De dood kan zo hard, kaal en leeg zijn…

A.F.Th. van der Heijden - TonioAan het einde van ‘Tonio‘ van A.F.Th. van der Heijden komt pas de echte aap uit de mouw: “Dit massale vertoon van vreugde om helemaal niks, daar kon het toch allemaal niet om begonnen zijn, het leven, de beschaving, de dood van Tonio” (naar aanleiding van het Nederlands Elftal dat in de zomer van 2010 in Amsterdam werd gehuldigd, omdat ze de “eerste van de verliezers” waren geworden)?

Het is niet de eerste reflectie die Van der Heijden opschrijft om te reageren op de dood van zijn eigen zoon. Het is wel het meest uitgesproken inzicht dat hij met ons deelt. Want helaas: dit is geen fictie; dit is bittere werkelijkheid. Op 23 mei – eerste pinksterdag – 2010 verongelukte Tonio op 21-jarige leeftijd. Hij was de zoon van Adri en Mirjam van der Heijden.

Zo snel als ik ‘Schervengericht las, zo lang heb ik gedaan over dit net zo dikke ‘Tonio‘. Ook in dat andere boek gaat het (o.a.) over de dood van een zoon, maar in dat eerste boek is het fictie en in ‘Tonio’ proef je op elke bladzijde dat het geen verhaal(tje) is. Ik kreeg ‘Tonio‘ voor vaderdag, maar hij lag tot vanavond op m’n nachtkastje om elke avond een klein stukje te kunnen lezen (meer lukte niet; meer kon ik niet aan; het was te zwaar en onverteerbaar; onafwendbaar bedreigend ook).

“Hoop en angst” citeert Van der Heijden aan het einde van zijn boek uit de Volkskrant “zijn tweelingbroers, geboren uit de onkenbaarheid van de toekomst”. Als de één door de werkelijkheid wordt ingehaald, wordt de andere door diezelfde werkelijkheid ingehaald. Wat voor mij als vader soms nog steeds angst kan zijn en voor Van der Heijden altijd weggestopt angst was geweest, is voor hem harde realiteit geworden. De hoop – die ik nog kan koesteren – is voor Van der Heijden vervlogen. Wat blijft er dan nog over? Als ik Van der Heijden moet geloven – en ik voelde tijdens het lezen van ‘Tonio‘ geen ruimte om een andere keuze te kunnen maken – blijven er in dat geval zelfverwijt, vlucht, verbijstering, verwaarlozing en ontkennning over, maar ook ontroerende herinneringen die onverbiddelijk worden geconfronteerd met de werkelijkheid.

En precies dat is de kracht van dit zware, maar prachtige boek. Want wat doe je als je zoon in een ziekenhuisbed achter een plastic gordijntje ligt te sterven? Loop je dan weg of blijf je? Radeloos ben je; je zou hem vast willen houden en nooit meer los willen laten, maar je weet niet hoe! De eerste dagen en weken ga je als doodgeslagen door het leven. Je huilt de ogen uit je lijf (Mirjam) of kunt je verdriet alleen van binnen kwijt (Adri F.Th.). Je zoekt troost bij elkaar die je zelf zo nodig hebt. De drank komt op tafel en onverbiddelijk komen ook mooie herinneringen boven. Maar uiteindelijk is het allemaal zo zwart, kaal, hard en leeg… Even geniet je bijvoorbeeld mee van de mooie stenen die Tonio in Griekenland verzamelde (waarvoor hij telkens door salami-tactiek toe te passen zijn vader een klein beetje extra geld ontbedelde), maar met een zwaar hart leg je het boek weg als Van der Heijden aan het einde van dat verhaal meldt dat Mirjam en hij die dag een laatste steen voor Tonio uit zullen zoeken; met zijn naam voor generaties gebeiteld in verwerend graniet; generaties die niet meer zullen komen, omdat Tonio hun enige zoon is geweest en ooit zal zijn.

Het mag zo zijn – wat Van der Heijden zelf ook ergens in het boek zegt – dat dit de enige manier is om zich te uiten; maar toch. Ik heb bewondering voor de uiterste krachtsinspanning die Van der Heijden heeft gedaan om dit monument – dit In Memoriam – voor zijn zoon te schrijven. Bij elke bladzijde besef je opnieuw dat een gelauwerd schrijver – met zijn angst voor middelmatigheid – ook maar een mens is; zoals jij en ik. En dat verdriet over de dood van een zoon zo groot is dat je er niet doorheen kunt en ook niet doorheen wilt kijken; omdat de leegte van de dood dan zo onontkoombaar wordt (zoals ik al parafraseerde in mijn In Memoriam voor Nikkie): hij is er echt niet meer; angst is werkelijkheid geworden en alle hoop is vervlogen. Waarvoor heb ik geleefd?

Bij die zingevingsvraag beland moet ik bekennen dat ik me meerdere keren heb afgevraagd hoe het In Memoriam voor ‘Tonio‘ er uit had gezien, als Van der Heijden vanuit een levenslange relatie met en ervaring van God (“van Abraham, God van Isaäk, God van Jacob, … God van Christus”, Blaise Pascal) had kunnen putten. Hoe zou mijn verhaal over ‘Ard‘ er uitzien, als ik zijn In Memoriam zou moeten/willen schrijven? Zou de drank dan ook op tafel komen, omdat nergens anders (tijdelijke) troost uit te putten valt? Ik belijd dat God mijn leven draagt. Ik geloof dat hij troosten kan en wil. En ik weet uit ervaring dat hij dat ook doet! Maar zo overweldigend als de dood van een zoon schijnt er niets te zijn… Zou ik mijn leven op dat moment ook nog vol vertrouwen in de handen van God durven leggen? Zou ik uiteindelijk eerlijk en open op durven te schrijven: “Mijn geloof in God, God Zelf, daar is het toch allemaal om begonnen, het leven, de beschaving, de dood van Ard”? Het beangstigende is – vind ik nu – dat ik dat niet weet; dat ik het me niet voor kan stellen ook. En dat ik dat doodgeslagen en radeloze verdriet van Van der Heijden maar al te goed begrijp en daar soms ook bang voor ben.

Nu wordt mijn leven gedragen door geloof, hoop en liefde. Hoe zal dat zijn als het er echt op aankomt?

Ik gun het Van der Heijden (en Mirjam) zo intens dat ze ergens troost in kunnen vinden. Het is nu aan het einde van ‘Tonio‘ zo pijnlijk open en kaal: ‘Ja’, zegt Jenny – een vriendin van Tonio, ‘ik geloof echt dat de doden een bepaalde energie voor ons achterlaten’. In het hele boek lees ik terug dat die inderdaad verkrampt in leven gehouden wordt, maar dat die ondraaglijke energie ook leidt tot het inzicht dat een halve eeuw (“als ik net als m’n vader 97 zou worden”, zegt Mirjam) zonder Tonio toch tot een “ondraaglijke gedachte” leidt.

Nogmaals: ik weet het niet. Ik weet niet hoe mijn verhaal er uit zou zien. Ik weet wel dat ik hoop dat ik het nooit zal weten! En ik weet ook dat ik Van der Heijden iets anders gun dan het radeloze verdriet waar hij nu over schrijft.

Dit bericht werd op 29 februari 2012 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Boeken, Persoonlijk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

1 × 5 =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

COMMENTS

    […] De dood kan zo hard, kaal en leeg zijn… […]

    Beantwoorden
    21 mei 2012 at 16:34

    […] De dood kan zo hard, kaal en leeg zijn… […]

    Beantwoorden
    14 mei 2012 at 19:48

    […] van der Heijden schreef het boek ‘Tonio’ over de dood van zijn zoon. Ik schreef er een blog over: ‘De dood kan zo hard, kaal en leeg zijn‘. Het boek verpletterde me, omdat het ondraaglijk was om de pijn van een schrijver zo op papier te zien staan […]

    Beantwoorden
    25 april 2012 at 16:45

    […] Mijn dagelijkse ervaring confronteert me – ondanks de stukjes die ik in mijn leven letterlijk met God op mocht lopen – steeds opnieuw met die ontbodemde werkelijkheid (recent nog door het lezen van ‘Tonio‘ van A.F.Th. van der Heijden). Het kan allemaal zo zinloos lijken soms […]

    Beantwoorden
    9 maart 2012 at 09:37

    […] Mijn dagelijkse ervaring confronteert me steeds opnieuw met die ontbodemde werkelijkheid (recent nog door het lezen van ‘Tonio‘ van A.F.Th. van der Heijden). Het kan allemaal zo zinloos lijken soms […]

    Beantwoorden
    29 februari 2012 at 11:01

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken