoe je het ook wilt noemen. Het zit ‘m wel in mijn omgang met God en om wat er dan gebeurt.

En omdat ik er ondertussen zeker van ben dat het voor mij de juiste keuze is, belijd ik voor u als gemeente dat ik opnieuw wil beginnen; dat ik het oude achter me wil laten in het water; dat ik m’n leven in de Hand van mijn Heer wil leggen. Ik heb nog heel lang met Ouweneel onderscheid gemaakt tussen me laten dopen (mijn initiatief) en gedoopt worden (op initiatief van God). Maar ook dat legde ik anderhalf jaar geleden in God’s Hand: zegt U het maar! Ondertussen weet ik dat zo’n onderscheid eigenlijk heel kunstmatig is: in het Grieks is er maar één woord voor gedoopt worden en zich laten dopen: baptizomai. Vandaag neem ik het initiatief om door de dood – door het water – heen mijn hand uit te strekken naar het leven; naar Jezus; in de overtuiging dat Hij me straks levend zal maken; mij uit het reinigende water van de dood op zal tillen in een nieuw leven. Zoals Nikkie het zei, toen we het hadden over de moorman en ik met mijn gereformeerde bezwaren kwam: besef je wel wat je zegt; dat je jezelf wilt laten dopen? Ja, zei Nikkie, ik weet dat ik er nog niet aan toe ben met m’n agressie en drift; maar ik geloof dat Jezus me aan de andere kant van het water opwacht en me zal helpen om dat oude op te ruimen en naar Zijn wil te leven. Romeinen 6 ten voeten uit! Voor mij is dat een steeds belangrijker stuk uit de Bijbel geworden.

Ik heb gevraagd om na mijn doop ‘Here I Am to Worship‘ te zingen. Toen ik dit lied in 2005 voor het eerst hoorde uitvoeren door Rebecca St. James ging de hemel voor me open en gaf ik mijn leven voor het eerst aan God: zegt U maar, Heer, wat U van me wilt! Vandaag wil ik met mijn doop belijden dat Hij de Heer, de Kurios, van mijn leven is; dat ik mijn leven door de dood hen in Zijn handen leg; dat Hij mijn Eigenaar is en dat ik voor Hem wil leven; hoe dat misschien ook gepaard zal gaan met vallen en opstaan; ik wil Hem dienen en ik belijd te geloven dat Hij mij de weg zal wijzen! En ik hoop dat u me daar op uw eigen manier een handje bij wilt helpen.

Één reactie to “#Gedoopt

  • Hoi Karel,
    Dank voor je openheid dit met me te delen. Het is een mooi, persoonlijk verhaal met ontroerende passages.
    Maar je vroeg me om feedback.

    Drie dingen kwamen in me op toen ik je verhaal las: doelgroep, eenvoud, doel.

    DOELGROEP
    Met name de anekdotes zijn leuk voor de vrienden en bekenden die aanwezig zijn (5% van het publiek, maar een heel belangrijke groep). Het laat een extra kant van jou zien. De overige mensen in de kerk hebben vooral veel aan het persoonlijke in je verhaal: je beleving. Het is hierbij belangrijk te weten dat de gemiddelde ‘Morgenstond mensen’ minder belezen zijn en minder bijbelkennis hebben dan de gemiddelde ‘Marcuskerk mensen’. Veel, overigens heel mooie, theologische bespiegelingen zullen denk ik aan een aantal mensen voorbij gaan. Maar dat maakt aan de andere kant ook weer niet uit: het is jouw verhaal 🙂

    EENVOUD
    Als je het nog niet wist: ik ben Apple fan. Niet omdat ik van overprijsde gadgets houd maar vanwege het adagium dat ze hanteren: “simplify, simplify, simplify”. Wanneer ze een product ontworpen hebben waarvan iedereen in het bedrijf die eraan werkt vindt dat het niet simpeler kan, gaan ze ervoor zitten om het nog simpeler te maken. Dat creëert een resultaat van een simpele schoonheid.
    Op speech-gebied is een van mijn favoriete voorbeelden van simpele schoonheid de inaugurele reden van Mandela in 1994: http://t.co/BJaV9eJb
    Ik begrijp dat je veel wilt zeggen maar vaak geldt: hoe meer je zegt, hoe minder datgene aankomt wat je wilt zeggen. Dus waarom niet gewoon dat wat je écht kwijt wilt vertellen en voor de rest verwijzen naar je blog? Genereer je meteen traffic, hihi.

    DOEL
    Het woord dat voorafgaat aan de onderdompeling is gewoonlijk bedoeld als getuigenis. Als dat inderdaad is wat je wilt geven, dan zou ik mezelf de volgende vragen stellen om me te helpen focussen: Wat is m’n doel? Wat wil ik bereiken? Waarop wil ik de aandacht van de mensen richten?

    WEES JEZELF
    Dit is het belangrijkste. God maakt het geen bal uit wat je doet, als je maar bent wat hij voor jou bedoeld heeft te zijn. Dus zeg wat bij je past en waar jij je prettig bij voelt. Dat is zo mooi van hem: hij klopt aan de deur van je hart en wacht vervolgens netjes tot je open doet. Hij zet geen voet tussen de deur, hij dwingt niet; hij wacht. En als hij dan binnen mag komen, dan praat hij, op jouw manier (dat is zo mooi!), door je heen en is alles wat je zegt vanzelf goed.

    Een mooie doop Karel,

    Marc

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.