Vrachtwagen in Nice - Godwin RevisitedHoe langer een online discussie duurt, hoe groter de kans dat Hitler valt (vrij naar de wet van Godwin). Was het maar zo gemakkelijk. Kon je Johnson, Trump, Wilders en Le Pen maar op die ene grote hoop met Hitler gooien. Dat zou het leven een stuk transparanter maken. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Net zo min als het eenvoudig was om voor 14 juli 2016 te voorspellen dat een vrachtwagen een wapen zou kunnen zijn waarmee je tientallen doden in één keer kunt maken en wereldnieuws kunt worden.

Godwin en de lessen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst

Ondertussen is die vergelijking tussen Hitler en een vrachtwagen natuurlijk wel te trekken. Beiden hebben een verleden en roepen collectieve angst en oplettendheid op. In die zin zou je de vergelijking tussen Hitler en Trump kunnen trekken. Beiden hebben in het verleden uitspraken gedaan die op elkaar lijken en in beginsel een zelfde tendens laten zien. Maar over  de impact van Hitler kunnen we ondertussen schokkende uitspraken doen. Trump moet nog maar bewijzen dat hij een vuist kan maken en met macht om kan gaan.

Was het maar zo eenvoudig; zei ik al; zei Godwin denk ik ook. Waren er maar templates voor Adam, Hitler en Jezus die je als sjabloon zou kunnen gebruiken voor de voorspelling van onze toekomst. Maar zoals Tenzin Gyatso (de Dalai Lama) geen Jezus is (hoewel hij trekken met Hem gemeen heeft), zo is Wilders geen Hitler. En daarmee had Godwin een punt.

Toch kun je leren van het verleden

Daarom is hoop (of angst) net zo min op zijn plaats als relativering van hun impact. Alleen daarom al zou ik (afgezien van alle andere redenen die ik daarvoor heb) nooit op Wilders stemmen. Je weet maar nooit wat macht met hem doet. Maar als je het mij vraagt zou Mark Rutte net zo goed een tweede Hitler (of derde Stalin) kunnen zijn. Langs de meetlat van Hitler zal Rutte best lager scoren dan Wilders (Geert Mak doet zo’n voor mij herkenbare poging in bijv. Historisch Nieuwsblad). Maar wat zegt dat over morgen? De vrachtwagen in Nice kwam ook niet van links of rechts, maar uit het niets en maakte 84 doden. En niemand zag ‘m aankomen.

En dat is precies het probleem van geschiedenis bedrijven en terugkijken om de toekomst te kunnen voorspellen. Natuurlijk vind ik ook dat er nooit meer een tweede Hitler op mag staan. Mede daarom probeer ik zelf op het pad van Jezus verder te gaan en het pad van Hitler te mijden. Maar weet jij hoe het daarmee staat; met het pad dat jij bewandelt; met het pad dat je nog zult bewandelen?

En; hoe staat het er vandaag voor?

Ondertussen gaat het natuurlijk helemaal niet alleen om Hitler, Wilders of Le Pen. Het volk moet de voedingsbodem bieden waarin hun uitspraken wortel kunnen schieten. En die bodem is daar natuurlijk niet zomaar vruchtbaar voor geworden. En Wilders of Le Pen kunnen schreeuwen wat ze willen, maar als ze niet de juiste mensen om zich heen verzamelen, wordt het helemaal niets. Het is de verkeerde man of vrouw op het verkeerde moment en de geschiedenis van Boris Johnson lijkt uit te wijzen dat establishment in kan kapselen tot er niets meer over is van de flamboyante man van weleer. Zal dat ook gelden voor Wilders, Trump en Le Pen; als ze eenmaal aan de macht zullen zijn (als dat ooit gebeurt)? Het verleden duiden is al zo’n probleem! Ik weet niet hoe de toekomst er uit zal zien.

Ondertussen heb ik een gezonde dosis scepsis als het gaat om de betrouwbaarheid van Trump, Wilders e.a.. Ik durf mijn toekomst en die van mijn kinderen niet zomaar in hun handen te geven. Wat dat betreft heb ik relatief meer vertrouwen in Rutte of Buma. Maar krijgen zij mijn volledige vertrouwen?

Het blijft behelpen zolang Jezus nog niet terug is en de aarde werkelijk nieuw mag worden.

Dit bericht werd op 15 januari 2017 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Column

App - Your Story The GameAfgelopen week was ik te gast bij BEEQ (http://www.beeqgamification.com/); een bedrijfje dat de laatste jaren onder leiding van Johan ter Beek serious games heeft ontwikkeld. Hoe kwam dat zo?

Al in mijn vorige gemeente heb ik meerdere malen gezien en gesignaleerd dat er bij de overstap van het ene sociale verband (de tienerclub bijv. voor 12-13 jaar) naar het andere (dezelfde club voor 14-15 jaar) mensen verdwijnen; die nog wel actief deelnamen binnen het ene verband, maar niet met de groep overstappen naar het logisch volgende gedeelte van hun loopbaan in de kerk. Misschien werd het elders gemeten, maar in de omgeving waarin ik actief was, werd het eerder ontkend dan onderkend.

Ik heb dat heel sterk ervaren toen ik zelf vanaf de jeugd overstapte naar het grote geheel van de kerk. Sociale verplichtingen vallen weg en het enige dat je nog gemeen hebt met de groep waarin je actief was, is de kerkdienst; waar je diezelfde groep elke week nog wel steeds tegenkomt. Hoewel: in het begin namen we banken in beslag en na jaren van gekookte kikker zagen we eindelijk onder ogen dat we nog met z’n vijven waren overgebleven van die hele groep. Symbolisch hebben we toen maar de deur achter ons gesloten en zijn we zelf ook stilletjes weg geslopen naar een andere kerk (Wim Dekker schreef er in 2009 twee boeiende artikelen over in de ‘Waarheidsvriend‘: ‘De kerk op een laag pitje‘ en ‘Kerk moet terug naar kern‘ over wat hij toen ‘De tussengeneratie‘ noemde).

Maar in die andere kerk is dat natuurlijk niet anders. Ook daar doorlopen kinderen, jongeren en volwassenen een vast stramien van Zondagsschool via de Jeugd naar de kerk. Meer dan bij onze oude gemeente komen er wel nieuwe mensen binnen in de kerk, maar ook voor hen ligt het vaste stramien klaar: via alfa en ontmoetingskring komen ze – als alles goed verloopt – in het grote geheel van de gemeente terecht; en voor je het weet zijn ze weer weg. Hoewel in een ontmoetingskring kenbaar wordt gemaakt dat veel van je wordt verwacht als je lid wordt van deze gemeente, blijft het vrijblijvend en kun je duiken. En mijn overtuiging (door ervaring wijs geworden) is: als je niet actief bijdraagt aan de kerk, biedt de kerk vaak onvoldoende toegevoegde waarde om er op de lange duur te willen blijven.

Gelukkig krijgt dit onderwerp in onze gemeente wel de aandacht die het verdient. Het heeft o.a. een plekje gekregen in het beleidsplan voor het volwassenonderwijs en ik ben blij dat ik daarover mee mag denken. Daarin kwam Your Story The Game (http://ystg.org) van BEEQ ook voorbij en na het enthousiaste verhaal van anderen was ik erg nieuwsgierig wat Your Story wellicht voor onze kerk zou kunnen betekenen.

Lees verder »

Dit bericht werd op 14 februari 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Artikel, Column

Je ne suis pas CharlieAfgelopen nacht droomde ik een vreemde droom; over mezelf als moordenaar. Ik weet niet meer wie ik had vermoord; wel dat het ergens in een hotel gebeurde; in een lange gang. Ik hield het een paar weken verborgen; ook voor thuis. Maar toen kreeg ik er spijt van.
Hoe de droom zich verder ontwikkelde, herinner ik me niet precies. Zo gaat dat met dromen. Daarom vind ik het des te meer opmerkelijk dat ik me wel mijn overwegingen herinner die volgden op mijn spijt. Ach, dacht ik in eerste instantie; een paar jaar cel; geen verplichtingen meer; lekker lezen; gewoon mezelf en alleen. Maar direct daarna volgde inzicht in de concrete consequenties. Hoe zou dat met Jo-Anne en mij verder moeten? En – niet onbelangrijk – ik zou de mooie jaren van de puberteit van mijn kinderen moeten missen. En hoe meer die concrete inzichten zich opstapelden, hoe meer ik in paniek raakte. Wat ik me verder herinner van afgelopen nacht? Dat ik in stukjes verder droomde. De moord verdween naar de achtergrond en het missen kwam ervoor in de plaats. En van de stukjes herinner ik me vooral de verwarring; de paniek; het gevoel van onomkeerbaarheid.

Overdag zou ik voorafgaand aan de moord nadenken; zou ik, voordat ik zou moorden, me afvragen wat de consequenties zouden zijn van mijn handelen. Wat ik afgelopen nacht voelde, zou ik wroeging, misschien zelfs wel slachtofferschap noemen. Uiteraard zou je Freud op deze droom los kunnen laten. Dat laat ik graag aan anderen over, want waar ik het op deze plek over wil hebben, is de knoop tussen vrijheid van meningsuiting (die me dierbaar is) en de verantwoordelijkheid die we allen hebben voor wat we doen. Voor mij was dat de eerste knoop die ik afgelopen week wilde ontwarren, toen er 20 mensen werden dood geschoten.

Laat ik vooraf helder en duidelijk afstand nemen van de conclusie die een onwelwillende lezer zou kunnen trekken uit onderstaande. Ik wil met dit verhaal niet betogen dat de journalisten van Charlie Hebdo de dood aan zichzelf te danken hebben. De verantwoordelijkheid voor de dood van Cayat e.a. is voor de volle 100% voor rekening van Chérif en Saïd Kouachi. Moge hun namen wegzakken in vergetelheid.

Dat neemt niet weg dat ik het toch wil hebben over de verantwoordelijkheid die zij wel degelijk hadden; net als ik; niet voor de moord, waarvoor anderen verantwoordelijk waren, maar voor de dingen die zij schreven en tekenden. In een reactie in NRC stelt Cyprian Koscielniak – zelf cartoonist – dat de kwaliteit van Charlie Hebdo bagger is. Ik weet het niet. Ik heb het blaadje nooit onder ogen gehad. Maar zelfs als het blaadje een hoogstaand initiatief zou zijn, zou ik het met Koscielniak eens zijn dat we vandaag niet meer in een cultuur leven waarin alle lagen van een geschreven tekst of cartoon doordringen tot het bewustzijn van iedereen die het leest; domweg omdat de subtiliteiten daarvan niet als cultureel erfgoed in hun sociale genen zijn gecodeerd. Zelfs om een slechte grap kun je meestal nog wel lachen, maar als de subtiliteiten van satire wegvallen, blijft de belediging en de vernedering als gevolg daarvan over – tot zover Koscielniak.

Dat lijkt op wat Multatuli gezegd schijnt te hebben – las ik gisteren NB in het Reformatorisch Dagblad. Ik heb vandaag nog weer eens door de Ideeën van Multatuli heen gebladerd, maar ik heb het citaat helaas niet terug kunnen vinden. Goede satire – parafraseer ik Multatuli dan maar uit het RD – kun je alleen schrijven als je zelf door verdriet heen bent gegaan. Afgezien van de vraag of Multatuli dit werkelijk heeft gezegd, raakt deze parafrase wel aan een belangrijk thema dat de afgelopen week vooral over het hoofd werd gezien; waaraan Koscielniak raakt. Dat is het thema van de vrijblijvendheid.
Als Project Manager heb ik de afgelopen jaren geleerd dat vrijblijvendheid dodelijk kan zijn voor een project. Prince2® – een bekende methode voor Project Management – adviseert dan ook om een stuurgroep samen te stellen, waarin alleen beslissers zitting nemen die de consequenties ondervinden van hun eigen besluiten. Vrijblijvendheid is taboe in projecten. En mijn overtuiging is dat vrijblijvendheid op die manier dodelijk kan zijn voor vrijheid van meningsuiting. In de reactie van Koscielniak klinkt spijt door en dat voelt goed. Ik hoop dat niet alleen Koscielniak op die manier nadenkt over wat hij deed en doet. Want mij lijkt het nogal hypocriet dat jij buiten schot kunt blijven (dit laatste niet letterlijk te lezen), als je wilt dat jouw mening door anderen wel moet worden overgenomen. Zij moeten er wel iets mee en jij kunt vrijblijvend blijven roepen wat je wilt? Vrijheid van meningsuiting is niet vrijblijvend, Charlie Hebdo, BNN, geenstijl.nl of Geert Wilders. Jullie zijn net zo goed verantwoordelijk voor wat je zegt en doet als ik; net als overigens die fanatieke broers in Parijs verantwoordelijk waren voor wat ze deden.

Als ik ‘de krant’ moet geloven, heb ik het recht om te beledigen. Ik ben het daar niet mee eens, maar zelfs als dat zo zou zijn, ben ik hoe dan ook niet alleen verantwoordelijk voor wat ik zeg en doe, maar ook voor de consequenties die dat heeft. Nogmaals: dat betekent niet dat Charlie Hebdo verantwoordelijk was voor de moord; alsof tekenen in hun geval zelfmoord zou zijn. Het betekent wel dat de tekenaars van Charlie Hebdo verantwoordelijk waren en zijn voor het effect dat hun woorden had en heeft op mensen; die zich beledigd en vernederd kunnen voelen; omdat ze de nuance niet begrijpen; als die er bij Charlie Hebdo al was. Pas daarna werd het de verantwoordelijkheid van de broers – wiens naam ik vergeten wil laten zijn – want hun moord was niet de consequentie van wat Charlie Hebdo tekende.

Dat inzicht – dat je niet alleen verantwoordelijk bent voor wat je doet, zegt en tekent, maar ook voor de consequentie die dat heeft – voorkomt slachtofferschap. Want als er iets tentoon werd gespreid de afgelopen dagen, dan was het dat wel. Woensdag spreekt ‘onze’ Minister van Buitenlandse Zaken Koenders NB vanuit Turkije per omgaande zijn afschuw uit over het gebeurde. Ik citeer: “We mogen niet laten gebeuren dat deze pijler onder onze democratie wordt weggeslagen”. Een paar dagen later spreekt diezelfde minister na aandringen van de SGP zijn ernstige zorgen uit over Boko Haram en de situatie in Nigeria. Hij zegt ‘geschokt’ te zijn door de bloedbaden, maar – ik citeer hem opnieuw – “… tegelijkertijd is het de verantwoordelijkheid van de Nigeriaanse overheid om de burgers te beschermen“. Iedereen gaat de straat op en zegt ‘Charlie te zijn’. Bij deze zeg ik ‘Charlie niet te zijn’. Ik ben geschokt door wat is gebeurd in Parijs; zoals ik geschokt ben door wat er in Nigeria gebeurt. Maar de vrijblijvendheid, waarmee Charlie Hebdo – zoals geenstijl.nl en BNN dat doen in Nederland – denken te mogen beledigen? Je ne suis pas Charlie! Zoals ik me niet wil vereenzelvigen met BNN of geenstijl.nl, zo wil ik dat ook niet met Charlie Hebdo. Ja, de tekenaars bij Charlie Hebdo waren slachtoffer van waanzinnige fanatisten, maar – zoals Koscielniak het zegt: “Vrijheid is ook een groot verantwoordelijkheidsbesef. Dat was op de Parijse redactie ver te zoeken“.

Het is mijn overtuiging dat, als ze op de redactie van Charlie Hebdo Levinas hadden gelezen en ter harte hadden genomen, dit niet was gebeurd. Dan had de ander voorop gestaan en had men zich ter redactie ten minste afgevraagd welke vernederend effect hun tekeningen hadden kunnen hebben op minderheden die hun taal en cultuur nauwelijks machtig zijn. Hadden ze zich met Multatuli maar losgemaakt van hun vrijblijvendheid. Dan hadden fanatiekelingen niet de stok gehad om de hond mee te slaan. Nog een keer: ze waren niet verantwoordelijk voor het slaan en moorden, maar wel voor de stok die er lag. Die stok had er niet gelegen, als ze met Filippenzen 2 : 3 niet “uit geldingsdrang of eigenwaan hadden gehandeld, maar in alle bescheidenheid de ander belangrijker hadden geacht dan zichzelf”. Het gaat niet om wat ik te zeggen heb of om wat ik perse kwijt wil. Het gaat “niet alleen om de belangen die ik voor ogen heb, maar ook om die van de ander” (Filippenzen 2 : 4). Als ik een ander gericht beledig – ook als ik hem daardoor wakker wil schudden – schaad ik zijn belang en dat mag de bedoeling niet zijn!

Vrijheid kan niet zonder verantwoordelijkheid. En waar die verantwoordelijkheid niet wordt genomen, ligt ellende – in welke vorm dan ook – op de loer. Daarom ben ik Charlie niet en neem ik uitdrukkelijk afstand van wat Charlie Hebdo heeft gedaan en voort wil zetten; net zoals ik afstand wil nemen van wat fanatieke terroristen hebben gedaan; omdat ze anderen veel pijn en verdriet hebben gedaan. In mijn droom drong de consequentie van wat ik had gedaan te laat tot me door. Toen ik moordde deed ik dat emotieloos; herinner ik me nu. De emoties en paniek kwamen later pas, toen ik de consequenties overzag; toen ik mezelf als slachtoffer begon te zien. Ik zou het Wilders c.s. toe willen schreeuwen: denk na voordat je spreekt! Spijt achteraf is niet nodig, als je van tevoren na zou denken over de beledigingen die je uit. Geert c.s., ik zou jullie niet verantwoordelijk houden voor de moorden die anderen begaan; niet als ze in jullie naam worden uitgevoerd; ook niet als ze zijn bedoeld als reactie op wat jullie hebben gezegd.

Maar ik hou jullie wel verantwoordelijk voor de pijn, het verdriet en de vernedering die jullie anderen aandoen; zoals ik mezelf daar ook verantwoordelijk voor zou houden als ik dat zou doen.

Dit bericht werd op 11 januari 2015 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Column, Persoonlijk, Politiek, Werk

Nina Hagen - BekentenissenIn haar autobiografie ‘Bekentenissen‘ beschrijft Nina Hagen hoe zij tijdens een LSD-trip Jezus ontmoette en hoe ze daar niet meer omheen kon; om de bemoeienis van God met haar kleine leventjes; waarna ze zich liet dopen.

Zo’n bekentenis herinnert me aan een ander moment; toen God Zich aan mij openbaarde; in mijn ziekenhuisbed. Ik maakte ook een trip. Omdat m’n ruggeprik na een forse buikoperatie verstopt was geraakt, mocht ik mezelf maximaal eens per minuut een klein shot morfine toedienen. Ik keek elke seconde weg, want ik verging van de pijn. Ik moet dan ook ver heen zijn geweest, toen ik een hand op mijn buik voelde die me voorzichtig aanraakte; die daarna verdween. En ik voelde: hier verdwijnt iemand die ik m’n hele leven dichtbij me zou willen hebben. Een ervaring noem je dat. Vervormd? Ja, vast. Maar ik heb nog steeds niet het lef om te ontkennen dat het gebeurde. Want na die handen had ik geen shot morfine meer nodig; niet één. De pijn was verdwenen en ik wist: God was hier of hij heeft me letterlijk een engel gestuurd; met de persoonlijke opdracht om mij ter plekke te genezen.

Gisterenavond was Stefan Paas in Delft. En napeinzend over zijn betoog en de daarop volgende discussie drong deze ervaring zich sterk aan mij op. Waarom?

Omdat ik met een bepaalde verwachting naar die avond toe was gegaan; laat ik wel eerlijk blijven. Ik dacht in Paas met een rasechte apologeet te maken te hebben. Tijdens de eerste twintig minuten werd ik bevestigd in dat beeld. Paas filosofeerde er in zijn inleiding namelijk driftig op los; over het onderscheid tussen zijn en bestaan. En tot mijn verbazing meen ik me zelfs te herinneren (maar misschien wilde ik dat horen) dat hij op enig moment zei dat God in die taal helemaal niet bestaat; hoogstens is; zoals Hij Zich openbaarde aan Mozes bijvoorbeeld. Heeft Mozes eindelijk een ontmoeting van de Onzegbare, openbaart Hij zich als de ‘Ik ben’!

Lees verder »

Dit bericht werd op 1 december 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Column

Voor het vak ‘Praktische Theologie’ kreeg ik de volgende opdracht:

Ga naar de website van het Sociaal en Cultureel Planbureau www.scp.nl. Tik in de zoekmachine het woord ‘meerkeuzemaatschappij’ in en download de publicatie van Breedveld en Van den Broek (2003), De meerkeuzemaatschappij, Facetten van de temporele organisatie van verplichtingen en voorzieningen (Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau). Lees de inleiding en de conclusie en formuleer wat religie in zo’n samenleving kan betekenen. Verantwoord uw betoog mede aan de hand van dit bestudeerde hoofdstuk (max. 1.000 woorden).

Larry Kent Graham - Care of Persons, Care of Worlds, A Psychosystems Approach to Pastoral Care and CounselingNaar aanleiding daarvan schreef ik uit de losse pols een eerste versie (die ik hieronder integraal heb overgenomen. Voor de ‘wetenschappelijk’ geïnteresseerde lezers heb ik de uiteindelijke uitwerking voor deze opdracht (met dezelfde pointe, maar veel beter afgebakend volgens de regels van het vak) in PDF attached. Deze tweede versie ligt nu ter beoordeling bij de docent.

Maar hieronder dus een eerste – meer uit het hart geschreven – versie van de uitwerking voor deze opdracht.

Ook religie is een keuze geworden en spreekt niet meer vanzelf. Daar waar religie voorheen opium voor het volk kon zijn (elke samenleving had zijn dominante religie; De kerk in Nederland heeft zich wat dat betreft nog tot in de jaren vijftig volkskerk kunnen noemen en ze heeft zich nog veel langer gedragen alsof dat nog steeds zo was) kan men zijn identiteit tegenwoordig ook op andere plekken in de samenleving opbouwen; ontlenen aan bezit of aan wat men doet. Hoewel de kerk nog steeds pretendeert zingever bij uitstek te zijn, hebben auto, huis, werk en doe-het-zelf-religie die rol voor veel mensen al langer geleden overgenomen. Als gevolg daarvan (van de kerk ben je niet afhankelijk meer voor je eigen identiteit) is de kerk als machtscentrum naar de rand van de samenleving verdrongen. We bepalen zelf wel of en waarin we ons door de kerk laten gezeggen; als we er al voor hebben gekozen om daarvan lid te zijn (ik beperk me bewust tot de kerk als representant van religie, omdat ik die van binnenuit ken). Sociale controle en machtsgebruik zijn er nog steeds binnen de kerk en steken op de meest onverwachte momenten de kop op, maar we bepalen zelf wel of en wat we ons daarvan aantrekken.

Lees verder »

Dit bericht werd op 24 september 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Boeken, Column, Film
Karl-Josef Kuschel - Strijd om Abraham

Karl-Josef Kuschel – Strijd om Abraham

Voor m’n studie theologie rondde ik in september het vak ‘Abrahamitische religies’ af en ik las daarvoor het boek ‘Strijd om Abraham – Wat Joden, christenen en moslims scheidt en bindt‘ van Karl-Josef Kuschel. Ik had het precies over dat boek, toen ik halverwege september op Facebook m’n frustratie uitte als “vrijzinnig geleuter zonder vaste grond“:

Ondertussen heb ik die frustratie kunnen vertalen in een stuk dat ik moest schrijven als afsluiting van het vak (dat ik bewust had uitgesteld tot na het tentamen) (integraal na te lezen in deze pdf). Kort door de bocht durf ik – onder verwijzing naar de opdracht – te stellen:

  1. Kuschel heeft zijn ideaal ingelezen in de Bijbel. De onderbouwing van zijn argumenten is eenzijdig en onvoldoende. Derhalve is sprake van overhaaste generalisatie.
  2. Er moet veel van Kuschel. Joden en moslims moeten meedoen aan de dialoog die hij op wil zetten en christenen die zijn ideaal niet delen worden als achterlijk weggezet. Dat irriteert me mateloos; zeker omdat zijn verhaal slecht is onderbouwd.
  3. Een dialoog kent zenders en ontvangers. Kuschel stelt zich vooral op als zender en luistert slecht naar zijn gesprekspartners. Daardoor mist hij een hoop van wat zij in willen brengen. Dat maakt een zinvolle dialoog op voorhand moeizaam en meerdere theologen hebben erop gewezen dat hij niet alleen de Bijbel, maar ook islam en Jodendom vooral interpreteert in het licht van zijn ideaal.

De slecht onderbouwde inhoud van het boek ten spijt is dat ondertussen wel boeiend. Want vrede en gerechtigheid voor de wereld, te beginnen bij Jeruzalem, dat wil ik ook! En veel boeiender dan onze eventuele gezamenlijke oorsprong (daar zit ‘m in de bovenstaande 3 punten de belangrijkste pijn wat mij betreft) vind ik die zoektocht naar vrede en gerechtigheid die ons mogelijk zou kunnen binden.

Lees verder »

Dit bericht werd op 27 oktober 2013 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Artikel, Boeken, Column

Kontekstueel - Zonder kerkgang ben je verlorenEerder schreef ik naar aanleiding van een themanummer van Kontekstueel (27/2) nogal kritisch over de kerkdienst; vooral prikkelend bedoeld. En dat leverde de nodige reacties op; meestal instemmend, maar ook heilzaam corrigerend.

Naar aanleiding van mijn column legden we gisteren in een heel ander verband 1 Kortinthe 14 daar nog eens naast. Daar worden het spreken in vreemde talen (door ons maar al te vaak plat geslagen tot tongentaal) en profetie tegen elkaar afgezet en geeft Paulus aanwijzingen aan de gemeente van Korinthe voor hun samenkomst. Er schijnt heel wat mis te zijn geweest met die gemeente, maar dat gezegd zijnde vroeg ik me meteen af wat Paulus aan mijn huidige gemeente of aan mijn vroegere gemeentes geschreven zou hebben. Maar als je zo’n vraag stelt, volgt daar maar al te vaak een hele discussie uit, waarin goed en fout (in onze eigen ogen) worden uitgewisseld zonder dat het tot een erg vruchtbaar gesprek komt over dat onderwerp.

Ik laat dus maar even in het midden wat Paulus geschreven zou hebben aan ‘mijn’ gemeentes. Ik heb daar natuurlijk best beelden bij (zie bijvoorbeeld mijn vorige column), maar het lijkt me vruchtbaarder om het deze keer over een andere boeg te gooien en iets dieper in te gaan op 1 Korinthe 14 en wat daar wordt gezegd. In een gemeente (dus ook als die gemeente samenkomt) heeft profetie een belangrijker plaats dan het spreken van vreemde talen. De vreemde talen zijn bedoeld voor de ongelovigen; de profetie is bedoeld voor de gemeente (vers 22). En als die profetie een plek heeft in de gemeente? Dan – staat in vers 3 – is er sprake van bemoediging, vermaning en troost. Het is maar wat je leuk vindt, maar ik vind het heerlijk om bemoedigd te worden als het even niet meer gaat. Het is maar wat je nodig hebt, maar als ik verdriet heb, hunker ik naar troost. En als ik met mezelf in de knoop lig, helpt een vermaning me vaak om dingen weer op een rij te krijgen; orde op zaken te stellen; het vuil de deur uit te doen.

En zoals je in mijn vorige column hebt kunnen proeven: tijdens de eredienst miste ik dat – de troost, de bemoediging en de vermaning – en – zei ik letterlijk – verveelde ik me soms stierlijk tijdens een kerkdienst. In onze nieuwe gemeente – waar we ons recent bij hebben aangesloten – gebeurt er meer tijdens die kerkdienst. Ik weet natuurlijk nog niet hoe bestendig dat is, maar lofprijzing en profetie laten me momenteel veel ruimte voor de verwerking van het verdriet dat er in overvloed blijkt te zijn. En hoewel de prediking niet zo diep gaat als de gereformeerden zeggen te gaan, is er zoveel variatie dat het weer leuk begint te worden om naar de kerk te gaan. Overigens is dat niet het leuk van leuk, maar het leuk van groeien in je geloof, van de lach en de traan, kortom: van de breedte en diepte van het hele leven; dat echt niet altijd leuk is en hoeft te zijn. En dat is me daar een bevrijding: dat het soms, maar niet altijd leuk hoeft te zijn!

Lees verder »

Dit bericht werd op 10 maart 2013 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Column

Tijdens de Tour de France van 2011 stond ik langs de kant van de weg en zag ik de mannen op de foto langskomen; achteraan in het peloton. Na de onthullingen rondom Lance Armstrong heb ik daar andere beelden bij dan toen. Toen was ik nog naïef. Ik zat net zelf op de fiets en begon me te interesseren voor de wielersport. En ik vond het wel cool om de helden – die veel sneller en krachtiger fietsten dan ik – voorbij te zien gaan; in een oogwenk; dat wel; onderaan de Alpe d’Huez die ik een paar dagen daarvoor ook had beklommen.

Maar zoals gezegd: ondertussen ben ik door alle ‘nieuws’ rondom Armstrong de naïviteit wel zo’n beetje voorbij. En waar Leipheimer eerst een eenling leek te zijn, blijkt nu 90% van de Rabobankploeg ook epo en allerlei andere troep te hebben gebruikt. Tenminste: als ik de NOS en veel andere partijen mag geloven, want voorlopig blijft het gissen en heeft niemand de feiten volledig op een rij. En precies daar begint het te wringen, want wie is hierin nog te vertrouwen? Welk (financieel) belang hebben fietsers, hun belangenbehartigers, de NOS en andere nieuwsvergaarders bijvoorbeeld bij een doofpot of juist bij volledige openbaarheid? Ik weet het niet. Ik kan er ook geen precieze hoogte van krijgen. Maar lekker zit het me niet.

Het lijkt aantrekkelijk om het hier maar bij te laten; lekker op afstand. Maar ook dat is niet mijn ding. Het blijft wringen. En dat heeft alles te maken met het filmpje dat ik de afgelopen weken meerdere keren bekeek op YouTube: http://youtu.be/p3Uos2fzIJ0; het prisoner’s dilemma in optima forma. Op afstand had ik al bij de eerste keer door hoe het af zou lopen (en ik ben eigenlijk best benieuwd of dat ook voor anderen geldt). Maar het begon me pas echt te duizelen toen ik me voor probeerde te stellen hoe ik me zou voelen als ik in de stoel van de verliezer (of winnaar) zou zitten… Want op afstand (zonder belangen) is het gemakkelijk praten (en misschien ook wel inschatten), maar in het spel raak je al snel verstrikt en kan er best veel op het spel staan. Wat zou ik dan doen, als ik in het spel zou moeten kiezen voor steal or split (afgezien van de slimme zet die een andere speler deed in hetzelfde spel: http://youtu.be/S0qjK3TWZE8; dat werkte ook maar één keer) ? We liegen wat af met elkaar. Het begint met de kleine dingen op het werk. Het gaat door als de belangen groter worden en het neemt ongezonde proporties aan, als we dichter bij ons hart komen. Ik heb bijvoorbeeld nog lang geloofd in de eerlijkheid van iemand als Michael Boogerd (die ooit niet onverdienstelijk fietste bij de Rabobank). Maar nu hij – in de hoek gedreven – praat over vitamines, begint de twijfel toch ook z’n breekijzer in mijn ziel te zetten.

Lees verder »

Dit bericht werd op 24 december 2012 geschreven door Karel J. van der Lelij
Categorieën: Column

Kontekstueel - Zonder kerkgang ben je verlorenGebeurt er nog iets?‘ was de titel van een boekje van ir J. van der Graaf dat ik jaren geleden kocht, maar nooit helemaal gelezen heb. Ondertussen is de titel sprekend en in combinatie met het thema ‘Zonder kerkgang ben je verloren‘ van het laatste nummer van Kontekstueel roept dat bij mij een heleboel vragen op.

Want wat moet ik in die kerk? Is dat dan de enige reden nog, waarom ik naar de kerk zou gaan (om Van Ruler te parafraseren; bij hem leerde ik gelukkig andere dingen); dat ik dan verloren ga? Nee, verloren ga je niet per definitie, begint het redactioneel, maar als je eenmaal uit de kerk stapt – leert de ervaring – is dat het begin van het einde zonder God. Zo; daar kun je het dan mee doen.

En dan toch weer die dringende vraag: gebeurt er eigenlijk wel iets in die kerk? Want laat ik eerlijk zijn: net als mijn tijdgenoten – die veelal niet (meer) in de kerk komen – wil ik graag vermaakt worden; er moet wel wat gebeuren dat mij boeit; dat mij in beweging brengt. En eerlijk gezegd verveel ik me soms stierlijk in de kerk; als de bezieling in de preek ontbreekt; als steeds maar dezelfde uitsnede uit de psalmen wordt gezongen (met tegenwoordig – jawel – af en toe zelfs een lied); als dezelfde opeenvolging van oude gewoontes wordt herhaald; waarvan ondertussen bijna niemand meer echt iets begrijpt. Het kan zo aan de oppervlakte blijven hangen in de kerk en in mijn hart! Wat dat betreft ben ik het hartgrondig eens met wat H.J. Maat daarover in zijn artikel schrijft.

Lees verder »

Dit bericht werd op 3 december 2012 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Artikel, Column, Preek

Pieter Kuijpers - TBSNa ‘Phileine zegt sorry (die vanwege sex en grof taalgebruik de waarschuwing ‘mogelijk schadelijk onder 12 jaar’ heeft meegekregen) vond de leraar Nederlands van mijn dochter het nog niet goed genoeg. Het moest blijkbaar nog indringender. De sex van Phileine en Max moest blijkbaar worden overtroffen; en hoe! Meekijkend met mijn dochter (nadat zij de beelden allang had opgeslagen of verdrongen; je weet hoe dat gaat) was het alsof ik een klap in m’n gezicht kreeg.

TBS is – op z’n zachtst en dus eufemistisch uitgedrukt – nogal heftig (Dat vanwege geweld en grof taalgebruik voor deze film wordt gewaarschuwd met de categorie ‘mogelijk schadelijk onder 16 jaar’, lijkt me dan ook veel meer dan terecht). Achteraf gezien had ik de film al eerder gezien, maar daar kwam ik tegen het einde van de film pas achter toen ik één van de minder heftige beelden uit de film herkende. Hé, dacht ik, dat heb ik eerder gezien! Net als in de film ‘Van God los’ van dezelfde regisseur, Pieter Kuijpers, wordt het geweld uitgebreid in beeld gebracht en op rij volgen de moord van een psychologe in de gevangenis, oma, moeder…

Als ik regisseur van de film was geweest had ik dat veel subtieler in beeld gebracht. Dat had gekund, maar Kuijpers heeft daar niet voor gekozen. Het zal er ook best aan liggen dat ik niet regelmatig kijk naar films in dit genre. Ik hou er niet van om geweld zo close-up in beeld gebracht te zien. En eigenlijk – als ik eerlijk ben – is het ook niet het geweld dat me zo van m’n stuk bracht. Hoewel het geweld expliciet in beeld wordt gebracht, leidt het niet af van het verhaal dat wordt verteld. En dat verhaal wordt door het samenspel van Theo Maassen (Johan) en Lisa Smit (Tessa) heel krachtig in beeld gebracht. Johan zit TBS uit voor de moord op zijn vader, maar niemand gelooft dat hij die moord heeft gepleegd om zijn zusje te beschermen. Hij snapt dat die situatie wellicht nooit zal veranderen en besluit om samen met een mede-gevangene te vluchten. Dat lukt en na de ontvoering van Tessa (een tiener die samen met een vriendin terugkomt van een feest) escaleert zijn zoektocht naar wat hij ziet als gerechtigheid. En of je het nou eens bent met de uitbeelding van geweld of niet: Kuijpers weet dat samenspel tussen Johan en Tessa onder je huid te krijgen. Ik denk dat het geweld juist daarom ook zo dichtbij kwam; omdat het me raakte. En toch had ik de beelden blijkbaar verdrongen en kostte het me moeite om ze terug te krijgen; toen ik me probeerde te herinneren wat de film destijds met me had gedaan.

Lees verder »

Dit bericht werd op 19 november 2012 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Column, Film

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken