De grote wereld volgens A. den Doolaard - In augustus 2021 las ik het boek 'Kleine mensen in de grote wereld' van A. den Doolaard.
A. den Doolaard – Kleine mensen in de grote wereld

Voor de oorlog

De grote wereld, die A. den Doolaard beschrijft in zijn boek ‘Kleine mensen in de grote wereld’ (dat ik afgelopen zomer las in Oostenrijk), liet me maar weer eens zien dat ik eigenlijk geen idee heb over de periode van vlak na de oorlog. Ik vermoedde vaag dat het allemaal niet OK was, maar dat het zo erg was…

Den Doolaard

Afgezien van wat je ervan leert is het (nog steeds) een page turner. Want Den Doolaard kan vertellen (dat wist ik al dankzij zijn boeken ‘Wampie’ (https://www.lelij.com/2009/09/a-den-doolaard/) en ‘Londen en de zaak Van ’t Sant’ (https://www.lelij.com/2009/06/a-den-doolaard-2/), maar dit boek steekt daar nog een keer met kop en schouders bovenuit.

Frankrijk

Het boek bestaat uit 3 verhalen. Het eerste verhaal gaat over de armoede van de arbeiders in Frankrijk van na de oorlog. Het communisme, laat Den Doolaard zien, tierde niet voor niets welig in Frankrijk. Maar het loste allemaal niets op; dat communisme. En het christendom trouwens ook niet, want in het verhaal ontrolt zich een moeizame relatie tussen een arbeider en een priester die zich ontwikkelt zoals dat in de film ‘The Mission‘ van Roland Joffé ook gebeurde: het eindigt hopeloos.

Duitsland

Het tweede verhaal gaat over een journalist die naar Duitsland reist. De armoede raakt hem, maar helpen kan hij niet. Mensen gingen in die periode in dat land dood van de armoede en niemand die er echt iets aan kon doen. Natuurlijk waren er de vrijwilligers, maar hun hulp was als een druppel op een gloeiende plaat.

Amerika

Dan maar naar Amerika; waar het toch goed zou moeten gaan? Maar ook daar sluimert onder de welvaart een diepe onvrede en voor idealisme lijkt geen plaats.

Leerzaam en aangrijpend

Al met al geeft Den Doolaard daarmee een nogal cynische kijk op zijn tijd. De twijfel aan God die door het boek heen sijpelt klinkt als de voorbode van lieden als Wolkers en ’t Hart; typisch jaren vijftig. Maar de dilemma’s die hij schetst zijn tijdloos en herkenbaar.

En niet onbelangrijk: wat kan die man schrijven zeg!

Dit bericht werd op 6 oktober 2021 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , , , , , ,
Categorieën: Boeken
De tirannie van verdienste en neoliberalisme

Ik ben helemaal klaar met het neoliberalisme. De VVD legde het de afgelopen decennia als een koude deken over Nederland. Maar de VVD stond daar niet alleen in. CDA droeg daar uitdrukkelijk aan bij. En ook de PvdA beleed een – weliswaar milde – vorm van neoliberalisme.

Complottheorieën

Voordat je me nu in het verkeerde hokje plaatst: ik moet helemaal niets hebben van Geert, Thierry en dat soort gespuis. En ik voel me al helemaal ongemakkelijk als ik in mijn directe omgeving met complottheorieën te maken krijg. Voorheen weldenkende mensen geloven er ineens in dat Gates kwaad wil en dat er embryo’s in vaccins worden gestopt. Anne Applebaum doet in De schemering van de democratie uit de doeken welke onzin daarvoor rondgepompt moet worden. Via trollennetwerken en andere vage sites belandt er een hoop vuil op onze netvliezen. Nee. Daar wil ik niet aan meedoen. En zelfs in de verste uithoeken van m’n zijn is er niets dat aanslaat bij deze verhalen.

Socialisme

Maar wat dan wel? Want zoals ik hierboven al zei: Een PvdA lijkt al jaren overgoten met het zelfde sop. Rechts van het huidige midden lijkt het allemaal één pot nat. En ook Lodewijk Ascher – hoe sympathiek ik hem ook vind – heeft niet gezien dat het fout ging bij de Belastingdienst. We weten het ondertussen allemaal: De PvdA is allang de partij van de arbeiders niet meer. Het zijn intellectuelen die denken arbeiders te kunnen vertegenwoordigen. Maar ze zijn het zelf nooit geweest (Wim Kok uitgezonderd, want zelfs vadertje Drees was gepromoveerd). Laat ik het maar zeggen zoals het is: in Nederland voel ik me politiek eigenlijk nergens thuis. Toch herken ik veel in het socialisme dat Tony Judt in Het land is moe beschrijft; socialisme als gelijkwaardige medemenselijkheid.

De tirannie van verdienste

Ik was blij dat ik afgelopen periode het boek De tirannie van verdienste van Michael J. Sandel las. Sandel benoemt wat al jaren in mijn hoofd broedde, maar nooit echt vaste vorm wist aan te nemen. We leven in een land (in een wereld), waarin geld beter loont dan werk. We leven in een land waar intellectuelen voorrang hebben boven arbeiders; omdat intellectuelen denken dat ze dat verdiend hebben. Maar ongewild diskwalificeren intellectuelen daarmee de anderen die toevallig minder verstand hebben gekregen dan zij. Nu ja: IQ-verstand, want sociaal IQ bezitten die intellectuelen natuurlijk in gelijke mate als iedereen. Over het algemeen verdient een intellectueel meer dan iemand die niet heeft gestudeerd. Is dat wel redelijk? Dat is de kromme terreur van verdienste. Want IQ verdien je niet. Die heb je ontvangen.

Populisme

Sandel oriënteert zich op de situatie in Amerika. Nederland valt hierbij in meerdere opzichten in het niet. De Amerikaanse droom – van een dubbeltje kun je een dollar worden – is nergens zo onwaar als in Amerika zelf. Tony Judt toonde dat al aan: sociale mobiliteit is nergens zo laag als in Amerika. In Nederland is die mobiliteit hoger en is de toegang tot universiteiten en hogescholen opener dan in Amerika. Maar ook hier geldt dat je thuis en op de universiteit hard moet knokken om te overleven; als je begint met een achterstand. En dat is waar volgens Sandel het populisme om de hoek komt kijken. Het volk voelt dat aan en gelooft niet meer in de droom die door de elite wordt gepredikt.

Hun banen staan op de tocht, hun werk wordt niet gewaardeerd en populisten spelen hierop in. Zij kanaliseren de onvrede door die op andere bevolkingsgroepen te projecteren; op Marokkanen, homo’s of immigranten. Maar voor je het weet beweeg je naar de verkeerde kant van de geschiedenis. Van de Beek wijst in Te veel gevraagd? op het verleden waarin moslimhaat vaker omsloeg in antisemitisme. Populisten wijzen zonder gêne zondebokken aan en René Girard heeft in De zondebok aangetoond wat er dan mis kan gaan.

Wat is het alternatief voor verdienste en neoliberalisme?

De macht van geld en status is na de Tweede Wereldoorlog vervangen door de macht van kennis en intellect. Maar meer dan stuivertje wisselen is het niet geweest. Want of je nu geboren wordt in een kasteel of met verstand in je kop: het is volstrekte willekeur. Maar hoe dan wel?

In zoveel woorden zegt Sandel dat intellectuelen er goed aan doen om te leven vanuit het besef dat verstand een geschenk is. Daar kun je geen rechten aan ontlenen.

Ten tweede – en hier komt het neoliberalisme in beeld – mag de moraal van de alles oplossende markt overboord. Die lijkt neutraal, maar heeft alle solidariteit dood geslagen. Als socialistische intellectuelen werkelijk bij willen dragen aan een gelijkwaardige wereld, zouden ze arbeid moeten belonen. In het afgelopen jaar bleek het wonderwel ook ineens mogelijk; om niet te investeren in bijstand – zoals in Amerika – maar in behoud van werk.

Ten derde mag winst op geld best zwaarder worden belast. Niemand is erbij gebaat als negatief risico van belastinggeld (van de werkenden) wordt betaald. Banken en investeerders hebben die risico’s genomen en moeten daar ook voor opdraaien. Sandel toont aan dat banken met hun virtuele producten tegenwoordig geld aan de reële economie onttrekken. Banken – is zijn idee – moeten worden beloond als ze investeren in innovatie van de reële economie. En ze moeten worden gestraft als ze risicovolle producten ontwikkelen om virtueel geld te vermeerderen.

Ik ben helemaal klaar met het neoliberalisme

In wisselende samenstellingen hebben CDA, VVD en PvdA een koude deken van ieder-voor-zich over Nederland uitgerold. Balkenende – en hij bedoelde het waarschijnlijk goed – riep op tot het nemen van verantwoordelijkheid. Vandaag zegt Rutte dat nog steeds, maar als je die verantwoordelijkheid onverhoopt niet (meer) kunt nemen, kun je tegenwoordig stikken. Deze partijen hebben de focus van verantwoordelijkheid verlegd van gemeenschappen naar individuen. En bijna iedereen die het verstand mist om aan een universiteit of hogeschool te kunnen studeren, trekt altijd aan het kortste eind.

Het debâcle van het neoliberalisme

Langzaamaan begint zelfs de VVD van Rutte te beseffen dat de markt niet alles oplost. In tijden van Corona wordt zichtbaar dat de markt helemaal niets oplost. Ja: de rijken worden steeds rijker en de armen relatief steeds armer. Maar dat is niet de reden voor de VVD (en het CDA) om het neoliberalisme van de afgelopen jaren te willen nuanceren. De reden is overduidelijk dat de markt COVID19/20 niet opruimt. Het volk heeft 40 jaar onder neoliberalisme gezucht. En het zegt nu dat het vrij is om zelf te beschikken over eigen lot; waarbij ze te vaak uit het oog verliezen dat hun eigen lot is verbonden met dat van alle anderen.

Hoe verder?

Iedereen heeft recht op waardering voor de bijdrage die hij of zij levert aan de maatschappij. Als intellect leidend blijft voor succes, onthouden we de anderen daarmee een waardigheid die zij nodig hebben om energiek bij te kunnen dragen aan de gemeenschappen waar zij onderdeel van zijn.

De eerste christelijke gemeente leefde samen (lees Handelingen 2 : 43 – 47). Let wel: ik ben geen conservatieve revisionist. Maar hoe zouden we die gelijkwaardigheid vandaag handen en voeten kunnen geven? Dan zullen we in dit land (in deze wereld) morele besluiten moeten nemen; over wat we willen belonen en wat we af willen straffen.

Geld moet worden belast, tenzij het op eigen initiatief wordt gedeeld waardoor het kan bijdragen aan gemeenschap en solidariteit.

De druk moet van het werk. Waarom werken we zo hard? van Govert Buijs is wat dat betreft een aanrader.

En werk moet beter worden beloond, zodat er ruimte komt om bij te kunnen dragen aan waardevolle gemeenschappen. De coalitie tussen de terreur van verdienste en neoliberalisme heeft lang genoeg geduurd.

Gemeenschap vs. markt

In die situatie hadden Nederlanders zich geen zand in de ogen laten strooien door lieden als Baudet, Rutte of Trump. Dan zouden ze hun verantwoordelijkheid nemen voor hun naaste en niet massaal de randen van de corona-regels opzoeken. Gemeenschap heeft veel meer intrinsiek oplossend vermogen dan de markt, omdat deelnemers in die gemeenschap elkaar op het oog hebben. Ik pleit met andere woorden voor een christelijk socialisme waarin we problemen samen op kunnen lossen; omdat we er samen met anderen en met God de ruimte voor voelen. Rutte en De Jonge zouden hun dreigende (en verontwaardigde) taal achterwege kunnen laten. En ze zouden niet meer vanuit angst hoeven te re(a)geren.

Het kan, maar dan moet het roer radicaler om dan nu lijkt te gebeuren. Ik bid en werk in de hoop dat het tij zich toch ten goede keert.

Dit bericht werd op 28 december 2020 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Boeken
De ander als zondebok in wat ik de laatste weken las en keek.

Soms word ik er wel eens moe van; van die drang om alles tegelijk te lezen en te kijken. Maar een andere keer vallen daardoor stukjes in elkaar, waarvan ik de samenhang anders niet gezien zou hebben. En ook deze keer wordt de puzzel van de zondebok er voor mij completer van.

René Girard en de zondebok

Voordat ik met die puzzelstukjes verder ga heb ik wel eerst een disclaimer. Veel van wat ik denk en schrijf wordt de afgelopen jaren gekleurd door wat René Girard schreef over de zondebok. Afgelopen zomer las ik nog zijn ‘God en geweld’. Vaak gebruiken we geweld tegen een zondebok om uit te kunnen sluiten dat we onder ogen moeten zien dat we een vloek aan onszelf te danken hebben.

Ziekte en zorg voor gezondheid

Gisteren hoorde ik iemand bijvoorbeeld debiteren dat iemand een hartaanval aan zichzelf te danken had. Hij was immers dik en had zijn hele leven nauwelijks aandacht besteed aan zijn lichamelijke gezondheid? Ik zou het zelf gezegd kunnen hebben over een slachtoffer van COVID-19. Maar door dat te doen, laat ik de lijdende ander in de steek. Omdat ik niet dik ben, hoef ik me niet bezig te houden met de vraag of ik Corona kan krijgen of niet. Maar ondertussen lijdt de ander in de eenzaamheid van onbegrip en schuldgevoel.

Lees verder »
Bij de dood eindigt het leven niet. Die dood hou je overigens toch niet tegen; zeker niet in tijden van Corona.
Hand photo created by freepik – www.freepik.com – De dood hou je toch niet tegen

De afgelopen jaren raakte ik ondergesneeuwd onder de gewoontes die het leven structureren. Nu Corona die sleur doorbreekt voel ik weer ruimte om te reflecteren en dat lucht op.

Corona en Malaria

Op Facebook vergeleek ik Corona eerder deze week op basis van een artikel van ‘Drive Against Malaria’ met de ziekte malaria. Zelfs in Italië (één van de zwaarst door COVID-19 getroffen gebieden in de wereld) ligt het relatieve aantal doden nog steeds onder het niveau van Afrika door malaria. En saillant detail van deze ziekte is dat deze juist wel kinderen (en ook zwangere vrouwen) met verhoogd risico treft. Hoe dan ook: de dood is ineens onderdeel van ons leven geworden en we kunnen er niet omheen. Maar we moeten het dus niet groter maken dan het werkelijk is, want die dood hoort al langer dan ik leef (en in veel grotere aantallen) tot de dagelijkse werkelijkheid van de inwoners van Afrika.

Bij de dood begint het leven pas echt

Onderdeel van de oude sleur was dat de dood in onze contreien vakkundig buiten beeld werd gehouden; ook als dat bij een foute griepgolf eigenlijk niet meer verantwoord kon worden. Daardoor vergat ik dat de dood ook een verlossend aspect kan hebben.

Tomáš Halík brengt dat in ‘Geloven op de tast’ mooi onder woorden. Hij zegt: “God bestaat niet in de wereld van de dingen. Ik heb u buiten gezocht, terwijl u binnen was, zegt de heilige Augustinus tegen God. Misschien bevrijdt pas de dood dit ‘binnen’ diep in ons ik, wanneer de dood ons losmaakt van alles waar we ons vaak mee identificeren en waaraan we ons vasthouden, hoewel dat allemaal slechts bij de ‘buitenkant, bij de oppervlakkigheid van ons leven hoort, bij onze wereld, echter niet bij onszelf, bij ons echte, ware en onmiskenbare ik… Wellicht zullen we pas in de dood of achter de poort van de dood ons ik in zijn volle waarheid zien” (pag. 71).

Ik verlang niet naar de dood

Versta me niet verkeerd: ik heb geen verlangen naar de dood. En hoewel ik er zelf niet meer bij zou zijn, hou ik me eraan vast dat mijn dood zware schade aan het leven van mijn dierbaren toe zou brengen. Nee. Daar verlang ik helemaal niet naar. Heel diep van binnen leefde ik ondertussen echter in een omgekeerde wereld. Ik was gehecht geraakt aan het ‘buiten’ van wat ik denk dat anderen van mij verwachten.

In tijden van Corona

Mijn vraag aan Mark Rutte en zijn beleidsmakers en deskundigen (en aan alle anderen die in andere landen over de gehele wereld verantwoordelijk zijn voor de draconische maatregelen die zijn genomen) heeft daarmee te maken. Hoe zouden de Corona-maatregelen eruit zien als je daarin mee zou wegen dat de dood weliswaar niet bij het leven hoort, maar daar ook het einde niet van is?

Goede Vrijdag geeft pas echt diepte aan het leven

Beste Mark (en andere lezers van dit bericht), de Stille Week en Goede Vrijdag komen eraan. Normaal zou je bij de Matthäus-Passion vooraan in de zaal hebben gezeten. Misschien heb je tijd om de teksten van dat muziekstuk nog eens tot je door te laten dringen. In hetzelfde boek van zojuist zegt Tomáš Halík iets moois over die Goede Vrijdag. “De mens begrijpt de boodschap van de opstanding waarschijnlijk slechts in die mate waarin hij eerder in staat was de duisternis van Goede Vrijdag te ervaren” (pag. 49).

Dit bericht werd op 4 april 2020 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Column
IJsselbrug bij Westervoort in kleuren van de regenboog als protest tegen #Nashville

#Nashville bleef als een droge graankorrel steken in m’n keel. Waarom toch?

Mijn eigen geschiedenis

Jaren geleden verliet ik met stille trom de kerk, maar van binnen kookte ik van woede; op God; op de mensen in de kerk. M’n denken en voelen werden er dood gedrukt. Er was geen ruimte voor serieuze waarom-vragen. Vandaag denk ik: eigenlijk was er geen ruimte voor anders; voor wat dan ook; voor niets dat afweek van de norm.

Dat duurde even. Maar toen God een hand op mijn schouder legde en me terugriep naar de kerk bedaarde die woede. In de loop van de jaren leerde ik dankbaar zijn voor wat ik in mijn opvoeding – ook in de kerk; de Gereformeerde Gemeente – meegekregen had. En steeds meer ontwikkelde zich ook geduld met de standpunten van de Gereformeerde Gezindte waar ik uit voort was gekomen. Hoewel ik het niet met hen eens was, veroordeelde ik hen niet. En als zij wel oordeelden over anderen, dan begreep ik dat. Het was immers inherent aan hun standpunt (omdat er maar één waarheid zou zijn) dat zij een afwijkende mening afwezen?

#Nashville

Afgelopen week las ik met velen dat er in 2017 in Nashville een verklaring is opgesteld; dat die nu in het Nederlands is vertaald en door 250 orthodoxe christenen is ondertekend. Mij vallen een aantal dingen op (mede naar aanleiding van een stuk van Oscar Lohuis die zijn handtekening onder de verklaring verdedigde):

  • Oscar mag de door hemzelf getekende verklaring nog wel eens met een kritisch oog lezen. Hij zegt dat er met geen woord gerept wordt over genezing van homofilie. Dat klopt. Dat lef hebben ze (gelukkig) blijkbaar niet meer; zelfs niet in die kringen; om te zeggen dat homofilie een ziekte is waarvan je kunt genezen. OK: transgenderisme is geen transgenderitis, maar soms luistert taal nauw. Hoewel het leven als transgender blijkbaar niet als ziekte wordt gezien (of hoewel men het lef niet heeft om het zo te noemen) wekt het gebruik van de term transgenderisme toch sterk de indruk van een ideologie (alsof je deze ideologie zomaar zou kunnen vervangen door socialisme of door Rooms-Katholicisme; om maar een paar andere vijanden van de gereformeerde orthodoxie te noemen).
  • Nu we het toch over Rooms-Katholicisme hebben: als je de ondertekenaars naar celibaat zou vragen, zouden ze (uit hun verband) citeren: “Het is beter te trouwen dan te branden”. Maar nu het over een andere afwijking gaat (van hun normaal) parafraseren ze hun eigen citaat als “Het is beter te branden dan te trouwen”.
  • Naast alle weerstand die ik voel stuit me overigens nog het meeste tegen de borst dat dit (zoals Oscar het uitdrukt) profetie zou zijn. Beste Oscar: dit is oude wijn in nieuwe zakken om je eigen gelijk te halen. Wat het ook is, profetie is het zeker niet. Profetie is verkondiging van nieuwe openbaring of verkondiging van oude openbaring in een nieuwe situatie. Als je mij vorige week had gevraagd wat jij over je medemensen met dit zelfverstaan (als homofiel of transgender) zou zeggen, dan had ik het je bijna letterlijk voor kunnen kauwen. Nogmaals: dit is het tegendeel van profetie. Bovendien hebben we het hier over een gave van de Geest die je jezelf niet zomaar toe kunt eigenen. Als er al iemand zou mogen oordelen of #Nashville profetie is of niet, dan zou dat hoogstens iemand kunnen zijn met de onderscheiding van geesten (volgens Paulus een andere gave die je kunt ontvangen van de Geest). Nu kan ik niet alle geesten onderscheiden, maar het is niet zo heel moeilijk om vast te stellen dat deze verklaring – hoe gek het ook klinkt – een uiting van modern denken is; een denken dat meent op basis van logica vast te kunnen stellen wat juist en onjuist is (je leest het goed: ik gebruik bewust niet het woord waarheid, want dat is echt iets anders). Ik ruik die moderne geest al van veraf en ik ben er allergisch voor. Dit heet moderne interpretatie en is niets meer of minder waard dan moderne (of welke andere vorm van) theologie.

Maar waarom maak ik me er druk om?

Tot zover de verklaring. Maar waarom die weerstand? Waarom maak ik me er zo druk over? Omdat dit niet de eerste keer is dat iets, dat afwijkt van de orthodox-gereformeerde normaal, wordt afgewezen. Die normaal heeft me de kerk uitgejaagd; omdat ik wilde ademen; mezelf wilde zijn; in het geloof dat Jezus die ruimte van de daken schreeuwde.

Maar het grootste probleem is dat die houding – ik vat het vanaf nu samen onder de term xenofobie; angst voor anders – vanuit mijn opvoeding als opgedroogde bagger aan mijn leven is blijven kleven en dat alles in mij moet vechten om niet toe te geven aan de verleiding van die benauwende modder.

Ik heb een besluit genomen

Daarom heb ik gisteren een wilsbesluit genomen. Ik neem deze xenofobie nooit meer in bescherming; niet bij mezelf; niet bij anderen. Het is zonde. En ik wil van die zonde af. Vanaf nu – heb ik besloten – verzet ik me tegen mensen – ook als ik dat zelf ben – die anderen uitsluiten; ook als ze mensen uitsluiten die mensen uitsluiten. Vanaf heden heb ik xenofoben lief, maar ik keur hun gedrag af.

Het is ordinaire xenofobie

Ondanks de dankbaarheid voor mijn opvoeding heb ik me jaren slachtoffer gevoeld van deze xenofobie en #Nashville is daar opnieuw een voorbeeld van. Om de cohesie binnen de groep te bewaken wordt de koppeling met de buitenwereld – met alles wat anders is – doorgesneden. En ieder die vanuit zijn/haar gevoel, ratio of wil af dreigt te wijken van de normaal binnen de groep wordt uitgestoten. Elk zelfverstaan dat afwijkt van de normaal binnen de groep wordt genegeerd of buitengesloten.

Dat lijkt wel heel erg op het verhaal dat René Girard vertelt over de zondebok. Ooit werd ik zelf als zondebok – beladen met de schuld van de groep – de woestijn van het ongeloof ingestuurd. Vandaag gebeurt dat opnieuw met mensen die zichzelf verstaan als mens met homofiele verlangens of als transgender die zich niet thuisvoelt in het lijf waarmee hij of zij geboren is. Het zou me niet verbazen als een deel van de ondertekenaars met die zelfde gevoelens worstelt en ze probeert op deze manier te overschreeuwen.

Ik neem afstand van #Nashville

Ik neem afstand van #Nashville, omdat deze xenofobie me al veel te lang als hardnekkige bagger in de weg heeft gezeten om inclusief mens te zijn. Denkend lukt me dat al aardig, maar ik wil die inclusiviteit nu ook wel eens voelen tot in de haarvaten van mijn bestaan en er vanuit leren leven.

Ik neem afstand van #Nashville, omdat het een uiting is van de xenofobie waar ik zelf onder heb moeten leven. Ik heb besloten dat ik de gevolgen daarvan niet meer hoef te accepteren. En ik roep iedereen die lijdt onder deze en andere – vergelijkbare – verklaringen op het van zich af te schudden; als mensonvriendelijke en wezensvreemde bemoeizucht.

Ik neem afstand van #Nashville, omdat ik eigenlijk maar onder één verklaring wil leven: de verklaring die Jezus proclameerde op Golgotha. Ik heb besloten dat ik me vanaf vandaag aan geen enkele andere verklaring meer wil onderwerpen, omdat het modernismen zijn die mij het zicht op de ware aard van Golgotha ontnemen.

Dit bericht werd op 10 januari 2019 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Boeken

Elie Wiesel - Mijn liefde voor de TalmoedElie Wiesel is en blijft natuurlijk een rasverteller; zelfs als hij verslag doet van zijn zoektocht door de Talmoed. Ik vind dat niet erg, want wat is er leuker dan op een speelse manier nieuwe inzichten op te doen of oude dingen in een nieuw licht te zien verschijnen? Emmanuel Levinas heeft zich ook verdiept in de Talmoed en heeft er twee bundels met studies over gepubliceerd. Ik hou van Levinas, maar Wiesel maakt het toch een stuk toegankelijker voor mij. En ook daar hou ik van.

Stellingen

Op deze plek kan ik nooit doen wat Wiesel doet in zijn boek. Maar ik kan wel proberen weer te geven hoe hij mij aan het denken heeft gezet. Eerder schreef ik al een blog over de eerste 132 bladzijden van het boek. In deze blog doe ik verslag van de pagina’s 245 – 371 en ik heb er net als in de eerdere blog voor gekozen om dat te doen aan de hand van stellingen (en misschien hier en daar een vraag). En ja; je hebt het goed gezien: het middelste gedeelte van het boek heb ik voorlopig overgeslagen; niet omdat ik het niet interessant vond, maar het zijn drukke tijden.
Lees verder »

Dit bericht werd op 21 juni 2018 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Boeken

Elie Wiesel - Mijn liefde voor de TalmoedElie Wiesel overleed nog geen twee jaar geleden, maar liet een indrukwekkend oeuvre achter. Tijdens een korte ontdekkingsreis lezen we in onze kerk de komende maanden een verzameling studies over de Talmoed die Elie Wiesel schreef vanaf de vroege jaren ’60: Mijn liefde voor de Talmoed, Portretten en legenden van Joodse wijsheid‘.

Een ontdekkingsreis door de Talmoed

De ontdekkingsreis is verdeeld over drie avonden en begint 18 april met een avond over de eerste 5 portretten (pag. 13 t/m 132). De avonden zien er steeds ongeveer zo uit (bij wijze van agenda):

  1. Een vraag voor iedereen: wat vond je van deze verhalen? Wat heb je ervan geleerd?
  2. Welke onduidelijkheden heb je nog? Wat begrijpt je niet?
  3. Als er na die eerste 2 punten nog tijd over blijft maken we een keuze uit de onderstaande stellingen.

Lees verder »

Dit bericht werd op 13 april 2018 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , ,
Categorieën: Boeken

Bart Wallet - Christendom en antisemitismeAntisemitisme is voor christenen net zoiets als slavernij voor Nederlanders: we weten niet precies wat we ermee moeten. Het probleem ervaren we als ver van ons bed. Onze voorouders hebben in beide gevallen foute keuzes gemaakt (tenminste: met voortschrijdend inzicht vinden we slavernij zowel als antisemitisme tegenwoordig not done). Maar wij kunnen moeilijk verantwoordelijkheid nemen voor wat zij hebben gedaan. Toch?

Zwarte Piet

Met Zwarte Piet werkt dat zo in mijn geval. Van mij mag Sinterklaas worden afgeschaft (en mogen we desnoods Winterklaas gaan vieren). Maar ik voel me niet schuldig over wat mijn verre voorouders met slaven hebben uitgespookt. Als je me zou dwingen om nog een keer naar Amistad te gaan kijken (van Steven Spielberg), dan zou m’n maag zich opnieuw in me omkeren. Maar dat waren mijn voorouders en ik vind het ongemakkelijk en ingewikkeld om me daarover schuldig te voelen; als dat van me wordt gevraagd.

Auschwitz

En toch ligt dat bij bijvoorbeeld Son of Saul (van László Nemes) of Schindler’s List (ook van Spielberg) veel gecompliceerder. Eén: ik hou van het volk van God. Twee: ooit stond ik bij de dodenmuur in Auschwitz I en vroeg ik mezelf af of ik ook dader had kunnen zijn. Auschwitz (het bizarre toppunt van antisemitisme dat holocaust werd) zou je een schandvlek kunnen noemen en het op die manier van je af kunnen schrijven (zoals me dat weliswaar met tegenzin lukt met slavernij en Zwarte Piet). Maar mij grijpen die films me bij de keel.

Antisemitisme en christendom

Ik ga natuurlijk veel te snel. Want van Polen, Duitsers en kruisvaarders menen we dat ze zich antisemitisch hebben geuit (ook als ze dat vandaag willen ontkennen). Maar christenen hebben zich toch niet antisemitisch gedragen? De laatste jaren dringt steeds meer tot me door dat Lucas en Jenny Goeree geen uitzondering waren toen ze de Joden verweten Jezus aan het kruis te hebben gehangen. Zelfs beweerden ze dat de Joden alle ellende aan zichzelf te danken hadden, omdat zij immers hadden geroepen dat Zijn bloed over henzelf en over hun kinderen zou komen (Matteüs 27 : 25). Simon Schoon heeft (in zijn boek Onopgeefbaar verbonden) mijn ogen geopend voor een antisemitische geschiedenis waarin het christendom al vlak na Jezus’ dood afstand nam van het Joodse volk.

Maar eerst nog even over Polen

Dat Polen het er niet meer over willen hebben geeft te denken. Maar het is zo gemakkelijk om Polen te verwijten dat ze antisemitisch zijn. Recent las ik het boek De krimoorlog van Orlando Figes. Daarin las ik dat Polen sinds 1795 gebukt ging onder Russische onderdrukking en dat het na de vrede op de Krim opnieuw speelbal werd van diplomatieke spelletjes tussen Rusland en het Westen. Pas vanaf 1918 was het weer een zelfstandige Republiek, maar ook dat duurde niet lang. Het is zo gemakkelijk om zo’n ander land met jouw situatie te vergelijken en de Polen antisemitisme in de schoenen te schuiven. Maar hoe was dat in Nederland? Bij Geschiedenis leerden we de stoere verhalen over Joodse onderduikers en hun beschermers. Pas later leerde ik dat de Nederlandse politie en de overheid meewerkten aan de deportatie van Joden naar Polen.

Het Nederlandse christendom en antisemitisme

Bart Wallet heeft dat nu in zijn boek Christendom en antisemitisme ook voor de Nederlandse situatie in kaart gebracht. Van Luther en Kersten menen we ondertussen allemaal dat ze in hun leven antisemitische keuzes hebben gemaakt. Maar wat te denken van het antisemitisme van Kuyper en zijn tijdgenoten. Pas na de Tweede Wereldoorlog (toen de gemiddelde Nederlander met de hele wereld wegkeek toen Hitler een zoveelste poging waagde om het volk van God uit te roeien) kwam er een dialoog op gang tussen christendom en jodendom, waarin ruimte kwam voor het verhaal van Israël.

Hedendaags antisemitisme

Hoewel ik daar moeite mee heb, zou ik nog steeds kunnen zeggen: vandaag doen we daar niet meer aan; aan antisemitisme. Maar waarom worstel ik dan nog steeds met de vraag of ik mee had kunnen doen; in Auschwitz? En waarom beklemt die vraag me niet als ik terugkijk naar slavernij? Ten eerste vraag ik me ondertussen af of het hedendaagse debat over Zwarte Piet en slavernij me ook niet naar de keel zou moeten grijpen. Dat komt ten tweede, omdat ik de beelden van mijn voorouders in mijn opvoeding meegekregen heb (en weer meegeef aan mijn kinderen; zo werkt dat met tradere). Vanuit die erfenis heb ik misschien afgezwakte beelden over slavernij en antisemitisme die me nog steeds beïnvloeden.

Mijn beelden bij antisemitisme

Dat drong tot me door toen ik het boek van Wallet las. Ik kan niet precies aanwijzen hoe en waar dat is gebeurd, maar in mijn omgeving vonden we (ik dus ook) die ideeën van Goeree helemaal niet zo gek. Dat hadden die Joden toch geroepen, toen ze Jezus aan het kruis hingen? Er zijn van die primaire herinneringen die je liever wegstopt, maar die er wel zijn.

Wij dragen nog steeds foute ideeën met ons mee

En pas de laatste jaren begint tot me door te dringen dat we vandaag nog steeds ideeën met ons meedragen die anderen over vijftig jaar wellicht als antisemitisch zullen bestempelen. Ik hoop dat Wallet iets bij me wakker heeft gemaakt. Ik hoop dat blijvend tot me doordringt wat mijn christelijke voorouders met het volk van God hebben gedaan. Ze hebben Israël als een zondebok voor hun eigen falen de antisemitische woestijn ingestuurd en vandaag zouden we dat opnieuw kunnen doen (zie mijn blog over Te veel gevraagd? van A. van de Beek).

Wat kunnen wij daaraan doen?

Ik stel voor dat we kritisch kijken naar onze eigen beelden bij het Joodse volk; dat we daar waar mogelijk elkaar aanspreken op haat die zich keert tegen alles wat anders is; waar we jaloers op zijn. Misschien moeten we stoppen met Oude en Nieuwe Testament (alsof het oude heeft afgedaan). We zouden de vervangingsleer in onze theologie eens onder een vergrootglas moeten leggen. Die beelden bepalen of we het Joodse volk zegenend of vloekend wegsturen, dulden of omarmen.

Een vervloeking duurt niet eeuwig

De zonde van een voorouder wordt niet voor eeuwig gestraft. Wat mijn voorouders hebben misdaan hoeft mij niet eeuwig aan te kleven. Dan hoeven we het Joodse volk ook niet meer na te dragen wat ze met Zijn bloed over zich hebben afgeroepen. Dat bloed staat voor ons voor vergeving en voor Joden niet? Dat zijn de patronen die we moeten doorbreken en ik hoop dat ik kritisch genoeg ben naar mezelf om daaraan bij te dragen.

Herman Paul - Secularisatie, Een kleine geschiedenis van een groot verhaalIk las Secularisatie, Een kleine geschiedenis van een groot verhaal van Herman Paul als bijvangst bij een kring. Ik kocht dit boekje, omdat ik dacht dat het hetzelfde boek was als Slag om het hart van dezelfde schrijver (wat ik hierna pas las). Het was waardevolle bijvangst; dat wel.

Augustinus

Ik heb geprobeerd Augustinus te lezen; tijdens m’n studententijd en daarna nog een keer. Maar de primaire Augustinus greep me niet. De secundaire Augustinus daarentegen raakt me steeds opnieuw. Willem Jan Otten (in Waarom komt u ons hinderen en op andere plekken in zijn oeuvre), Beatrice de Graaf (Heilige strijd) en nu weer Herman Paul geven een interpretatie van Augustinus die me telkens raakt als waardevol. Ik moet Augustinus misschien toch nog een keer proberen?

Hoopvol gestemd

Vanuit zijn benadering geeft Herman Paul kritiek op Een seculiere tijd van Charles Taylor: die zou teveel vanuit noodzakelijk op elkaar volgende periodes in de geschiedenis denken en daarmee schatplichtig zijn aan het grote verhaal over secularisatie dat in de sociologie vanaf de 19de eeuw gangbaar is. Na deze kritiek gaat Paul op zoek naar de geschiedenisvisie van Augustinus en concludeert hij dat Augustinus denkt vanuit mogelijkheden. Kort samengevat: zoals het vandaag is, hoeft het morgen niet opnieuw te zijn. Er is hoop dat het morgen anders kan.

Lees verder »

Ari Sandel - When We First Met (2018)Herhaling boeit me. Sinds ik op aanraden van Willem Jan Otten Groundhog Day zag, kijk ik vaker naar films waarin mensen terug mogen of moeten in de tijd; om dingen recht te zetten. Zo zag ik The Last Day of Summer en Naked (beiden niets-om-het-lijf-films) en gisteren dan eindelijk When We First Met van Ari Sandel. Afgezien van het nietszeggende van deze films valt me op dat het thema van de herhaling telkens weer op een andere manier wordt uitgewerkt en ook tot nieuwe inzichten leidt. Ik heb dan ook niets met de interpretatie van herhaling zoals Nietzsche die geeft (die zegt – heel kort door de bocht: eigenlijk is er niets nieuws onder de zon en herhalen we alleen wat eerder al vele malen heeft plaatsgevonden).

Zo oud als de wereld

Toegegeven: het verhaal over het verlangen naar herhaling zal zo oud als de wereld zijn en ik ken er vele varianten van. Het verlangen naar herhaling vind je in de Bijbel bijv. uitdrukkelijk terug in het verhaal over Lazarus die na zijn dood “rust aan het hart van Abraham”. De rijke man, die vanuit het dodenrijk toekijkt, verzucht uiteindelijk: “Stuur Lazarus alstublieft naar het huis van mijn vader, want ik heb nog vijf broers“. En je hoort hem denken: dan kan recht worden gezet wat ik in m’n leven heb laten liggen. Maar Abraham gelooft niet in zo’n missie, want “als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat”. Zo. Dat is duidelijk. Eenmaal gepasseerde stations worden niet meer aangedaan; omdat het zinloos is om er opnieuw te passeren.

Herhaling is zinloos

Eigenlijk is dat ook ten diepste de boodschap die J.P. Sartre telkens opnieuw in zijn novellen en toneelstukken uit: De teerling is geworpen; terugkeer naar de aarde – vanuit een leven na de dood – heeft geen enkel nut; omdat er toch niets zal veranderen. Of: Tussen de raderen; het ene regime volgt na het andere, maar uiteindelijk is het allemaal één pot nat en verandert er niets. Alles herhaalt zich zonder enig nut. Hoewel de stukken boeien en heerlijk weglezen zijn ze nogal ontmoedigend. Het is allemaal nutteloos. Het heeft allemaal toch geen enkele zin of effect. Lees verder »

Dit bericht werd op 11 februari 2018 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Film, Toneelstuk

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken