Het denkende gedicht

Onderweg op mijn camino van Estaing naar Golinhac drong zich een denkend gedicht aan mij op. Aan het einde van die dag staarde ik naar bovenstaand raam in een kerk in Golinhac. En ik bedacht me dat dit het juiste moment was om dat denkende gedicht toe te vertrouwen aan mijn telefoon.
Diep van binnen lag een gedicht
Dat tussen droom en waken wachtte.
Wat ze denken moest? Ze wist het niet.
Maar ze wilde zich uiten in kwetsbare taal.
Ze lag daar al maanden en hunkerde
En verlangde vanuit haar eigen diepte
Naar mijn volle aandacht, die elders was,
Want ik zag de schone slaper niet.
Ik had haar – daar diep van binnen –
Achter tralies weggesloten
En onder het geweld van haast verstopt.
Daarna een slaappil en weg was zij.
Het duurde lang, te lang, tot vandaag
Voordat zij – van achter die tralies –
Dan toch ontwaakte uit haar zware droom
En me maande om tot rust te komen.
Ze wilde weg uit dat duistere gevang,
Vrij zijn
En woorden vinden
Voor wat me diep van binnen toch nog raakte.
Haar denken ontwaakte, want zag kansen.
Ze wilde eruit en vrijheid voelen,
Tevoorschijn zeggen wat gezegd moest worden.
En die vrijheid kreeg ze zonder voorbehoud.
Vorig bericht