André Téchiné – La Fille du RER

André Téchiné - La Fille du RERAndré Téchiné vertelt met La fille du RER een prachtig verhaal dat op feiten is gebaseerd. Een jonge vrouw raakt in de problemen, bekladt zichzelf met hakenkruizen en doet aangifte tegen een groep jongeren die haar in de regionale trein (RER) mishandeld zoud hebben. Zelfs de Franse president biedt haar namens de republiek zijn verontschuldigingen aan, maar niemand heeft de waarheid van haar aanklacht onderzocht. Een tiener doorziet haar truc… Tot zover (zonder clou) het verhaal van Téchiné.

De beelden in de film zijn realistisch. Het deed me goed om in een flits weer eens Parijs aan me voorbij te zien trekken. De sex is ingetogen in beeld gebracht (er blijft iets te verbeelden over, zeg maar…) en langzaam begin je te begrijpen dat La fille du RER het niet gemakkelijk heeft. Ja; absoluut de moeite waard, deze film.

Afgezien van het prachtige verhaal is er ondertussen wel iets vreemds aan de hand in deze film. Het verhaal past perfect in het sociale stramien van de zondebok van René Girard (zie mijn artikel over het thema lijden voor een verder uitleg over het zondebok-mechanisme) en daarmee houdt La fille du RER het geweld in stand. Haar is iets overkomen wat haar leven uit evenwicht heeft gebracht en iemand moet daarvoor boeten (zie hetzelfde artikel voor mijn interpretatie van Paul Ricoeur). Daar zit ‘m voor mij wel de crux van de raadselachtigheid van dit verhaal. In de tijd van de Middeleeuwen vertelden de daders een verhaal dat door iedereen werd geaccepteerd; de ‘heksen’ niet uitgezonderd. Maar in deze film kijken en luisteren we niet naar het verhaal van een dader, maar naar het verhaal van een slachtoffer dat door iedereen wordt geloofd.

Dat doet me denken aan de verhalen die momenteel in België en Nederland over met name Rooms Katholieke geestelijken worden verteld. Zij zouden jongens in internaten hebben begluurd en misbruikt. Ik kan en wil het waarheidsgehalte van die klachten niet ter discussie stellen en ga er voorlopig vanuit dat waar rook is waarschijnlijk ook vuur zal zijn. Twee weken geleden las ik daarover een artikel in Trouw. Dat artikel ging over het boek Vrome zondaars van Joep Dohmen (NRC onderzoeksjournalist), waarin hij de vermeende slachtoffers van sexueel misbruik in de Roomse internaten aan het woord laat. In het artikel kwam ook Erik Borgman (Hoogleraar ‘Theologie van de religie in Tilburg) aan het woord die Joep Dohmen verwijt dat hij in zijn nieuwste boek niet verder onderzoekt; dat hij geen hoor en wederhoor heeft toegepast. Het is – zegt Borgman – op z’n minst merkwaardig dat een slachtoffer een vermeende dader met naam en toenaam mag noemen en hem daarmee te kijk kan zetten zonder dat een rechter zijn schuld heeft aangetoond.

Borgman bevestigde mijn vage gevoel dat er iets mis is in dit verhaal; zoals het van het verhaal van La fille du RER ondertussen is aangetoond. Nogmaals: de waarheid van de toenmalige jongens uit het internaat zal in veel gevallen helaas veel meer waarheid bevatten dan het verhaal van La fille du RER. Maar wat drijft Dohmen, Deetman (in opdracht) e.a. om buiten de rechtbank voertuigen tot stand te brengen die de slachtoffers ruimte geven om hun verhaal te kunnen vertellen?

Izebel gebruikte zo’n voertuig toen zij de opdracht gaf om valse getuigen te verzamelen die de dood van Nabot moesten bewerkstelligen (haar man, de koning Achab, had zijn oog laten vallen op de wijngaard van Nabot, maar Nabot weigerde om zijn bezit vrijwillig aan deze koning over te dragen; 1 Koningen 21 in de Bijbel). Wie onderzoekt en toont aan dat de verhalen van de slachtoffers geen valse getuigenissen zijn over iets wat niet echt is gebeurd? Waar kunnen de aangeklaagden zich verdedigen als zij publiek tentoon worden gesteld? Nogmaals: ik zeg niet dat de slachtoffers valse getuigen zijn; helaas zal een (groot) deel van de verhalen maar al te waar blijken te zijn. Maar wie scheidt het kaf van het koren, als deze verhalen niet in een rechtbank worden verteld?

Waarom hamer ik zo op die rechtbank? Allereerst doe ik dat om wat Johnny Cash in zijn roman De man in het wit aangeeft; dat in de Bijbelse context een aangeklaagde pas schuldig is als een rechter het “schuldig!” uitgesproken heeft. Vandaag is dat in een rechtstaat nog steeds het geval: alleen als een rechter “schuldig!” heeft uitgesproken kan van een beklaagde worden gezegd dat hij schuldig is bevonden (helaas ondanks de rechterlijke dwalingen, waarvan we in Nederland maar al te goed de recente verhalen kennen).

Daar is de klad in gekomen in Nederland. Geert Wilders c.s. stellen de rechtstaat ter discussie. Zij hebben geen respect meer voor de basisbeginselen van de rechtstaat. Een man als Geert Wilders durft het Nota Bene te bestaan om te zeggen dat een rechter niet betrouwbaar is, als hij niet precies uitspreekt wat Geert Wilders vindt en hem zou veroordelen. Juist daarom is het zo spijtig dat de rechter Jan Moors, die de schuld of onschuld van Geert Wilders uit had moeten spreken, zich op z’n minst schuldig heeft gemaakt aan de indruk van vooringenomenheid.

Als we in Nederland (en Frankrijk) zo kritiekloos luisteren naar de klachten van het slachtoffer (alsof die er geen belang bij heeft dat zijn verhaal wordt gehoord), zetten we de basisbeginselen van onze rechtstaat onder druk. Dan maken we van de aangeklaagde daders geen schuldig bevonden daders maar vogelvrije slachtoffers die op hun beurt ook dat geweld weer in stand kunnen houden. Daardoor laten we toe dat de angst die Geert Wilders zaait (frappant genoeg door ook een zondebok aan te wijzen; de islam) tot in de diepste voegen van onze samenleving door kan dringen. Want waar ben je nog veilig als La fille du RER kritiekloos wordt geloofd en haar verhaal kan doen? Wie is dan nog veilig? Niemand meer!

Het verhaal gaat dat Geert Mak met een aantal Duitse vrienden in de Tweede Kamer was. Zij wezen hem zonder te twijfelen enkele vertegenwoordigers van de PVV aan, omdat zij zich respectloos opstelden richting sprekers en voorzitter; door zich met de rug naar hen toe te keren en zich in luidruchtige onderonsjes te mengen als een ander het woord voerde. Zij – die Duitse vrienden – herkenden dat van voor 1933, toen Hitler nog niet aan de macht was…

Als de rechtstaat onder druk staat, biedt dat ruimte voor gevaarlijke bewegingen. Ik waande me tot de opkomst van Geert Wilders in een veilig land, maar verhalen als La fille du RER doen me daaraan twijfelen. Als ik m’n eigen verhaal kan verzinnen of als ik mijn echte verhaal over een ander kan vertellen, zonder dat iemand zich daarover hoeft te buigen, kan het alle kanten op. Dat kan zich richten op degene die ik zwart maak met mijn verhaal, maar het kan ook zomaar als een boomerang bij mij terugkeren. Ik vrees dat Nederland op die ingeslagen weg steeds minder veilig wordt; niet omdat Nederland wordt bedreigd door moslims, maar omdat in Nederland de verhalenvertellers over de islam alle ruimte krijgen.

And do you know what really scares me? Van de Beek geeft in zijn boekje Te veel gevraagd? aan dat islamfobie niet op zichzelf staat. Daarin draait het namelijk om de bescherming van eigen waarden die worden bedreigd (of bedreigd lijken te worden; het zou een verhaal kunnen zijn waarin René Girard zonder enige moeite het zondebokmechanisme zou onderkennen). De geschiedenis heeft aangetoond dat de islam daarin vaak niet alleen stond. Na de islam kwam ook het jodendom aan de beurt; we noemen dat ook wel antisemitisme. In Nederland zijn we altijd tolerant geweest (zolang we maar geen last hadden van ‘onze’ minderheden en het ons niets kostte). Nu Geert Wilders (met zijn volgelingen) last lijkt te hebben van de islam (dat is eerder gebeurd in Europa), zouden de Joden in die beweging zomaar mee kunnen komen (dat is eerder en vaker gebeurd in Europa volgens Van de Beek). Een moslim moet zich nu al opgelaten voelen in Nederland; omdat onze waarden door hen bedreigd zouden worden. Wanneer zijn de Joden aan de beurt? That really scares me!

Dit bericht werd op 24 oktober 2010 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Film, Politiek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twee × 4 =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

COMMENTS

    […] die dat bij me bovenriep voor me houden deze keer). De avond ervoor had ik mijn gedachten in een blog de vrije loop gelaten over de risico’s die we in Nederland lopen met Geert Wilders en zijn […]

    Beantwoorden
    5 september 2011 at 20:16
    kadmosb commented

    Arend,

    Ik zie dat je meer inzoomt op de slachtoffers en daar heb je gelijk in. De geschiedenis heeft de slachtoffers altijd genegeerd en in een verdomhoekje gezet. Toch ben ik ervan overguigd dat te grote aandacht voor het slachtoffer (jij probeert dat evenwichtig te doen) het andere uiterste is van de zondebok en het daarnaar vernoemde mechanisme. Daartussen ligt rechtvaardigheid en daar hoort – als ik Jezus goed begrepen heb – bij dat je de minste bent.

    Ik zie natuurlijk de slachtoffers en hun pijn; het meisje van de RER niet uitgezonderd. In mijn directe omgeving kom ik ze ook tegen en ik probeer mezelf te zijn en hen niet verder in een hoekje te drukken. Dat gaat met vallen en weer opstaan. Maar het probleem van de PVV oplossen? Dat vind ik allemaal te groot worden. De PVV zelf is inderdaad ook het echte probleem niet. De PVV sluit aan bij de pijn, het verdriet en de teleurstelling van echte mensen die verhaal willen halen en ik begrijp dat. En veranderen kan ik dat hoogstens als ik die mensen van vlees en bloed tegenkom. Dan probeer ik te doen wat me in handen wordt gelegd zou Luther zeggen; ook als ik zou weten dat het morgen hier afgelopen zou zijn; als ik zou weten dat alles dan opnieuw begint…

    Karel J.

    Beantwoorden
    13 februari 2011 at 12:59
    Arend Ripping commented

    Mooie film. Ik had hem al een hele tijd liggen en heb hem nu eindelijk bekeken. Ik wist dat je er een blog over had geschreven, die heb ik vervolgens opgezocht.
    Wat echter ook intrigerend is aan het verhaal is de vraag waarom Jeanne (la fille) het überhaupt gedaan heeft. Wat voor pijn of onrecht moet iemand doorstaan om anderen te willen laten lijden. Misschien hoeft het wel niets te zijn, toch spijt het me ook ergens voor het meisje wat haar overkomt.

    Wanneer het gaat over de PVV, zou ook kunnen worden opgemerkt dat er een groep mensen is in onze samenleving die zich al heel lang niet gehoord voelt. Onmacht, tegenslag en achteruitgang creëren misschien de wens om anderen aansprakelijk te stellen; om ‘iets’ te doen. Wie staat hier tegen op en wie laat ‘la fille’ wel een andere weg zien?

    Beantwoorden
    12 februari 2011 at 19:47

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken