De Psalmen als torens van gebroken verlangen

Matthew Jacoby - Deeper Places - Experiencing God in the Psalms - PsalmenDe Psalmen

Een maand geleden schreef ik in het kader van het thema ‘Wandelen met God’ voor ‘Open Kaart‘ (Orgaan van Johannes Calvijn dispuut der C.S.F.R.) een kort artikel met de titel ‘Torens van gebroken verlangen’; onder andere over de Psalmen. De torens in het artikel refereren aan ziggurats, waarmee tijdgenoten van Abraham hun verlangen naar God uitdrukten; torens, waarmee zijn tijdgenoten wilden zeggen: “God, wij verlangen naar uw aanwezigheid in ons midden en bouwen alvast een klein stukje naar u toe om dat verlangen uit te drukken”. De toren van Babel moet ook zo’n ziggurat zijn geweest; wel een van de verkeerde soort; waarmee de bouwers uit wilden drukken dat ze Gods Koninkrijk op aarde wilden hebben, maar – zoals U2 het uitdrukte in ‘Wanderer‘ – “they didn’t want God in it”.

Daar sloeg het woordje gebroken overigens niet op; in de titel van mijn artikel. De gebrokenheid sloeg op de wereld waarin dat verlangen maar al te vaak ontstaat. Die wereld toont zich aan alle kanten gebroken en het is precies die combinatie van verlangen en gebrokenheid waarover Matthew Jacoby in zijn ‘Deeper Places’ schrijft. Matthew Jacoby is leadzanger in de band ‘Sons of Korah’ die net als ‘Psalmen voor Nu’ de Psalmen hertaalt naar hedendaagse muziek. En over die Psalmen heeft hij nu ook een boek geschreven.

Deeper Places‘ geeft eindelijk de aandacht aan de Psalmen die ze verdienen. Op de berijmde Psalmen was ik al uitgekeken toen ik ze nog elke zondag zong. Voor mij klopten ze niet met wat ik in de originele Psalmen las, maar daardoor raakte het origineel ook een beetje onder het stof. Ergens vermoedde ik een enorme rijkdom onder dat stof, maar het lukte maar niet om erbij te komen; totdat ik dit prachtige boekje van Matthew las en een lezing van hem bezocht. Naast de enorme breedte van de psalmen – van diepe aanklacht tot intense verwondering – raakte het mij vooral dat je geloof en gevoel – hoewel ze soms mijlenver uit elkaar lijken te liggen – naast elkaar mag laten staan.

Hoopvol realisme

Ik heb het lang problematisch gevonden om een intens gevoel van boosheid, pijn, verdriet of teleurstelling te uiten naar God en ik hoor nog te vaak dat mensen die gevoelens maar achterhouden voor God, omdat ze bang zijn voor het oordeel dat God daarover zal vellen. Dat hoeft ook niet; zegt Jacoby; of – zoals Czeslaw Milosz het in ‘Een dichter vergeet niet, Poeta Pamienta‘ zegt:

Ik bid dus maar tot Jou, want niet bidden kan ik niet.

Want mijn hart verlangt naar Jou, hoewel ik weet dat Je me niet zult genezen.

En zo hoort het, dat zij die lijden, verder lijden en Je Naam loven.

Lijden – zeggen Milosz en Jacoby – hoort er nu eenmaal bij; en bidden en loven ook. Dat is iets anders dan wat ik vaak doe. Bij mij is het maar al te vaak van tweeën één. Óf ik bagatelliseer mijn gevoel, omdat ik met mijn pijn tekort zou doen aan mijn geloof; óf ik bagatelliseer mijn geloof, omdat ik mijn gevoel zo belangrijk vindt. Jacoby legt de Psalmen naast mijn hedendaagse gevoel en concludeert dat daar niets van klopt (of, zoals Milosz het zegt: “… dat zij die lijden, verder lijden en Je Naam loven“. Sommige Psalmen herhalen dat in crescendo en laten gevoel, geloof en verlangen in hun eigen recht naast elkaar staan.

Niet pessimisme (het luisteren naar m’n negatieve gevoel dat geen ruimte laat voor geloven) of idealisme (het geloven ten koste van m’n gevoel) hebben het laatste woord. Beiden hebben ze het voor het zeggen: geloof ondanks gevoel en gevoel ondanks geloof. Ik ben weer van ze gaan houden; van de Psalmen; door het lezen van ‘Deeper Places‘. Als je – zoals mijn vader – je heup breekt en in de war raakt, is dat waar je het mee moet doen. Als je – zoals ik – vriend na vriend verliest, is dat niet weg te poetsen door gewoon maar te geloven. Maar langzaam heb ik ontdekt dat ik dat met het bij mij horende gevoel aan God voor mag leggen; in alle openheid; in de hoop en met het diepe verlangen dat Hij er een einde aan zal maken; zonder daar aanspraak op te maken.

En daar zet Milosz – hoe mooi, diep en menselijk ook verwoord – een stap verder dan de Psalmen in de ogen van Jacoby doen. Want het terugkerende schema in de besproken Psalmen vertrekt niet vanuit lament, maar vanuit een verleden waarin God trouw was; en eindigt niet bij ellende of bij blind fanatisme, maar bij de blijvende trouw die God bewezen heeft en zal bewijzen.

Naast de mooie stukken over andere Psalmen (over lofprijzing, diep geluk en liefde) is dat toch wel wat me vooral heeft geraakt in het boek van Jacoby; en daarmee in de Psalmen. Ik hoef me niet pessimistisch neer te leggen bij wat negatief voor ogen is. Ik hoef ook niet idealistisch af te zien van wat ik zie. Ik mag hoopvol realistisch leven vanuit een blijvend verlangen naar heelheid; ook als ik daar op dit moment niets van zie.

Dit bericht werd op 25 april 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Artikel, Boeken, Gedicht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twee × 4 =

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken