Academische (on-)vrijheid bij De Haagse

Deze blog werd op 20 november 2018 gepubliceerd op H|Nieuws, een site van De Haagse Hogeschool

Vaak wordt het begrip academische vrijheid om vijf voor twaalf te berde gebracht; als het al veel te laat is. Er wordt gevochten tegen de bierkaai en als laatste redmiddel roept de verzuipende student of docent: maar ik heb academische vrijheid en daar moet je vanaf blijven! Academische vrijheid verdient beter en zowel student als docent zouden het in kunnen brengen om krachtiger en passend onderwijs af te dwingen.

Eerlijk gezegd was ik me er niet heel erg bewust van dat die zogenaamde academische vrijheid ook van toepassing zou zijn op een hogeschool. Toch worden wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs in de Wet op het hoger onderwijs (WHW) in artikel 1.1.b op de grote hoop van hoger onderwijs geveegd en wordt in artikel 1.6 WHW vastgesteld dat “de academische vrijheid aan de instellingen voor hoger onderwijs … in acht wordt genomen.” Dat is het dan.

Gelukkig is er een memorie van toelichting op dit nogal cryptische artikel. “De academische vrijheid heeft betrekking op de vrijheid van de docent… ‘om op zijn vakgebied … inhoud en methode van het door hem te geven onderwijs te bepalen’” en “op de vrijheid van de student … om niet geïndoctrineerd te worden…” (https://rechtenoverheid.nl/files/2016-01/Preadvies%20NVOR%20Groen.pdf, pag. 26/27).

Toen ik overstapte van TU Delft naar De Haagse drong zich één belangrijk verschil aan me op: dat de academische vrijheid niet verankerd leek in de organisatie van de hogeschool. Bij een universiteit levert dat regelmatig vuurwerk op, maar bij De Haagse schrijft het CvB (lees: schrijven de beleidsmedewerkers) bijvoorbeeld een ‘Onderwijsvisie en –kader’ en via de onderliggende managementlagen bubbelt dat gezellig naar beneden. En pas op de werkvloer is daar ineens pocket veto  ‘ja zeggen, nee doen’: dodelijk voor een kwetsbaar en eerlijk gesprek.

Als je de WHW plat zou slaan, dan heeft het CvB opdracht om te voorkomen dat De Haagse aan wanbeheer failliet zou gaan en rapporteert het daarover aan de minister. Zo bezien heeft het CvB er belang bij dat de kwaliteit van het onderwijs beheersbaar blijft en is een goede visie een goed idee. Want begrijp me niet verkeerd: met het huidige ‘Onderwijsvisie en -kader’ kan ik meer dan goed uit de voeten. Maar als bij de implementatie te weinig ruimte blijft voor gesprek (omdat het allemaal dit jaar onder hoge druk vertaald moet worden naar het OER), kan dat zomaar leiden tot een academische vrijheid die met voeten wordt getreden. Met Artikel 1.6 WHW kan dat anders en mag je als docent eigen wegen zoeken; en soms nee zeggen als je academische vrijheid te veel onder druk wordt gezet.

Maar wat in de WHW geldt voor het CvB, geldt getrapt natuurlijk ook voor docenten. Wij mogen een mening hebben, maar hebben de waarheid niet in pacht. We mogen er onze studenten in ieder geval niet mee indoctrineren. Wettelijk gezien is het onze verantwoordelijkheid om hen te confronteren met onze mening (en die van anderen). Heraklitis zei het al: “Onderwijs is niet het vullen van een vat, maar het ontsteken van een vuur”. Daarna hebben studenten de academische vrijheid om een eigen mening te vormen en zich te ontwikkelen op hun eigen manier. Met Artikel 1.6 WHW kan dat dus anders en mag je als student eigen wegen zoeken. Studenten, laat ons maar zien wat je al in huis hebt. Maak het mij en mijn collega’s kenbaar wanneer je academische vrijheid onder druk komt te staan.

In mijn volgende blog maak ik dat graag concreter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.