Thuis is niet alles, maar wel veel

Marilynne Robinson - ThuisEen Pulitzer krijg je niet zomaar. Het boek ‘Thuis‘ van Marilynne Robinson is een bevestiging van die stelling. Dat spreekt natuurlijk niet vanzelf; zeker niet als het in zo’n boek gaat over zoiets kwetsbaars als persoonlijk (on-)geloof en schuld van een broer (Jack) en een zus (Glory) die ieder huns weegs zijn gegaan en terugkeren bij meneer voor de één; bij papa voor de ander. Robinson is een verademing om te lezen tussen al dat geweld, de sex en vaak ook het platvloerse dat dagelijks op je afkomt (ook en tegenwoordig misschien wel juist in veel ‘literatuur’). Door met intense gevoeligheid vast te leggen wat Glory ziet, hoort en voelt, weet Robinson een spanning op te bouwen die ontroert, boeit, maar soms ook verdrietig stemt. Je weet; je voelt; je maakt het mee dat Glory haar broer er nooit van zal overtuigen dat geloof hem uit zijn verdrietige melancholie zou kunnen redden. Hij blijft het proberen, heeft zichzelf toch niet in de hand en raakt telkens weer teleurgesteld; nadat hij opnieuw heeft gefaald. Hoewel je het verhaal beziet door de ogen van Glory beweeg je – met de woorden van Willem-Jan Otten in zijn Berlijnse geloofsbrieven – vooral Jack in en voel je zijn machteloze pijn. Toch zijn in dit boek ook voor Glory intens mooie, maar vaak verdrietige momenten weggelegd.

Deze keer gaat het eens niet over het algemeen betwijfeld christelijk geloof, maar juist over de onverenigbare authenticiteit van 2 mensen. Zij gelooft wel; hij niet. Toch blijven ze beiden zichzelf. Verborgen agenda’s doen er niet meer toe, want bijvoorbeeld Glory beseft dat zij Jack er nooit van zal kunnen overtuigen dat God ook voor hem gekozen heeft. En intenser dan Jack zullen weinig mensen beseffen wat zonde is; vooral omdat hij als geen ander de gevolgen daarvan ondervonden heeft.

Maar niet alleen vanwege de inhoud is het boek een verademing. Zoveel schoonheid als bij Robinson heb ik nog niet vaak aangetroffen bij andere schrijvers. Qua schoonheid van taal is zij wat mij betreft vergelijkbaar met Bernard MacLaverty (‘Grace Notes’), Anna Enquist, Willem Jan Otten (vooral in zijn essays) of Imre Kertesz (hoewel ik die alleen in vertaling heb gelezen) en dat waren toch mijn literaire helden. Zelf meet ik dat af aan de geniale woordcombinaties die ik nog nooit eerder tegengekomen ben (“… en zijn kleren waren o zo moe” of “… iets wat gezuiverd was van alle woorden die het wellicht konden beschrijven”). Maar het moet toch vooral het samengaan van factoren zijn die me boeiden; van herkenning; van medeplichtig worden; van een prachtige compositie (zie ook mijn blog over criteria voor literatuur).

Verder bladerend in het boek valt me opeens op dat papa in bovenstaand verhaal eigenlijk ontbreekt. Maar de klein geworden grote Robert vervult een sleutelrol in deze roman. Hij is de spil waar de kinderen elkaar treffen. Hij heeft zijn leven gewijd aan liefde voor zijn liederlijke zoon. En ieder had daar zijn mening over. De één (een vriend; zijn dochter) keerde zich tegen zijn zoon en Jack voelde hun verwijt of wist ervan. Een ander (zijn ondertussen overleden vrouw) wees hem mild op zijn te grote hart. En weer een ander (zijn prachtige zoon) nam die verantwoordelijkheid van hem over. Het heeft allemaal niet geholpen. Hij is erdoor gebroken en is de veerkracht kwijt. “Ik ben het zat!” zegt hij ergens aan het einde van het boek en die wanhoop heb je sluipend naderbij voelen komen. Hij heeft het opgegeven en als conclusie achteraf komt dat keihard binnen.

Tenslotte is toch ook bijzonder dat Robinson met deze roman de jaren vijftig als onrustige voorbereiding van de jaren zestig in beeld heeft gebracht. Alles leek nog normaal, maar onder de bladspiegel zie je de samenleving vloeibaar worden. De druk wordt opgebouwd. Maar het meest aantrekkelijke van dit boek blijft daarbij toch dat die mensen uit de jaren vijftig je niet onverschillig laten, je boeien en je een spiegel voorhouden.

Want ja, je eigen thuis is ook niet alles, maar blijft je boeien (hoe negatief dat voor sommigen misschien ook is), je van je stuk brengen; je blijkt er meer door gevormd te zijn dan je in je eigen jeugd durfde te beseffen.

Dit bericht werd op 24 maart 2011 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Boeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken