Vrachtwagen in Nice - Godwin RevisitedHoe langer een online discussie duurt, hoe groter de kans dat Hitler valt (vrij naar de wet van Godwin). Was het maar zo gemakkelijk. Kon je Johnson, Trump, Wilders en Le Pen maar op die ene grote hoop met Hitler gooien. Dat zou het leven een stuk transparanter maken. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Net zo min als het eenvoudig was om voor 14 juli 2016 te voorspellen dat een vrachtwagen een wapen zou kunnen zijn waarmee je tientallen doden in één keer kunt maken en wereldnieuws kunt worden.

Godwin en de lessen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst

Ondertussen is die vergelijking tussen Hitler en een vrachtwagen natuurlijk wel te trekken. Beiden hebben een verleden en roepen collectieve angst en oplettendheid op. In die zin zou je de vergelijking tussen Hitler en Trump kunnen trekken. Beiden hebben in het verleden uitspraken gedaan die op elkaar lijken en in beginsel een zelfde tendens laten zien. Maar over  de impact van Hitler kunnen we ondertussen schokkende uitspraken doen. Trump moet nog maar bewijzen dat hij een vuist kan maken en met macht om kan gaan.

Was het maar zo eenvoudig; zei ik al; zei Godwin denk ik ook. Waren er maar templates voor Adam, Hitler en Jezus die je als sjabloon zou kunnen gebruiken voor de voorspelling van onze toekomst. Maar zoals Tenzin Gyatso (de Dalai Lama) geen Jezus is (hoewel hij trekken met Hem gemeen heeft), zo is Wilders geen Hitler. En daarmee had Godwin een punt.

Toch kun je leren van het verleden

Daarom is hoop (of angst) net zo min op zijn plaats als relativering van hun impact. Alleen daarom al zou ik (afgezien van alle andere redenen die ik daarvoor heb) nooit op Wilders stemmen. Je weet maar nooit wat macht met hem doet. Maar als je het mij vraagt zou Mark Rutte net zo goed een tweede Hitler (of derde Stalin) kunnen zijn. Langs de meetlat van Hitler zal Rutte best lager scoren dan Wilders (Geert Mak doet zo’n voor mij herkenbare poging in bijv. Historisch Nieuwsblad). Maar wat zegt dat over morgen? De vrachtwagen in Nice kwam ook niet van links of rechts, maar uit het niets en maakte 84 doden. En niemand zag ‘m aankomen.

En dat is precies het probleem van geschiedenis bedrijven en terugkijken om de toekomst te kunnen voorspellen. Natuurlijk vind ik ook dat er nooit meer een tweede Hitler op mag staan. Mede daarom probeer ik zelf op het pad van Jezus verder te gaan en het pad van Hitler te mijden. Maar weet jij hoe het daarmee staat; met het pad dat jij bewandelt; met het pad dat je nog zult bewandelen?

En; hoe staat het er vandaag voor?

Ondertussen gaat het natuurlijk helemaal niet alleen om Hitler, Wilders of Le Pen. Het volk moet de voedingsbodem bieden waarin hun uitspraken wortel kunnen schieten. En die bodem is daar natuurlijk niet zomaar vruchtbaar voor geworden. En Wilders of Le Pen kunnen schreeuwen wat ze willen, maar als ze niet de juiste mensen om zich heen verzamelen, wordt het helemaal niets. Het is de verkeerde man of vrouw op het verkeerde moment en de geschiedenis van Boris Johnson lijkt uit te wijzen dat establishment in kan kapselen tot er niets meer over is van de flamboyante man van weleer. Zal dat ook gelden voor Wilders, Trump en Le Pen; als ze eenmaal aan de macht zullen zijn (als dat ooit gebeurt)? Het verleden duiden is al zo’n probleem! Ik weet niet hoe de toekomst er uit zal zien.

Ondertussen heb ik een gezonde dosis scepsis als het gaat om de betrouwbaarheid van Trump, Wilders e.a.. Ik durf mijn toekomst en die van mijn kinderen niet zomaar in hun handen te geven. Wat dat betreft heb ik relatief meer vertrouwen in Rutte of Buma. Maar krijgen zij mijn volledige vertrouwen?

Het blijft behelpen zolang Jezus nog niet terug is en de aarde werkelijk nieuw mag worden.

Dit bericht werd op 15 januari 2017 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Column

Wat vooraf ging

John H. Walton - The Lost World of Adam and Eve - over een gebroken wereldBegin dit jaar schreef ik een blog over het boek The Lost World of Adam and Eve van John H. Walton dat ik kort daarvoor had gelezen. Ik benaderde het boek destijds met gemengde gevoelens; zowel juichend over nieuwe inzichten (over de gebroken wereld) als kritisch over de lichte overschatting van menselijk kennen in het boek. Dat veranderde nauwelijks toen ik het boek nog een keer doorbladerde ter voorbereiding van een avond met een vriendengroepje. Toen ik het boek tenslotte naar aanleiding van een boek over wetenschapsfilosofie afgelopen zomer nog eens beoordeelde leidde dat hoogstens tot nuancering, maar niet tot nieuwe inzichten.

Het boek liet me niet met rust

Toch liet Walton me niet los. Omdat het boek in een kring van onze kerk opnieuw op tafel lag, heb ik het boek de afgelopen maand daarom nog eens gelezen; nu vanuit de zoekvraag naar de gevolgen van het boek voor het christologische perspectief op theologie. We leven immers in een gebroken wereld. Toch?

God onderweg om orde te scheppen

Hoewel Walton dat inzicht slechts één keer uitdrukkelijk noemt in zijn boek wijkt het Bijbelse verhaal volgens hem op een cruciaal punt af van wat in de omringende culturen gebruikelijk was; namelijk daar waar het gaat om de nabijheid van en de relatie met God (pag. 146v). In Stelling 16 (pag. 149vv) legt Walton uit hoe hij aankijkt tegen schepping, wereld en eschatologie. In Genesis 1 begon God orde aan te brengen in de chaos (dat op zichzelf niet goed of fout is; hoogstens ongeordend) en Hij schakelde de mens in om Hem daarin als beelddrager (door Wright vanaf pag. 175vv onder een vergrootglas gelegd) bij te staan. Dat inzicht van Walton (over de mens als beelddrager) wordt door Van den Brink en Van der Kooi (in hun Christelijke dogmatiek op pag. 241vv) overigens in twijfel getrokken of minimaal genuanceerd.

De rol van de mens

In het paradijs kon de mens nog structureel bijdragen aan de ordening van de chaos; het project dat God volgens Genesis 1 had ingezet en door de mens namens Hem voltooid moest worden. God was Hem daar nog wel nabij. Maar de mens zonder God (of: de uit het paradijs verstoten en van de nabijheid van God buitengesloten mens) blijkt die bijdrage niet meer te kunnen leveren en creëert wanorde (waarin het wel gaat om goed of kwaad) i.p.v. orde.

Over chaos, orde en wandorde

Zoals ik het nu begrijp samengevat:

  • De chaos (non-order) uit Genesis 1 : 2 kent nog geen goed of kwaad.
  • Het voldoet nog niet aan het doel dat God stelde voor zijn ordening (order) van deze chaos (waarvoor hij in eerste instantie de mens mede inschakelde).
  • Los van God (zich ondertussen wel bewust van goed en kwaad) blijkt de mens niet in staat om aan dat project bij te dragen en leidt zijn ordening weg van orde tot wanorde (disorder; aldus krachtig samengevat op pag. 175).

Of in een metafoor samengevat: van ongeordende grondstof (chaos of non-order) kunnen stenen worden gebakken die voor de bouw van een huis worden gebruikt (het creëren van order). Een aardbeving (of kwade wil van mensen) kan van zo’n huis een puinhoop maken (disorder).

En precies hier breekt God als Jezus in op onze werkelijkheid

In de geboorte van Jezus herstelde God de paradijselijke situatie; fundamenteel door Zichzelf te zijn en Zijn nabijheid te herstellen. God zocht die nabijheid telkens opnieuw, maar Abraham, Mozes en het volk wezen het af en bleken niet in staat om de opdracht (de Wet) onafhankelijk van God te voltooien. Er ontstonden telkens opnieuw wanorde en daarmee kwaad in de wereld in plaats van orde. In Jezus doet God een laatste en ultieme poging om dit patroon definitief te doorbreken. In Openbaringen breekt dan eindelijk en definitief door wat Jezus daarmee heeft ingezet: een volledig geordende wereld (pag. 168v). God leek zich te vergissen toen Hij de mens als beelddrager aanwees, maar als beelddragend mens beschaamde Jezus zijn Vader niet.

Toen kwam Jezus ons hinderen

Zoals Willem Jan Otten dat uitdrukt in de titel van één van zijn boeken (Waarom komt u ons hinderen?) blijft die inzet van God in Jezus niet zonder gevolgen voor mensen. Jezus breekt in op onze werkelijkheid door zich als weerloze overmacht (zoals Theo de Boer dat zo mooi noemt in zijn De God van de filosofen en de God van Pascal) te positioneren en als slachtoffer van op zichzelf behoudende machten het kruis niet te ontlopen; alwaar Hij zijn Geest gaf; alweer verlaten van God.

Jezus in een nieuw lichaam

Alleen daarom – omdat hij tot het uiterste heeft aangetoond beelddrager van God te kunnen zijn – ontvangt Jezus het nieuwe lichaam waarmee Hij door deuren heen kan gaan; op basis waarvan Paulus in 1 Cor. 15 zegt dat Zijn opstanding de definitieve doorbraak betekende naar het bedoelde einde dat God voor ogen had. In Hem wordt het nieuwe verbond (waarover bijv. Jesaja spreekt) in de harten van andere mensen (die in Hem geloven als de Messias) geschreven en mogen zij opnieuw deelnemen aan het project waarmee God zijn uiteindelijke doel alsnog bereikt; onomkeerbaar en door onze wanorde alsnog te herschikken tot de orde die Hij wil (aldus N.T. Wright die stelling 19 op pag. 169vv voor zijn rekening neemt).

Wat betekent dit voor ons?

Slechts één keer verbindt Wright deze bedoelde orde expliciet met gerechtigheid (pag. 174). Daar ligt impliciet wel de crux van onze bijdrage aan het project dat Jezus nu definitief afrondt. Jezus geeft niet alleen het goede voorbeeld, maar vraagt om Hem daarin te volgen; in die kwetsbaarheid die ook voor jou en mij kan eindigen aan het kruis; door zonder water bij de wijn (compromisloos) recht te doen in het besef dat aardse machten dat recht niet voor ogen hebben als wij hen in dat recht doen tegenkomen. Aardse machten creëren sociale wanorde (of – zoals ik het zou noemen – rechteloosheid) om zelf aan de macht te kunnen blijven (waar by the way het beelddragerschap van God bij de omringende volken in afwijking van Israël op was gericht; pag. 146).

Wat betekent dit voor mij?

Nu ik het boek met een theologische bril heb gelezen ben ik onder de indruk van de kracht van de eenvoudige trits van non-order, order en disorder en hoe Walton en Wright de Bijbelse verhalen over Jezus voor mij rijker kleuren dan ik voorheen doorhad. Voor mij hebben Walton en Wright (zei ik eerder ook al in mijn blog van augustus j.l.) een nieuwe spanningsboog over de Bijbel heen gelegd. Daardoor worden sommige onduidelijkheden verhelderd en dringt langzaam tot me door waar en hoe ik met Jezus bij kan dragen aan een wereld die volmaakt voldoet in Gods ogen.

De gebroken wereld is doorbroken

Mijn kanttekeningen bij het boek (met name waar het gaat om de zwakke legitimatie voor evolutie vanuit zijn theologische verhaal) blijf ik hebben. Maar die tegenwerpingen vallen in het niet bij de theologische kracht die ik uit vind gaan van dit boek. Er zijn van die momenten in je leven dat je in een paar uur (tijdens een gesprek of door het lezen van een boek) voor jaren werk meekrijgt. Door Waltons interpretatie van non-order, order en disorder heb ik zo’n moment denk ik beleefd.

Ja, we leven in een gebroken wereld. Maar Jezus heeft dat patroon doorbroken. Als κύριος (als Heer van mijn leven of zo je wilt als herder) ondersteunt Hij mij daarbij. In zijn nabijheid kan ik eindelijk weer bijdragen aan het project waarbinnen God orde aanbrengt in de chaos; waardoor Hij onze wanorde opnieuw ordent. Zijn plan met deze wereld wordt eindelijk voltooid.

Dit bericht werd op 20 oktober 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Boeken

Dooremalen, De Regt & Schouten - Exploring Humans - EvolutieHet kostte soms wat moeite om me door de 500 bladzijden Engels heen te worstelen, maar door de energie die ik ervoor terugkreeg in ‘Exploring Humans, Philosophy of Science for the Social Sciences, A Historical Introduction‘ van Hans Dooremalen, Herman de Regt en Maurice Schouten was het meer dan de moeite waard. En het hielp me onder andere om het boek van Walton waarover ik eerder blogde over theologie en evolutie beter te begrijpen.

Waarom lees je zoiets? Ik kreeg het boek van m’n schoonzus die er een scriptie over moet schrijven. Of ik haar misschien een eindje op weg wou helpen? Maar al lezend kwam er weer veel boven uit m’n studententijd; over de overmoed waarmee wetenschappers hun conclusies soms doortrekken naar gebieden waar ze te weinig kaas van gegeten hebben om er werkelijk iets over te kunnen zeggen (hoe goed ze op hun eigen wetenschapsgebied misschien ook mogen zijn; wat ik weer niet goed kan beoordelen, omdat ik niet goed genoeg ben ingevoerd in hun specialisme). En langzaam kwamen ook weer de herinneringen boven aan het taaie werk dat ik voor mijn afstudeerscriptie verrichtte; om de vraag te beantwoorden of computers kunnen denken.

De regel als uitzondering

Niet voor niets gaf ik mijn scriptie destijds de titel ‘De uitzondering als regel‘ mee. Ik geloofde na al mijn speurwerk niet meer in een set met regels die alle vragen konden beantwoorden. Sterker nog, dacht ik toen: als je antwoord wilt geven op dergelijke vragen, dan doe je er beter aan om op basis van de uitzonderingen die je tot vandaag tot je beschikking hebt voorlopige antwoorden te formuleren die bij elke uitzondering (lees in mijn ogen van toen: elk nieuw feit) wellicht opnieuw moeten worden herzien. Mijn antwoord op de vraag van destijds (of computers kunnen denken) was destijds dan ook: het hangt er maar van af wat je denken noemt; of computers dat wel of niet kunnnen: denken.

Ondertussen zijn we 25 jaar verder en las ik dus ‘Exploring Humans‘ en bleek het de eerste 400 bladzijden een feest van herkenning te zijn. Tot zover niets nieuws in 25 jaar. Dat was goed nieuws voor mij, want op die manier hoefde ik me niet bij alles tot het uiterste in te spannen om het betoog te kunnen volgen. Maar op een gegeven moment verlangde ik natuurlijk wel naar wat nieuws; mens als ik ben met angstig verlangen naar nieuwe dingen en inzichten. En dat was er gelukkig ook.

The Lost World of Adam and Eve’ van John H. Walton; over theologie en evolutie

En ik besloot om mijn blog over het boek van John H. Walton (‘The Lost World of Adam and Eve‘) nog eens kritisch door te nemen:

  • Walton leest Genesis (het verhaal over de schepping) anders dan ik gewend was vanuit mijn opvoeding en hij legt uit waarom hij niet meer uit de voeten kan met een letterlijke interpretatie van Genesis; afgezien van de context van toen en bekeken door de bril van onze cultuur. Zijn verhaal klinkt als het verhaal dat Dooremalen et al. vertellen over de taalspelen van Wittgenstein. Ieder taalspel heeft zijn eigen regels en alleen als je de regels van een taalspel kent, kun je die taal leren spreken en begrijpen. Als je de Bijbel wilt begrijpen, doe je dat niet door de taal van destijds te vertalen naar de taal van vandaag, maar door je vast te bijten in de regels van het taalspel dat destijds werd gesproken. Zo’n inzicht helpt me om de Bijbel anders te gaan lezen en te begrijpen waar Walton heen wil.
  • Om zijn kennis van het taalspel van destijds te verbreden, leest Walton niet alleen de Bijbel, maar ook de teksten uit omringende culturen. Dat biedt nieuwe perspectieven die de teksten van Genesis in een heel ander daglicht plaatsen. Walton valt daarbij niet in de valkuil van de theologen uit de jaren ’60 die de Bijbel gingen lezen vanuit die andere taalspelen. Walton leest de Bijbel als een tekst die gelijkwaardig is aan andere gevonden teksten uit die zelfde periode en probeert op basis van overeenkomsten en afwijkingen tot een evenwichtige, maar toch nieuwe interpretatie van Genesis 1 t/m 3 te komen. Hij zoekt en trekt voorlopige conclusies. Zelf vind ik dat hij dat te weinig doet vanuit het besef dat hij slechts de beschikking heeft over een beperkte hoeveelheid teksten (er zijn maar weinig teksten gevonden en we weten niet of die teksten representatief zijn voor wat destijds allemaal nog meer is geschreven). Morgen kan een tekst worden gevonden waaruit blijkt dat de interpretatie van Walton op losse schroeven staat.
  • In ‘Exploring Humans’ wordt het (neo-)pragmatisme van Peirce, James, Dewey en Rorty behandeld. Volgens Dooremalen et al. zet dat de traditionele wetenschapsfilosofie op losse schroeven. Daarin gaat het over de vraag of wetenschap een correcte weergave geeft van de werkelijkheid en zelfs de waarheidsvraag komt aan de orde. Over de volle breedte van de ‘oude’ wetenschapsfilosofie worden op basis daarvan harde conclusies over de wetenschap getrokken: wetenschap is geen waarheid en er kan om meerdere redenen niet (lees: nooit) worden bewezen dat wetenschap de werkelijkheid correct weergeeft. Het pragmatisme doet met de wetenschapsfilosofie wat de wetenschapsfilosofie altijd met de wetenschap heeft gedaan: het zet de uitgangspunten van de wetenschapsfilosofie op losse schroeven. Het zou bij de beoordeling van wetenschap niet moeten gaan om waarheid of correcte referentie, maar om bruikbaarheid. Wetenschap heeft waarde zolang het werkt. Als ik op die manier – er vanuit gaande dat theologie ook een (sociale) wetenschap is – het verhaal van Walton een half jaar na lezing opnieuw probeer te beoordelen, dan concludeer ik dat zijn verhaal voor mij werkt. Walton interpreteert het verhaal van Genesis als het aanbrengen van orde in de wereld en het verhaal in de hele Bijbel als de voortgaande arbeid van God om die orde te voltooien; ondanks de tegenwerking van de mens. Vandaag verbind ik die orde met rechtvaardigheid en meer dan voorheen kom ik in de Bijbel – ook in de context van heel bekende teksten – rechtvaardigheid tegen die de Bijbel nu voor mij op een andere manier kleurt dan voorheen. De wanorde van Genesis en hoe God daar orde in aanbrengt helpt me om God meer zeggenschap te geven in mijn leven.
  • Ondertussen vind ik de conclusie van Walton – dat wetenschappelijke evolutie niet strijdig is met het verhaal van genesis – nog steeds overbodig en versterkt lezing van ‘Exploring Humans‘ dat gevoel. Ten eerste is ook hier sprake van twee taalspelen; die van theologie en die van natuurwetenschap (ook als daarin evolutionaire beginselen worden gebruikt). Na ‘Exploring Humans‘ vind ik het bovendien juist zo’n verademing dat we het niet meer over waarheid of over correcte referentie hoeven te hebben. En dan komt daar toch weer via een achterdeur de waarheidsvraag aan de orde: of toepassing van evolutionaire beginselen in de wetenschap terecht is of niet. Ik kan die vraag niet beantwoorden, omdat ik daarmee het ene taalspel (wetenschap) vanuit het andere taalspel (theologie) zou moeten beoordelen (alsof ik in staat zou zijn om beide taalspelen tegelijkertijd te spreken en te interpreteren). Ik wil die vraag niet beantwoorden omdat ik na het pragmatisme niet meer zo nodig hoef vast te stellen of wetenschap waar is of – iets minder hoogdravend afgestemd – een correcte weergave van de werkelijkheid geeft of niet. Voor de beoordeling van de toepassing van evolutionaire beginselen in de wetenschap heb ik dankzij het pragmatisme andere hulpmiddelen tot mijn beschikking: of het werkt of niet. En als het werkt mag het in tegenspraak lijken met de verhalen die in de Bijbel staan. In Bijbel en theologie gaat het om andere taalspelen dan in de wetenschap. Ik kan wetenschap niet legitimeren vanuit Bijbel of theologie. Sterker nog: ik hoef het niet. En dat vind ik zo’n heerlijke bevrijding!
  • Ondertussen kunnen theologie en wetenschap – ook als het over vragen rondom schepping en evolutie gaat – wel van elkaar leren; las ik in ‘Exploring Humans‘. Theologie en wetenschap hoeven zich niet competitief ten opzichte van elkaar te verhouden. Wetenschappelijke studie van de Bijbel en omringende culturen kan inzichten bieden die evolutionair gedreven wetenschap kan versterken en/of kan nuanceren. En andersom kunnen wetenschappelijke inzichten onze interpretatie van de Bijbel nuanceren, zodat we er nog beter mee uit de voeten kunnen dan zonder wetenschap. Het kan verhelderend werken om je (tijdelijk) te bewegen in het ene taalspel om vervolgens in het andere taalspel nieuwe inzichten te kunnen bieden. Bij Walton gaat het uiteindelijk om de waarheidsvraag. Als hij die vraag los zou laten zouden evolutionaire inzichten hem wellicht kunnen helpen om zijn theologie verder aan te scherpen. Dat lijkt me voor Walton een gemiste kans.

Kennis veroudert snel

De inzichten van Dooremalen et al. confronteren me overigens wel met mijn beperkte vermogens. In 1992/93 verdiepte ik me in het wereldje van Kunstmatige Intelligentie. De smaakmakers van destijds leven niet meer of je hoort weinig meer van hen. De nieuwe smaakmakers heb ik nooit gelezen en over nieuwe inzichten in (kunstmatig) denken heb ik weinig of geen kennis. De vraag of computers kunnen denken kan ik daardoor niet meer beantwoorden. Ik weet domweg niet meer wat werkt en wat niet. Ik geloof niet dat ik mijn brein ben (zoals bijv. Dick Swaab met grote woorden beweert). Na lezing van ‘Exploring Humans‘ herken ik een reductionistisch uitgangspunt in de ideeën van Swaab en volgens Dooremalen et al. werkt dat niet. Zijn wetenschappelijk onderzoek zal ongetwijfeld werken (in de pragmatische zin van het woord), maar ik weiger aan te nemen dat ik daarom alleen maar mijn brein zou zijn en ik hoef dat niet. Wat een opluchting!

Je kunt zoveel nieuwe mogelijkheden laten liggen…

Zou Swaab daarom zijn wetenschappelijk onderzoek niet meer mogen doen (zolang het werkt)? Zouden evolutionisten – om het onderwerp van dit blog voor een laatste keer opnieuw op te vatten – omdat hun wetenschappelijke uitgangspunten in tegenspraak met de Bijbel lijken te zijn hun wetenschappelijk onderzoek vanuit andere uitgangspunten moeten organiseren? Ik zie na ‘Exploring Humans‘ geen enkele goede reden om dat van wetenschappers te vragen; zolang zij net als theologen en leken open blijven staan voor nieuwe inzichten; die kunnen helpen om hun wetenschappelijk onderzoek te verbeteren; en als zij zich iets minder vrij- of overmoedig mengen in de publieke discussie en zich daarmee begeven op gebieden waar hun inzichten minder relevant of bij nader inzien zelfs irrelevant blijken te zijn. Het taalspel van een natuurwetenschapper is – overigens terecht – een andere dan die van een theoloog; en die weer dan die van een leek. Ieder die zich begeeft op het gebied van de ander doet er goed aan om zich te verdiepen in het taalspel van die ander en dat taalspel niet te beoordelen vanuit zijn eigen vertrouwde taalspel. Want als je de wereld alleen beoordeelt vanuit je eigen taalspel, ontloop je nieuwe inzichten en doe je jezelf als leek, als theoloog of als wetenschapper tekort, maar jaag je ook de ander tegen je in het harnas (Levinas gebruikt daarvoor grote woorden als geweld: als je de ander vanuit je eigen taalspel probeert te be-grijpen).

Voor mij is de uitzondering nog steeds de regel

Nog steeds blijft daarmee mijn overtuiging dat de uitzondering de regel is. Door je te verdiepen in andere taalspelen doe je nieuwe uitzonderingen op die je kunnen helpen om je eigen overtuigingen – waarin je volgens Nietzsche als in een gevangenis gevangen zit – te verrijken en nieuwe inzichten op te doen. Dat blijkt alleen al uit het laatste voorbeeld dat ik nu ervaar. Als ik ‘Exploring Humans‘ tijdens het schrijven van mijn afstudeerscriptie tot mijn beschikking gehad zou hebben (toen was ‘Exploring Humans‘ nog niet geschreven), zou mijn scriptie er anders hebben uitgezien. Tegelijkertijd constateer ik dat daarin nog steeds geen sprake is van een schokkende revolutie (zoals Thomas S. Kuhn dat zou noemen; hoewel ook zijn theorie volgens Dooremalen et al. op basis van het pragmatisme overbodig wordt), want de uiteindelijke conclusie van Dooremalen et al. lijkt heel erg op de consequenties van de aspectenleer van Dooyeweerd (zoals nog steeds wordt uitgedragen door de beweging van de Reformatorische Wijsbegeerte) die ik tijdens het schrijven van mijn scriptie wel tot mijn beschikking had. Kortom: dingen veranderen minder snel dan je zou verwachten (of soms zou hopen).

Ondertussen helpt ‘Exploring Humans‘ me wel om vanuit verschillende invalshoeken naar geloof, wetenschap en leven te kijken en dat ervaar ik als meer dan winst.

Paulo Coelho - De alchemist

Prachtig verhaal van futloze schrijver

Het heeft wel wat weg van A.F.Th. van der Heijden; die geniaal kan schrijven, maar bij tijden prullen produceert. Bij Paulo Coelho is dat overigens nog erger. Na ‘De alchemist‘ heb ik nog een paar keer geprobeerd boeken van hem te lezen en het was van erger tot vreselijk wat ik daardoor onder ogen kreeg. Zo las ik De beschermengel, maar – als dat al zou kunnen – dat is nog groter prutserij dan het boek van James Redfield; of zoals ik het karakteriseerde: flinterdun geleuter dat voor filosofisch verhaal door moet gaan; niks dus; helemaal niks.

Maar in ‘De alchemist‘ laat Coelho zich van een heel andere kant zien. In dat boek leidt het flinterdunne geleuter – dat het soms ook is – niet af van het kernverhaal; dat geniaal is wat mij betreft. Ik ben zelfs bijna geneigd om te zeggen dat Jezus zelf het verhaal – als je de dunne tussenstukken eruit verwijdert – verteld zou kunnen hebben; als gelijkenis. Een herder in Spanje heeft een droom over een schat en luistert naar die droom, verkoopt zijn schapen en gaat op reis. Na de hindernissen onderweg bereikt hij midden in een woestijn de plek uit zijn droom en gaat aan het graven. Tijdens dat werk – midden in de nacht – wordt hij overvallen door rovers. En juist op die plek in gesprek met de rovers ontwikkelt zich de crux van het verhaal; die ik niet onthul, omdat je het boek anders wellicht ongelezen zou laten liggen; en dat zou zonde zijn; echt!

Lees verder »

A.F.Th. van der Heijden - De ochtendgaveA.F.Th. is mijn held

Ik heb het vaker gezegd: A.F.Th. is een begenadigd schrijver, maar stelt toch vaker teleur dan ik graag zou willen; nu opnieuw met ‘De ochtendgave’.

Na Schervengericht was ik al definitief fan geworden van Van der Heijden. Het verhaal “De eenzaamste twintig minuten uit de geschiedenis van de mensheid” dat zich middenin dat boek ontspint is intens en meeslepend verteld. Die intensiteit versterkt het toch al geniale verhaal dat A.F.Th. vertelt over Roman Polanski wiens vriendin in de jaren ’60 werd vermoord.

Na 2012 – toen ik het verhaal over dit boek schreef – is er wel iets veranderd. Na 2012 schreef Van der Heijden nog zo’n intens, maar hopeloos verhaal: Tonio; naar aanleiding van de dood van zijn eigen zoon. Dat boek verpletterde me om zoveel uitzichtloos verdriet. En het beangstigde me: zou A.F.Th. dan nooit meer iets schrijven; zoals hij in ‘Tonio’ telkens herhaalde?

Maar gelukkig: eerst verscheen hij na jaren van verbeten en verdronken verdriet bij ‘College Tour‘ en kort daarna verscheen De Helleveeg. Ik vond het – lees ik nu terug in m’n blog – een goed boek; herkenbaar en daardoor aangrijpend. Ik hoopte op meer en op weer zoiets als ‘Schervengericht‘.

Met ‘De ochtendgave’ schrijft hij echter opnieuw middelmatig

Met ‘De Ochtendgave‘ is A.F.Th. echter teruggekeerd naar het niveau van Drijfzand koloniseren of De liefdesbaby. Voor de eerste helft van het boek heeft hij het ‘Erotisch woordenboek‘ van Hans Heesterman opengeslagen en er een verhaaltje omheen gebrouwen; afschuwelijk banaal en platvloers. Daarna ontspint zich een verhaal dat gaat over het door Fransen bezette Nijmegen van 1672 – 1674. In dat deel van het boek werd het toch nog een klein beetje interessant en las ik het boek zelfs met genoegen uit. Maar al met al zou ik ‘m – als ik dit geweten had – lekker in de winkel hebben laten liggen.

A.F.Th., ik blijf je volgen, maar alsjeblieft: schrijf weer iets moois; iets van waarde; een monument waar we in Nederland niet meer omheen kunnen!

Dit bericht werd op 3 mei 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken

Matthew Jacoby - Deeper Places - Experiencing God in the Psalms - PsalmenDe Psalmen

Een maand geleden schreef ik in het kader van het thema ‘Wandelen met God’ voor ‘Open Kaart‘ (Orgaan van Johannes Calvijn dispuut der C.S.F.R.) een kort artikel met de titel ‘Torens van gebroken verlangen’; onder andere over de Psalmen. De torens in het artikel refereren aan ziggurats, waarmee tijdgenoten van Abraham hun verlangen naar God uitdrukten; torens, waarmee zijn tijdgenoten wilden zeggen: “God, wij verlangen naar uw aanwezigheid in ons midden en bouwen alvast een klein stukje naar u toe om dat verlangen uit te drukken”. De toren van Babel moet ook zo’n ziggurat zijn geweest; wel een van de verkeerde soort; waarmee de bouwers uit wilden drukken dat ze Gods Koninkrijk op aarde wilden hebben, maar – zoals U2 het uitdrukte in ‘Wanderer‘ – “they didn’t want God in it”.

Daar sloeg het woordje gebroken overigens niet op; in de titel van mijn artikel. De gebrokenheid sloeg op de wereld waarin dat verlangen maar al te vaak ontstaat. Die wereld toont zich aan alle kanten gebroken en het is precies die combinatie van verlangen en gebrokenheid waarover Matthew Jacoby in zijn ‘Deeper Places’ schrijft. Matthew Jacoby is leadzanger in de band ‘Sons of Korah’ die net als ‘Psalmen voor Nu’ de Psalmen hertaalt naar hedendaagse muziek. En over die Psalmen heeft hij nu ook een boek geschreven.

Deeper Places‘ geeft eindelijk de aandacht aan de Psalmen die ze verdienen. Op de berijmde Psalmen was ik al uitgekeken toen ik ze nog elke zondag zong. Voor mij klopten ze niet met wat ik in de originele Psalmen las, maar daardoor raakte het origineel ook een beetje onder het stof. Ergens vermoedde ik een enorme rijkdom onder dat stof, maar het lukte maar niet om erbij te komen; totdat ik dit prachtige boekje van Matthew las en een lezing van hem bezocht. Naast de enorme breedte van de psalmen – van diepe aanklacht tot intense verwondering – raakte het mij vooral dat je geloof en gevoel – hoewel ze soms mijlenver uit elkaar lijken te liggen – naast elkaar mag laten staan.

Lees verder »

Dit bericht werd op 25 april 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Artikel, Boeken, Gedicht

Neal Morse - TestimonyNeal Morse - Testimony 2Neal Morse - Testimony (book)

Het ‘Testimony’ van Neal Morse

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: ik ben geboeid door mensen die van niets iets zijn gaan geloven; of ze nu schrijven, muziek maken of gewoon als mens in mijn directe omgeving zichzelf zijn. Het verbaast me elke keer weer, als ik de verhalen hoor van Willem Jan Otten, Brian ‘Head’ Welch, Neal Morse of Arthur. Ik ga er niet harder of beter door geloven, maar hun verhalen inspireren me om verder te zoeken; voorbij de menselijke maat naar wat God voor ons in petto heeft.

Met ‘Testimony‘ heeft Neal Morse de afgelopen 2 decennia de juiste muziek gevonden om dat uit te drukken en tegelijk met zijn tweede album met die titel verscheen ook het boek ‘Testimony, The Inspirational and Spiritual Journey of a Prog Rock Musician‘. Zoals eerder gezegd: ik ben gevoelig voor taal. Taalkundig gezien is het geen literatuur; dit boek. Maar het verhaal zelf is sterk genoeg om zelfs in deze vorm aan te kunnen spreken.

Als ik het boek kort samen zou moeten vatten, zou dat erop neerkomen dat Neal niet werd opgevoed met God, maar Hem – zonder echt te weten om wie het ging – toch al vroeg leerde kennen. Recent was Neal nog in Nederland en Duitsland voor een beperkte worshiptour. Ik bezocht één van de concerten in een naschoolse opvang in Vleuten (of all places). Daar vertelde hij nog eens over het gebed dat hij ooit richtte tot het universum; om inspiratie voor zijn muziek. Inspiratie kreeg hij toen nog niet van God, maar God voegde Hem – uitgedrukt in de woorden van Neal Morse – toe: “Stop it; calling me universe; call me God!”.

Lees verder »

Dit bericht werd op 18 april 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Boeken, Gedicht, Muziek

Victor ten Hove - Ongeschreven wetten - Roman van een Haagse insider over ambtenaren en ministersHet gestuntel van Van der Steur in het Haagse

Toen ik afgelopen week het gestuntel van Van der Steur probeerde te volgen, kon ik niet voorkomen dat ik dat deed met de ogen van Victor ten Hove. Recent las ik zijn boek ‘Ongeschreven wetten‘ over een zojuist ingesteld ministerie van justitie in het Haagse en ik kon me de afgelopen week niet aan de indruk onttrekken dat de ambtenaren van Van der Steur hem deze week wilden zien vallen; zoals eigenlijk minister Vergoor van dat nieuwe ministerie van Veiligheid had moeten vallen; door het geklungel van zijn ambtenaren, het gehele geïnfiltreerde politie-apparaat en nog heel veel meer.

Hoe komt de beste man erbij; dat hij informatie van de FBI gekregen zou hebben? Die informatie kreeg hij van zijn ambtenaren en je maakt mij – na lezing van ‘Ongeschreven wetten‘ – niet wijs dat zij niet wisten dat die informatie niet van de FBI, maar bij de politie van New York vandaan kwam; als het daar zijn bronnen al had; die informatie.

Het moet daar één grote slangenkuil zijn; op het Haagse pluche. Kamerleden laten graag de indruk achter dat zij door allerlei partijen worden be-lobby-d, maar ze be-lobby-en elkaar en samen met het ambtelijke apparaat vormen ze één grote lobby-ende kliek. Niemand is daar veilig; al helemaal niet de minister die voor alles verantwoordelijk is; hoewel hij er anno 2016 steeds minder voor verantwoordelijk wordt gehouden. In België is het nog erger: daar dienen twee ministers (naast de minister van BiZa ook – sic – de minister van justitie) hun ontslag in en wordt hun ontslag hen Nota Bene geweigerd!

Kortom: het boek ‘Ongeschreven wetten‘ is één grote bevestiging van waar je al je hele leven bang voor bent; dat niemand, maar dan ook echt niemand in het Haagse te vertrouwen is. Dat hun korte termijnen uiteindelijk ten koste gaan van onze lange termijn. Niet alleen Wilders speelt dat spel (hoewel hij het het beste speelt), maar ieder volksvertegenwoordiger of minister doet het: zieltjes winnen om een volgende keer opnieuw op het pluche te kunnen belanden. Alleen de uitzonderingen lijken deze regel te bevestigen. De anderen houden hun dubieuze rol angstvallig buiten beeld.

Lees verder »

Dit bericht werd op 3 april 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , ,
Categorieën: Boeken, Politiek, Werk

Lee Ezell - Niemand die met mij huildeIk ben normaal niet zo van die evangelische boekjes, waarin mensen vertellen over hoe God Zijn weg met de schrijver ging. Maar toen een vriendin me vroeg om dit boekje te lezen, heb ik het na lang aarzelen (er is zoveel te lezen!) toch maar gedaan. En daar heb ik geen spijt van.

Vrouw wordt geslagen door haar vader en verkracht door een collega. Ze voelt zich weerloos en verlaten en het lijkt logisch om te denken dat ze er alleen voor staat, als ze zwanger blijkt te zijn. Opnieuw vlucht ze weg; eerst weg bij haar vader; nu weg bij haar moeder. En waar ze belandt, wordt ze opnieuw bedreigd door een oude man. Ondanks al die tegenslagen blijken er gelukkig ook veilige plekken te zijn op aarde. Daar wordt het kind geboren dat ze direct afstaat voor adoptie. Maar vanaf de eerste bladzijde weet je dat datzelfde kind op zoek gaat naar haar moeder…

Er zijn helaas meer mensen die een verhaal van ellende kunnen vertellen en ook het verhaal van Lee Ezell raakte me diep. Zoiets gun je niemand, want ook het verhaal over de wederopbouw na de afbraak leidt niet langs gebaande wegen. Als dingen kapot gaan, gaat het zelfs na de kennismaking met God allemaal niet vanzelf. Daar kunnen meer mensen van getuigen. Wat maakt het verhaal van Lee Ezell dan toch zo bijzonder?

Lees verder »

Dit bericht werd op 20 maart 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Boeken

John H. Walton - The Lost World of Adam and EveIn zijn boek ‘The Lost World of Adam and Eve‘ schrijft en suggereert John H. Walton – aan het einde van het boek het meest uitdrukkelijk – dat Augustinus (overigens evenals andere kerkvaders) ons wel eens op het verkeerde been gezet zou kunnen hebben. Maar de criteria die hij daarvoor aanlegt zijn grotendeels net zo goed op Augustinus als op hemzelf van toepassing. Als Augustinus ons op het verkeerde been gezet heeft, zullen we er vroeg of laat achterkomen dat Walton ons net zo goed op een ander verkeerd been – het been van wetenschappelijke evolutie – heeft gezet.

Zonde van de aankoop dus? Welnee! Het was een kostelijk boek om te lezen en hoewel zijn inzichten over 20 of 50 jaar ongetwijfeld als achterhaald terzijde geschoven zullen worden (Augustinus heeft het overigens wat – sic – langer volgehouden), heeft het voor vandaag heel veel te zeggen wat hij schrijft; is mijn mening.

Maar wat zijn die inzichten van Walton dan? Samengevat komt het verhaal van Walton erop neer dat het verhaal in de Bijbel zijns inziens ruimte laat voor (lees niet: bewijzen biedt ter ondersteuning van) hedendaagse wetenschappelijke inzichten; ook als het over evolutionaire inzichten gaat. Hij ondersteunt dat met goede argumenten en werpt met zijn betoog nieuw licht op de rol van God en mensen in deze wereld; vooral mooi, verhelderend en licht.

Lees verder »

Dit bericht werd op 22 januari 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken