Willem Jan Otten – Tijdeigen II – Leven de doden nog?

Willem Jan Otten - Tijdeigen oktober 2009Het tweede essay van Willem Jan Otten lijkt heel wat minder actueel dan zijn vorige essay, maar zoals gebruikelijk: schijn bedriegt. Voor een protestant als ik zijn begrippen als Allerzielen en Vagevuur (de laatste hoogstens als een vaag negatief begrip uit m’n opvoeding in een ver verleden) nietszeggend, maar de inhoud van het essay van Otten is dat natuurlijk niet. We kennen allemaal ‘onze’ doden en vragen ons diep in onze ziel af wat er van hen terecht gekomen is. Filosofen van alle tijden hebben over dat thema nagedacht. Over weinig zijn ze daarin eenduidig, maar in het kader van ons westerse thema ‘ik denk, dus ik besta’ leven ‘onze’ doden vooral verder, omdat wij ze denken. Otten voegt daar een interessante notie aan toe (natuurlijk gekleurd door zijn nog niet zo heel lange rooms-katholieke achtergrond). Ik heb me die vraag de afgelopen anderhalf jaar, als ik bij het graf van Nikkie stond, ook wel eens gesteld: zal Nikkie nou weten dat ik hier ben; dat ik vaak in eerste instantie met verdriet en later met een weemoedig gevoel aan hem terugdenk? Ik zou het zo graag willen!

Overigens stellen niet alleen Otten en ik die vraag, maar had ik die ook al teruggevonden bij Nooteboom in de vehalen Paula en Paula II uit zijn verhalenbundel ’s Nachts komen de vossen. Je zou haast zeggen dat het hier gaat – om met Mulisch te spreken – om “gebalde levenservaring van hele generaties“. Of het waar is of niet, het is een troostende gedachte dat de dode ander niet alleen verder leeft in mijn gedachten, maar juist door die gedachten extra leeft. Vagevuur of niet, als dit de kern is van Allerzielen, zou ik het hele jaar wel Allerzielen willen vieren in de diepe betekenis van het woord.

In dat licht bezien is het Vagevuur natuurlijk een uitvinding van jewelste. Doden blijven niet eeuwig in leven, want degenen die hen herinneren sterven ook. Als zij tegen die tijd niet zijn verhuisd naar wat Otten “De Aanschouwing” noemt, sterven zij alsnog een trage, maar definitieve dood. Ik ben echter nog niet zover dat ik bid voor de doden (m’n protestantse opvoeding verloochent zich niet). Dat laat ik graag aan God over. Het idee dat er voor Hitler nooit gebeden is na zijn dood is daarvoor te aantrekkelijk. Ik ben blij dat ik wat dat betreft niet in de schoenen van God hoef te staan!

Dit bericht werd op 25 oktober 2009 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

veertien + zeven =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken