Elie Wiesel - Mijn liefde voor de TalmoedElie Wiesel is en blijft natuurlijk een rasverteller; zelfs als hij verslag doet van zijn zoektocht door de Talmoed. Ik vind dat niet erg, want wat is er leuker dan op een speelse manier nieuwe inzichten op te doen of oude dingen in een nieuw licht te zien verschijnen? Emmanuel Levinas heeft zich ook verdiept in de Talmoed en heeft er twee bundels met studies over gepubliceerd. Ik hou van Levinas, maar Wiesel maakt het toch een stuk toegankelijker voor mij. En ook daar hou ik van.

Stellingen

Op deze plek kan ik nooit doen wat Wiesel doet in zijn boek. Maar ik kan wel proberen weer te geven hoe hij mij aan het denken heeft gezet. Eerder schreef ik al een blog over de eerste 132 bladzijden van het boek. In deze blog doe ik verslag van de pagina’s 245 – 371 en ik heb er net als in de eerdere blog voor gekozen om dat te doen aan de hand van stellingen (en misschien hier en daar een vraag). En ja; je hebt het goed gezien: het middelste gedeelte van het boek heb ik voorlopig overgeslagen; niet omdat ik het niet interessant vond, maar het zijn drukke tijden.
Lees verder »

Dit bericht werd op 21 juni 2018 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Boeken

Elie Wiesel - Mijn liefde voor de TalmoedElie Wiesel overleed nog geen twee jaar geleden, maar liet een indrukwekkend oeuvre achter. Tijdens een korte ontdekkingsreis lezen we in onze kerk de komende maanden een verzameling studies over de Talmoed die Elie Wiesel schreef vanaf de vroege jaren ’60: Mijn liefde voor de Talmoed, Portretten en legenden van Joodse wijsheid‘.

Een ontdekkingsreis door de Talmoed

De ontdekkingsreis is verdeeld over drie avonden en begint 18 april met een avond over de eerste 5 portretten (pag. 13 t/m 132). De avonden zien er steeds ongeveer zo uit (bij wijze van agenda):

  1. Een vraag voor iedereen: wat vond je van deze verhalen? Wat heb je ervan geleerd?
  2. Welke onduidelijkheden heb je nog? Wat begrijpt je niet?
  3. Als er na die eerste 2 punten nog tijd over blijft maken we een keuze uit de onderstaande stellingen.

Lees verder »

Dit bericht werd op 13 april 2018 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , ,
Categorieën: Boeken

Bart Wallet - Christendom en antisemitismeAntisemitisme is voor christenen net zoiets als slavernij voor Nederlanders: we weten niet precies wat we ermee moeten. Het probleem ervaren we als ver van ons bed. Onze voorouders hebben in beide gevallen foute keuzes gemaakt (tenminste: met voortschrijdend inzicht vinden we slavernij zowel als antisemitisme tegenwoordig not done). Maar wij kunnen moeilijk verantwoordelijkheid nemen voor wat zij hebben gedaan. Toch?

Zwarte Piet

Met Zwarte Piet werkt dat zo in mijn geval. Van mij mag Sinterklaas worden afgeschaft (en mogen we desnoods Winterklaas gaan vieren). Maar ik voel me niet schuldig over wat mijn verre voorouders met slaven hebben uitgespookt. Als je me zou dwingen om nog een keer naar Amistad te gaan kijken (van Steven Spielberg), dan zou m’n maag zich opnieuw in me omkeren. Maar dat waren mijn voorouders en ik vind het ongemakkelijk en ingewikkeld om me daarover schuldig te voelen; als dat van me wordt gevraagd.

Auschwitz

En toch ligt dat bij bijvoorbeeld Son of Saul (van László Nemes) of Schindler’s List (ook van Spielberg) veel gecompliceerder. Eén: ik hou van het volk van God. Twee: ooit stond ik bij de dodenmuur in Auschwitz I en vroeg ik mezelf af of ik ook dader had kunnen zijn. Auschwitz (het bizarre toppunt van antisemitisme dat holocaust werd) zou je een schandvlek kunnen noemen en het op die manier van je af kunnen schrijven (zoals me dat weliswaar met tegenzin lukt met slavernij en Zwarte Piet). Maar mij grijpen die films me bij de keel.

Antisemitisme en christendom

Ik ga natuurlijk veel te snel. Want van Polen, Duitsers en kruisvaarders menen we dat ze zich antisemitisch hebben geuit (ook als ze dat vandaag willen ontkennen). Maar christenen hebben zich toch niet antisemitisch gedragen? De laatste jaren dringt steeds meer tot me door dat Lucas en Jenny Goeree geen uitzondering waren toen ze de Joden verweten Jezus aan het kruis te hebben gehangen. Zelfs beweerden ze dat de Joden alle ellende aan zichzelf te danken hadden, omdat zij immers hadden geroepen dat Zijn bloed over henzelf en over hun kinderen zou komen (Matteüs 27 : 25). Simon Schoon heeft (in zijn boek Onopgeefbaar verbonden) mijn ogen geopend voor een antisemitische geschiedenis waarin het christendom al vlak na Jezus’ dood afstand nam van het Joodse volk.

Maar eerst nog even over Polen

Dat Polen het er niet meer over willen hebben geeft te denken. Maar het is zo gemakkelijk om Polen te verwijten dat ze antisemitisch zijn. Recent las ik het boek De krimoorlog van Orlando Figes. Daarin las ik dat Polen sinds 1795 gebukt ging onder Russische onderdrukking en dat het na de vrede op de Krim opnieuw speelbal werd van diplomatieke spelletjes tussen Rusland en het Westen. Pas vanaf 1918 was het weer een zelfstandige Republiek, maar ook dat duurde niet lang. Het is zo gemakkelijk om zo’n ander land met jouw situatie te vergelijken en de Polen antisemitisme in de schoenen te schuiven. Maar hoe was dat in Nederland? Bij Geschiedenis leerden we de stoere verhalen over Joodse onderduikers en hun beschermers. Pas later leerde ik dat de Nederlandse politie en de overheid meewerkten aan de deportatie van Joden naar Polen.

Het Nederlandse christendom en antisemitisme

Bart Wallet heeft dat nu in zijn boek Christendom en antisemitisme ook voor de Nederlandse situatie in kaart gebracht. Van Luther en Kersten menen we ondertussen allemaal dat ze in hun leven antisemitische keuzes hebben gemaakt. Maar wat te denken van het antisemitisme van Kuyper en zijn tijdgenoten. Pas na de Tweede Wereldoorlog (toen de gemiddelde Nederlander met de hele wereld wegkeek toen Hitler een zoveelste poging waagde om het volk van God uit te roeien) kwam er een dialoog op gang tussen christendom en jodendom, waarin ruimte kwam voor het verhaal van Israël.

Hedendaags antisemitisme

Hoewel ik daar moeite mee heb, zou ik nog steeds kunnen zeggen: vandaag doen we daar niet meer aan; aan antisemitisme. Maar waarom worstel ik dan nog steeds met de vraag of ik mee had kunnen doen; in Auschwitz? En waarom beklemt die vraag me niet als ik terugkijk naar slavernij? Ten eerste vraag ik me ondertussen af of het hedendaagse debat over Zwarte Piet en slavernij me ook niet naar de keel zou moeten grijpen. Dat komt ten tweede, omdat ik de beelden van mijn voorouders in mijn opvoeding meegekregen heb (en weer meegeef aan mijn kinderen; zo werkt dat met tradere). Vanuit die erfenis heb ik misschien afgezwakte beelden over slavernij en antisemitisme die me nog steeds beïnvloeden.

Mijn beelden bij antisemitisme

Dat drong tot me door toen ik het boek van Wallet las. Ik kan niet precies aanwijzen hoe en waar dat is gebeurd, maar in mijn omgeving vonden we (ik dus ook) die ideeën van Goeree helemaal niet zo gek. Dat hadden die Joden toch geroepen, toen ze Jezus aan het kruis hingen? Er zijn van die primaire herinneringen die je liever wegstopt, maar die er wel zijn.

Wij dragen nog steeds foute ideeën met ons mee

En pas de laatste jaren begint tot me door te dringen dat we vandaag nog steeds ideeën met ons meedragen die anderen over vijftig jaar wellicht als antisemitisch zullen bestempelen. Ik hoop dat Wallet iets bij me wakker heeft gemaakt. Ik hoop dat blijvend tot me doordringt wat mijn christelijke voorouders met het volk van God hebben gedaan. Ze hebben Israël als een zondebok voor hun eigen falen de antisemitische woestijn ingestuurd en vandaag zouden we dat opnieuw kunnen doen (zie mijn blog over Te veel gevraagd? van A. van de Beek).

Wat kunnen wij daaraan doen?

Ik stel voor dat we kritisch kijken naar onze eigen beelden bij het Joodse volk; dat we daar waar mogelijk elkaar aanspreken op haat die zich keert tegen alles wat anders is; waar we jaloers op zijn. Misschien moeten we stoppen met Oude en Nieuwe Testament (alsof het oude heeft afgedaan). We zouden de vervangingsleer in onze theologie eens onder een vergrootglas moeten leggen. Die beelden bepalen of we het Joodse volk zegenend of vloekend wegsturen, dulden of omarmen.

Een vervloeking duurt niet eeuwig

De zonde van een voorouder wordt niet voor eeuwig gestraft. Wat mijn voorouders hebben misdaan hoeft mij niet eeuwig aan te kleven. Dan hoeven we het Joodse volk ook niet meer na te dragen wat ze met Zijn bloed over zich hebben afgeroepen. Dat bloed staat voor ons voor vergeving en voor Joden niet? Dat zijn de patronen die we moeten doorbreken en ik hoop dat ik kritisch genoeg ben naar mezelf om daaraan bij te dragen.

Herman Paul - Secularisatie, Een kleine geschiedenis van een groot verhaalIk las Secularisatie, Een kleine geschiedenis van een groot verhaal van Herman Paul als bijvangst bij een kring. Ik kocht dit boekje, omdat ik dacht dat het hetzelfde boek was als Slag om het hart van dezelfde schrijver (wat ik hierna pas las). Het was waardevolle bijvangst; dat wel.

Augustinus

Ik heb geprobeerd Augustinus te lezen; tijdens m’n studententijd en daarna nog een keer. Maar de primaire Augustinus greep me niet. De secundaire Augustinus daarentegen raakt me steeds opnieuw. Willem Jan Otten (in Waarom komt u ons hinderen en op andere plekken in zijn oeuvre), Beatrice de Graaf (Heilige strijd) en nu weer Herman Paul geven een interpretatie van Augustinus die me telkens raakt als waardevol. Ik moet Augustinus misschien toch nog een keer proberen?

Hoopvol gestemd

Vanuit zijn benadering geeft Herman Paul kritiek op Een seculiere tijd van Charles Taylor: die zou teveel vanuit noodzakelijk op elkaar volgende periodes in de geschiedenis denken en daarmee schatplichtig zijn aan het grote verhaal over secularisatie dat in de sociologie vanaf de 19de eeuw gangbaar is. Na deze kritiek gaat Paul op zoek naar de geschiedenisvisie van Augustinus en concludeert hij dat Augustinus denkt vanuit mogelijkheden. Kort samengevat: zoals het vandaag is, hoeft het morgen niet opnieuw te zijn. Er is hoop dat het morgen anders kan.

Lees verder »

Ari Sandel - When We First Met (2018)Herhaling boeit me. Sinds ik op aanraden van Willem Jan Otten Groundhog Day zag, kijk ik vaker naar films waarin mensen terug mogen of moeten in de tijd; om dingen recht te zetten. Zo zag ik The Last Day of Summer en Naked (beiden niets-om-het-lijf-films) en gisteren dan eindelijk When We First Met van Ari Sandel. Afgezien van het nietszeggende van deze films valt me op dat het thema van de herhaling telkens weer op een andere manier wordt uitgewerkt en ook tot nieuwe inzichten leidt. Ik heb dan ook niets met de interpretatie van herhaling zoals Nietzsche die geeft (die zegt – heel kort door de bocht: eigenlijk is er niets nieuws onder de zon en herhalen we alleen wat eerder al vele malen heeft plaatsgevonden).

Zo oud als de wereld

Toegegeven: het verhaal over het verlangen naar herhaling zal zo oud als de wereld zijn en ik ken er vele varianten van. Het verlangen naar herhaling vind je in de Bijbel bijv. uitdrukkelijk terug in het verhaal over Lazarus die na zijn dood “rust aan het hart van Abraham”. De rijke man, die vanuit het dodenrijk toekijkt, verzucht uiteindelijk: “Stuur Lazarus alstublieft naar het huis van mijn vader, want ik heb nog vijf broers“. En je hoort hem denken: dan kan recht worden gezet wat ik in m’n leven heb laten liggen. Maar Abraham gelooft niet in zo’n missie, want “als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat”. Zo. Dat is duidelijk. Eenmaal gepasseerde stations worden niet meer aangedaan; omdat het zinloos is om er opnieuw te passeren.

Herhaling is zinloos

Eigenlijk is dat ook ten diepste de boodschap die J.P. Sartre telkens opnieuw in zijn novellen en toneelstukken uit: De teerling is geworpen; terugkeer naar de aarde – vanuit een leven na de dood – heeft geen enkel nut; omdat er toch niets zal veranderen. Of: Tussen de raderen; het ene regime volgt na het andere, maar uiteindelijk is het allemaal één pot nat en verandert er niets. Alles herhaalt zich zonder enig nut. Hoewel de stukken boeien en heerlijk weglezen zijn ze nogal ontmoedigend. Het is allemaal nutteloos. Het heeft allemaal toch geen enkele zin of effect. Lees verder »

Dit bericht werd op 11 februari 2018 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Film, Toneelstuk

Vrachtwagen in Nice - Godwin RevisitedHoe langer een online discussie duurt, hoe groter de kans dat Hitler valt (vrij naar de wet van Godwin). Was het maar zo gemakkelijk. Kon je Johnson, Trump, Wilders en Le Pen maar op die ene grote hoop met Hitler gooien. Dat zou het leven een stuk transparanter maken. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Net zo min als het eenvoudig was om voor 14 juli 2016 te voorspellen dat een vrachtwagen een wapen zou kunnen zijn waarmee je tientallen doden in één keer kunt maken en wereldnieuws kunt worden.

Godwin en de lessen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst

Ondertussen is die vergelijking tussen Hitler en een vrachtwagen natuurlijk wel te trekken. Beiden hebben een verleden en roepen collectieve angst en oplettendheid op. In die zin zou je de vergelijking tussen Hitler en Trump kunnen trekken. Beiden hebben in het verleden uitspraken gedaan die op elkaar lijken en in beginsel een zelfde tendens laten zien. Maar over  de impact van Hitler kunnen we ondertussen schokkende uitspraken doen. Trump moet nog maar bewijzen dat hij een vuist kan maken en met macht om kan gaan.

Was het maar zo eenvoudig; zei ik al; zei Godwin denk ik ook. Waren er maar templates voor Adam, Hitler en Jezus die je als sjabloon zou kunnen gebruiken voor de voorspelling van onze toekomst. Maar zoals Tenzin Gyatso (de Dalai Lama) geen Jezus is (hoewel hij trekken met Hem gemeen heeft), zo is Wilders geen Hitler. En daarmee had Godwin een punt.

Toch kun je leren van het verleden

Daarom is hoop (of angst) net zo min op zijn plaats als relativering van hun impact. Alleen daarom al zou ik (afgezien van alle andere redenen die ik daarvoor heb) nooit op Wilders stemmen. Je weet maar nooit wat macht met hem doet. Maar als je het mij vraagt zou Mark Rutte net zo goed een tweede Hitler (of derde Stalin) kunnen zijn. Langs de meetlat van Hitler zal Rutte best lager scoren dan Wilders (Geert Mak doet zo’n voor mij herkenbare poging in bijv. Historisch Nieuwsblad). Maar wat zegt dat over morgen? De vrachtwagen in Nice kwam ook niet van links of rechts, maar uit het niets en maakte 84 doden. En niemand zag ‘m aankomen.

En dat is precies het probleem van geschiedenis bedrijven en terugkijken om de toekomst te kunnen voorspellen. Natuurlijk vind ik ook dat er nooit meer een tweede Hitler op mag staan. Mede daarom probeer ik zelf op het pad van Jezus verder te gaan en het pad van Hitler te mijden. Maar weet jij hoe het daarmee staat; met het pad dat jij bewandelt; met het pad dat je nog zult bewandelen?

En; hoe staat het er vandaag voor?

Ondertussen gaat het natuurlijk helemaal niet alleen om Hitler, Wilders of Le Pen. Het volk moet de voedingsbodem bieden waarin hun uitspraken wortel kunnen schieten. En die bodem is daar natuurlijk niet zomaar vruchtbaar voor geworden. En Wilders of Le Pen kunnen schreeuwen wat ze willen, maar als ze niet de juiste mensen om zich heen verzamelen, wordt het helemaal niets. Het is de verkeerde man of vrouw op het verkeerde moment en de geschiedenis van Boris Johnson lijkt uit te wijzen dat establishment in kan kapselen tot er niets meer over is van de flamboyante man van weleer. Zal dat ook gelden voor Wilders, Trump en Le Pen; als ze eenmaal aan de macht zullen zijn (als dat ooit gebeurt)? Het verleden duiden is al zo’n probleem! Ik weet niet hoe de toekomst er uit zal zien.

Ondertussen heb ik een gezonde dosis scepsis als het gaat om de betrouwbaarheid van Trump, Wilders e.a.. Ik durf mijn toekomst en die van mijn kinderen niet zomaar in hun handen te geven. Wat dat betreft heb ik relatief meer vertrouwen in Rutte of Buma. Maar krijgen zij mijn volledige vertrouwen?

Het blijft behelpen zolang Jezus nog niet terug is en de aarde werkelijk nieuw mag worden.

Dit bericht werd op 15 januari 2017 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Column

Wat vooraf ging

John H. Walton - The Lost World of Adam and Eve - over een gebroken wereldBegin dit jaar schreef ik een blog over het boek The Lost World of Adam and Eve van John H. Walton dat ik kort daarvoor had gelezen. Ik benaderde het boek destijds met gemengde gevoelens; zowel juichend over nieuwe inzichten (over de gebroken wereld) als kritisch over de lichte overschatting van menselijk kennen in het boek. Dat veranderde nauwelijks toen ik het boek nog een keer doorbladerde ter voorbereiding van een avond met een vriendengroepje. Toen ik het boek tenslotte naar aanleiding van een boek over wetenschapsfilosofie afgelopen zomer nog eens beoordeelde leidde dat hoogstens tot nuancering, maar niet tot nieuwe inzichten.

Het boek liet me niet met rust

Toch liet Walton me niet los. Omdat het boek in een kring van onze kerk opnieuw op tafel lag, heb ik het boek de afgelopen maand daarom nog eens gelezen; nu vanuit de zoekvraag naar de gevolgen van het boek voor het christologische perspectief op theologie. We leven immers in een gebroken wereld. Toch?

God onderweg om orde te scheppen

Hoewel Walton dat inzicht slechts één keer uitdrukkelijk noemt in zijn boek wijkt het Bijbelse verhaal volgens hem op een cruciaal punt af van wat in de omringende culturen gebruikelijk was; namelijk daar waar het gaat om de nabijheid van en de relatie met God (pag. 146v). In Stelling 16 (pag. 149vv) legt Walton uit hoe hij aankijkt tegen schepping, wereld en eschatologie. In Genesis 1 begon God orde aan te brengen in de chaos (dat op zichzelf niet goed of fout is; hoogstens ongeordend) en Hij schakelde de mens in om Hem daarin als beelddrager (door Wright vanaf pag. 175vv onder een vergrootglas gelegd) bij te staan. Dat inzicht van Walton (over de mens als beelddrager) wordt door Van den Brink en Van der Kooi (in hun Christelijke dogmatiek op pag. 241vv) overigens in twijfel getrokken of minimaal genuanceerd.

De rol van de mens

In het paradijs kon de mens nog structureel bijdragen aan de ordening van de chaos; het project dat God volgens Genesis 1 had ingezet en door de mens namens Hem voltooid moest worden. God was Hem daar nog wel nabij. Maar de mens zonder God (of: de uit het paradijs verstoten en van de nabijheid van God buitengesloten mens) blijkt die bijdrage niet meer te kunnen leveren en creëert wanorde (waarin het wel gaat om goed of kwaad) i.p.v. orde.

Over chaos, orde en wandorde

Zoals ik het nu begrijp samengevat:

  • De chaos (non-order) uit Genesis 1 : 2 kent nog geen goed of kwaad.
  • Het voldoet nog niet aan het doel dat God stelde voor zijn ordening (order) van deze chaos (waarvoor hij in eerste instantie de mens mede inschakelde).
  • Los van God (zich ondertussen wel bewust van goed en kwaad) blijkt de mens niet in staat om aan dat project bij te dragen en leidt zijn ordening weg van orde tot wanorde (disorder; aldus krachtig samengevat op pag. 175).

Of in een metafoor samengevat: van ongeordende grondstof (chaos of non-order) kunnen stenen worden gebakken die voor de bouw van een huis worden gebruikt (het creëren van order). Een aardbeving (of kwade wil van mensen) kan van zo’n huis een puinhoop maken (disorder).

En precies hier breekt God als Jezus in op onze werkelijkheid

In de geboorte van Jezus herstelde God de paradijselijke situatie; fundamenteel door Zichzelf te zijn en Zijn nabijheid te herstellen. God zocht die nabijheid telkens opnieuw, maar Abraham, Mozes en het volk wezen het af en bleken niet in staat om de opdracht (de Wet) onafhankelijk van God te voltooien. Er ontstonden telkens opnieuw wanorde en daarmee kwaad in de wereld in plaats van orde. In Jezus doet God een laatste en ultieme poging om dit patroon definitief te doorbreken. In Openbaringen breekt dan eindelijk en definitief door wat Jezus daarmee heeft ingezet: een volledig geordende wereld (pag. 168v). God leek zich te vergissen toen Hij de mens als beelddrager aanwees, maar als beelddragend mens beschaamde Jezus zijn Vader niet.

Toen kwam Jezus ons hinderen

Zoals Willem Jan Otten dat uitdrukt in de titel van één van zijn boeken (Waarom komt u ons hinderen?) blijft die inzet van God in Jezus niet zonder gevolgen voor mensen. Jezus breekt in op onze werkelijkheid door zich als weerloze overmacht (zoals Theo de Boer dat zo mooi noemt in zijn De God van de filosofen en de God van Pascal) te positioneren en als slachtoffer van op zichzelf behoudende machten het kruis niet te ontlopen; alwaar Hij zijn Geest gaf; alweer verlaten van God.

Jezus in een nieuw lichaam

Alleen daarom – omdat hij tot het uiterste heeft aangetoond beelddrager van God te kunnen zijn – ontvangt Jezus het nieuwe lichaam waarmee Hij door deuren heen kan gaan; op basis waarvan Paulus in 1 Cor. 15 zegt dat Zijn opstanding de definitieve doorbraak betekende naar het bedoelde einde dat God voor ogen had. In Hem wordt het nieuwe verbond (waarover bijv. Jesaja spreekt) in de harten van andere mensen (die in Hem geloven als de Messias) geschreven en mogen zij opnieuw deelnemen aan het project waarmee God zijn uiteindelijke doel alsnog bereikt; onomkeerbaar en door onze wanorde alsnog te herschikken tot de orde die Hij wil (aldus N.T. Wright die stelling 19 op pag. 169vv voor zijn rekening neemt).

Wat betekent dit voor ons?

Slechts één keer verbindt Wright deze bedoelde orde expliciet met gerechtigheid (pag. 174). Daar ligt impliciet wel de crux van onze bijdrage aan het project dat Jezus nu definitief afrondt. Jezus geeft niet alleen het goede voorbeeld, maar vraagt om Hem daarin te volgen; in die kwetsbaarheid die ook voor jou en mij kan eindigen aan het kruis; door zonder water bij de wijn (compromisloos) recht te doen in het besef dat aardse machten dat recht niet voor ogen hebben als wij hen in dat recht doen tegenkomen. Aardse machten creëren sociale wanorde (of – zoals ik het zou noemen – rechteloosheid) om zelf aan de macht te kunnen blijven (waar by the way het beelddragerschap van God bij de omringende volken in afwijking van Israël op was gericht; pag. 146).

Wat betekent dit voor mij?

Nu ik het boek met een theologische bril heb gelezen ben ik onder de indruk van de kracht van de eenvoudige trits van non-order, order en disorder en hoe Walton en Wright de Bijbelse verhalen over Jezus voor mij rijker kleuren dan ik voorheen doorhad. Voor mij hebben Walton en Wright (zei ik eerder ook al in mijn blog van augustus j.l.) een nieuwe spanningsboog over de Bijbel heen gelegd. Daardoor worden sommige onduidelijkheden verhelderd en dringt langzaam tot me door waar en hoe ik met Jezus bij kan dragen aan een wereld die volmaakt voldoet in Gods ogen.

De gebroken wereld is doorbroken

Mijn kanttekeningen bij het boek (met name waar het gaat om de zwakke legitimatie voor evolutie vanuit zijn theologische verhaal) blijf ik hebben. Maar die tegenwerpingen vallen in het niet bij de theologische kracht die ik uit vind gaan van dit boek. Er zijn van die momenten in je leven dat je in een paar uur (tijdens een gesprek of door het lezen van een boek) voor jaren werk meekrijgt. Door Waltons interpretatie van non-order, order en disorder heb ik zo’n moment denk ik beleefd.

Ja, we leven in een gebroken wereld. Maar Jezus heeft dat patroon doorbroken. Als κύριος (als Heer van mijn leven of zo je wilt als herder) ondersteunt Hij mij daarbij. In zijn nabijheid kan ik eindelijk weer bijdragen aan het project waarbinnen God orde aanbrengt in de chaos; waardoor Hij onze wanorde opnieuw ordent. Zijn plan met deze wereld wordt eindelijk voltooid.

Dit bericht werd op 20 oktober 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Boeken

Dooremalen, De Regt & Schouten - Exploring Humans - EvolutieHet kostte soms wat moeite om me door de 500 bladzijden Engels heen te worstelen, maar door de energie die ik ervoor terugkreeg in ‘Exploring Humans, Philosophy of Science for the Social Sciences, A Historical Introduction‘ van Hans Dooremalen, Herman de Regt en Maurice Schouten was het meer dan de moeite waard. En het hielp me onder andere om het boek van Walton waarover ik eerder blogde over theologie en evolutie beter te begrijpen.

Waarom lees je zoiets? Ik kreeg het boek van m’n schoonzus die er een scriptie over moet schrijven. Of ik haar misschien een eindje op weg wou helpen? Maar al lezend kwam er weer veel boven uit m’n studententijd; over de overmoed waarmee wetenschappers hun conclusies soms doortrekken naar gebieden waar ze te weinig kaas van gegeten hebben om er werkelijk iets over te kunnen zeggen (hoe goed ze op hun eigen wetenschapsgebied misschien ook mogen zijn; wat ik weer niet goed kan beoordelen, omdat ik niet goed genoeg ben ingevoerd in hun specialisme). En langzaam kwamen ook weer de herinneringen boven aan het taaie werk dat ik voor mijn afstudeerscriptie verrichtte; om de vraag te beantwoorden of computers kunnen denken.

De regel als uitzondering

Niet voor niets gaf ik mijn scriptie destijds de titel ‘De uitzondering als regel‘ mee. Ik geloofde na al mijn speurwerk niet meer in een set met regels die alle vragen konden beantwoorden. Sterker nog, dacht ik toen: als je antwoord wilt geven op dergelijke vragen, dan doe je er beter aan om op basis van de uitzonderingen die je tot vandaag tot je beschikking hebt voorlopige antwoorden te formuleren die bij elke uitzondering (lees in mijn ogen van toen: elk nieuw feit) wellicht opnieuw moeten worden herzien. Mijn antwoord op de vraag van destijds (of computers kunnen denken) was destijds dan ook: het hangt er maar van af wat je denken noemt; of computers dat wel of niet kunnnen: denken.

Ondertussen zijn we 25 jaar verder en las ik dus ‘Exploring Humans‘ en bleek het de eerste 400 bladzijden een feest van herkenning te zijn. Tot zover niets nieuws in 25 jaar. Dat was goed nieuws voor mij, want op die manier hoefde ik me niet bij alles tot het uiterste in te spannen om het betoog te kunnen volgen. Maar op een gegeven moment verlangde ik natuurlijk wel naar wat nieuws; mens als ik ben met angstig verlangen naar nieuwe dingen en inzichten. En dat was er gelukkig ook.

The Lost World of Adam and Eve’ van John H. Walton; over theologie en evolutie

En ik besloot om mijn blog over het boek van John H. Walton (‘The Lost World of Adam and Eve‘) nog eens kritisch door te nemen:

  • Walton leest Genesis (het verhaal over de schepping) anders dan ik gewend was vanuit mijn opvoeding en hij legt uit waarom hij niet meer uit de voeten kan met een letterlijke interpretatie van Genesis; afgezien van de context van toen en bekeken door de bril van onze cultuur. Zijn verhaal klinkt als het verhaal dat Dooremalen et al. vertellen over de taalspelen van Wittgenstein. Ieder taalspel heeft zijn eigen regels en alleen als je de regels van een taalspel kent, kun je die taal leren spreken en begrijpen. Als je de Bijbel wilt begrijpen, doe je dat niet door de taal van destijds te vertalen naar de taal van vandaag, maar door je vast te bijten in de regels van het taalspel dat destijds werd gesproken. Zo’n inzicht helpt me om de Bijbel anders te gaan lezen en te begrijpen waar Walton heen wil.
  • Om zijn kennis van het taalspel van destijds te verbreden, leest Walton niet alleen de Bijbel, maar ook de teksten uit omringende culturen. Dat biedt nieuwe perspectieven die de teksten van Genesis in een heel ander daglicht plaatsen. Walton valt daarbij niet in de valkuil van de theologen uit de jaren ’60 die de Bijbel gingen lezen vanuit die andere taalspelen. Walton leest de Bijbel als een tekst die gelijkwaardig is aan andere gevonden teksten uit die zelfde periode en probeert op basis van overeenkomsten en afwijkingen tot een evenwichtige, maar toch nieuwe interpretatie van Genesis 1 t/m 3 te komen. Hij zoekt en trekt voorlopige conclusies. Zelf vind ik dat hij dat te weinig doet vanuit het besef dat hij slechts de beschikking heeft over een beperkte hoeveelheid teksten (er zijn maar weinig teksten gevonden en we weten niet of die teksten representatief zijn voor wat destijds allemaal nog meer is geschreven). Morgen kan een tekst worden gevonden waaruit blijkt dat de interpretatie van Walton op losse schroeven staat.
  • In ‘Exploring Humans’ wordt het (neo-)pragmatisme van Peirce, James, Dewey en Rorty behandeld. Volgens Dooremalen et al. zet dat de traditionele wetenschapsfilosofie op losse schroeven. Daarin gaat het over de vraag of wetenschap een correcte weergave geeft van de werkelijkheid en zelfs de waarheidsvraag komt aan de orde. Over de volle breedte van de ‘oude’ wetenschapsfilosofie worden op basis daarvan harde conclusies over de wetenschap getrokken: wetenschap is geen waarheid en er kan om meerdere redenen niet (lees: nooit) worden bewezen dat wetenschap de werkelijkheid correct weergeeft. Het pragmatisme doet met de wetenschapsfilosofie wat de wetenschapsfilosofie altijd met de wetenschap heeft gedaan: het zet de uitgangspunten van de wetenschapsfilosofie op losse schroeven. Het zou bij de beoordeling van wetenschap niet moeten gaan om waarheid of correcte referentie, maar om bruikbaarheid. Wetenschap heeft waarde zolang het werkt. Als ik op die manier – er vanuit gaande dat theologie ook een (sociale) wetenschap is – het verhaal van Walton een half jaar na lezing opnieuw probeer te beoordelen, dan concludeer ik dat zijn verhaal voor mij werkt. Walton interpreteert het verhaal van Genesis als het aanbrengen van orde in de wereld en het verhaal in de hele Bijbel als de voortgaande arbeid van God om die orde te voltooien; ondanks de tegenwerking van de mens. Vandaag verbind ik die orde met rechtvaardigheid en meer dan voorheen kom ik in de Bijbel – ook in de context van heel bekende teksten – rechtvaardigheid tegen die de Bijbel nu voor mij op een andere manier kleurt dan voorheen. De wanorde van Genesis en hoe God daar orde in aanbrengt helpt me om God meer zeggenschap te geven in mijn leven.
  • Ondertussen vind ik de conclusie van Walton – dat wetenschappelijke evolutie niet strijdig is met het verhaal van genesis – nog steeds overbodig en versterkt lezing van ‘Exploring Humans‘ dat gevoel. Ten eerste is ook hier sprake van twee taalspelen; die van theologie en die van natuurwetenschap (ook als daarin evolutionaire beginselen worden gebruikt). Na ‘Exploring Humans‘ vind ik het bovendien juist zo’n verademing dat we het niet meer over waarheid of over correcte referentie hoeven te hebben. En dan komt daar toch weer via een achterdeur de waarheidsvraag aan de orde: of toepassing van evolutionaire beginselen in de wetenschap terecht is of niet. Ik kan die vraag niet beantwoorden, omdat ik daarmee het ene taalspel (wetenschap) vanuit het andere taalspel (theologie) zou moeten beoordelen (alsof ik in staat zou zijn om beide taalspelen tegelijkertijd te spreken en te interpreteren). Ik wil die vraag niet beantwoorden omdat ik na het pragmatisme niet meer zo nodig hoef vast te stellen of wetenschap waar is of – iets minder hoogdravend afgestemd – een correcte weergave van de werkelijkheid geeft of niet. Voor de beoordeling van de toepassing van evolutionaire beginselen in de wetenschap heb ik dankzij het pragmatisme andere hulpmiddelen tot mijn beschikking: of het werkt of niet. En als het werkt mag het in tegenspraak lijken met de verhalen die in de Bijbel staan. In Bijbel en theologie gaat het om andere taalspelen dan in de wetenschap. Ik kan wetenschap niet legitimeren vanuit Bijbel of theologie. Sterker nog: ik hoef het niet. En dat vind ik zo’n heerlijke bevrijding!
  • Ondertussen kunnen theologie en wetenschap – ook als het over vragen rondom schepping en evolutie gaat – wel van elkaar leren; las ik in ‘Exploring Humans‘. Theologie en wetenschap hoeven zich niet competitief ten opzichte van elkaar te verhouden. Wetenschappelijke studie van de Bijbel en omringende culturen kan inzichten bieden die evolutionair gedreven wetenschap kan versterken en/of kan nuanceren. En andersom kunnen wetenschappelijke inzichten onze interpretatie van de Bijbel nuanceren, zodat we er nog beter mee uit de voeten kunnen dan zonder wetenschap. Het kan verhelderend werken om je (tijdelijk) te bewegen in het ene taalspel om vervolgens in het andere taalspel nieuwe inzichten te kunnen bieden. Bij Walton gaat het uiteindelijk om de waarheidsvraag. Als hij die vraag los zou laten zouden evolutionaire inzichten hem wellicht kunnen helpen om zijn theologie verder aan te scherpen. Dat lijkt me voor Walton een gemiste kans.

Kennis veroudert snel

De inzichten van Dooremalen et al. confronteren me overigens wel met mijn beperkte vermogens. In 1992/93 verdiepte ik me in het wereldje van Kunstmatige Intelligentie. De smaakmakers van destijds leven niet meer of je hoort weinig meer van hen. De nieuwe smaakmakers heb ik nooit gelezen en over nieuwe inzichten in (kunstmatig) denken heb ik weinig of geen kennis. De vraag of computers kunnen denken kan ik daardoor niet meer beantwoorden. Ik weet domweg niet meer wat werkt en wat niet. Ik geloof niet dat ik mijn brein ben (zoals bijv. Dick Swaab met grote woorden beweert). Na lezing van ‘Exploring Humans‘ herken ik een reductionistisch uitgangspunt in de ideeën van Swaab en volgens Dooremalen et al. werkt dat niet. Zijn wetenschappelijk onderzoek zal ongetwijfeld werken (in de pragmatische zin van het woord), maar ik weiger aan te nemen dat ik daarom alleen maar mijn brein zou zijn en ik hoef dat niet. Wat een opluchting!

Je kunt zoveel nieuwe mogelijkheden laten liggen…

Zou Swaab daarom zijn wetenschappelijk onderzoek niet meer mogen doen (zolang het werkt)? Zouden evolutionisten – om het onderwerp van dit blog voor een laatste keer opnieuw op te vatten – omdat hun wetenschappelijke uitgangspunten in tegenspraak met de Bijbel lijken te zijn hun wetenschappelijk onderzoek vanuit andere uitgangspunten moeten organiseren? Ik zie na ‘Exploring Humans‘ geen enkele goede reden om dat van wetenschappers te vragen; zolang zij net als theologen en leken open blijven staan voor nieuwe inzichten; die kunnen helpen om hun wetenschappelijk onderzoek te verbeteren; en als zij zich iets minder vrij- of overmoedig mengen in de publieke discussie en zich daarmee begeven op gebieden waar hun inzichten minder relevant of bij nader inzien zelfs irrelevant blijken te zijn. Het taalspel van een natuurwetenschapper is – overigens terecht – een andere dan die van een theoloog; en die weer dan die van een leek. Ieder die zich begeeft op het gebied van de ander doet er goed aan om zich te verdiepen in het taalspel van die ander en dat taalspel niet te beoordelen vanuit zijn eigen vertrouwde taalspel. Want als je de wereld alleen beoordeelt vanuit je eigen taalspel, ontloop je nieuwe inzichten en doe je jezelf als leek, als theoloog of als wetenschapper tekort, maar jaag je ook de ander tegen je in het harnas (Levinas gebruikt daarvoor grote woorden als geweld: als je de ander vanuit je eigen taalspel probeert te be-grijpen).

Voor mij is de uitzondering nog steeds de regel

Nog steeds blijft daarmee mijn overtuiging dat de uitzondering de regel is. Door je te verdiepen in andere taalspelen doe je nieuwe uitzonderingen op die je kunnen helpen om je eigen overtuigingen – waarin je volgens Nietzsche als in een gevangenis gevangen zit – te verrijken en nieuwe inzichten op te doen. Dat blijkt alleen al uit het laatste voorbeeld dat ik nu ervaar. Als ik ‘Exploring Humans‘ tijdens het schrijven van mijn afstudeerscriptie tot mijn beschikking gehad zou hebben (toen was ‘Exploring Humans‘ nog niet geschreven), zou mijn scriptie er anders hebben uitgezien. Tegelijkertijd constateer ik dat daarin nog steeds geen sprake is van een schokkende revolutie (zoals Thomas S. Kuhn dat zou noemen; hoewel ook zijn theorie volgens Dooremalen et al. op basis van het pragmatisme overbodig wordt), want de uiteindelijke conclusie van Dooremalen et al. lijkt heel erg op de consequenties van de aspectenleer van Dooyeweerd (zoals nog steeds wordt uitgedragen door de beweging van de Reformatorische Wijsbegeerte) die ik tijdens het schrijven van mijn scriptie wel tot mijn beschikking had. Kortom: dingen veranderen minder snel dan je zou verwachten (of soms zou hopen).

Ondertussen helpt ‘Exploring Humans‘ me wel om vanuit verschillende invalshoeken naar geloof, wetenschap en leven te kijken en dat ervaar ik als meer dan winst.

Paulo Coelho - De alchemist

Prachtig verhaal van futloze schrijver

Het heeft wel wat weg van A.F.Th. van der Heijden; die geniaal kan schrijven, maar bij tijden prullen produceert. Bij Paulo Coelho is dat overigens nog erger. Na ‘De alchemist‘ heb ik nog een paar keer geprobeerd boeken van hem te lezen en het was van erger tot vreselijk wat ik daardoor onder ogen kreeg. Zo las ik De beschermengel, maar – als dat al zou kunnen – dat is nog groter prutserij dan het boek van James Redfield; of zoals ik het karakteriseerde: flinterdun geleuter dat voor filosofisch verhaal door moet gaan; niks dus; helemaal niks.

Maar in ‘De alchemist‘ laat Coelho zich van een heel andere kant zien. In dat boek leidt het flinterdunne geleuter – dat het soms ook is – niet af van het kernverhaal; dat geniaal is wat mij betreft. Ik ben zelfs bijna geneigd om te zeggen dat Jezus zelf het verhaal – als je de dunne tussenstukken eruit verwijdert – verteld zou kunnen hebben; als gelijkenis. Een herder in Spanje heeft een droom over een schat en luistert naar die droom, verkoopt zijn schapen en gaat op reis. Na de hindernissen onderweg bereikt hij midden in een woestijn de plek uit zijn droom en gaat aan het graven. Tijdens dat werk – midden in de nacht – wordt hij overvallen door rovers. En juist op die plek in gesprek met de rovers ontwikkelt zich de crux van het verhaal; die ik niet onthul, omdat je het boek anders wellicht ongelezen zou laten liggen; en dat zou zonde zijn; echt!

Lees verder »

A.F.Th. van der Heijden - De ochtendgaveA.F.Th. is mijn held

Ik heb het vaker gezegd: A.F.Th. is een begenadigd schrijver, maar stelt toch vaker teleur dan ik graag zou willen; nu opnieuw met ‘De ochtendgave’.

Na Schervengericht was ik al definitief fan geworden van Van der Heijden. Het verhaal “De eenzaamste twintig minuten uit de geschiedenis van de mensheid” dat zich middenin dat boek ontspint is intens en meeslepend verteld. Die intensiteit versterkt het toch al geniale verhaal dat A.F.Th. vertelt over Roman Polanski wiens vriendin in de jaren ’60 werd vermoord.

Na 2012 – toen ik het verhaal over dit boek schreef – is er wel iets veranderd. Na 2012 schreef Van der Heijden nog zo’n intens, maar hopeloos verhaal: Tonio; naar aanleiding van de dood van zijn eigen zoon. Dat boek verpletterde me om zoveel uitzichtloos verdriet. En het beangstigde me: zou A.F.Th. dan nooit meer iets schrijven; zoals hij in ‘Tonio’ telkens herhaalde?

Maar gelukkig: eerst verscheen hij na jaren van verbeten en verdronken verdriet bij ‘College Tour‘ en kort daarna verscheen De Helleveeg. Ik vond het – lees ik nu terug in m’n blog – een goed boek; herkenbaar en daardoor aangrijpend. Ik hoopte op meer en op weer zoiets als ‘Schervengericht‘.

Met ‘De ochtendgave’ schrijft hij echter opnieuw middelmatig

Met ‘De Ochtendgave‘ is A.F.Th. echter teruggekeerd naar het niveau van Drijfzand koloniseren of De liefdesbaby. Voor de eerste helft van het boek heeft hij het ‘Erotisch woordenboek‘ van Hans Heesterman opengeslagen en er een verhaaltje omheen gebrouwen; afschuwelijk banaal en platvloers. Daarna ontspint zich een verhaal dat gaat over het door Fransen bezette Nijmegen van 1672 – 1674. In dat deel van het boek werd het toch nog een klein beetje interessant en las ik het boek zelfs met genoegen uit. Maar al met al zou ik ‘m – als ik dit geweten had – lekker in de winkel hebben laten liggen.

A.F.Th., ik blijf je volgen, maar alsjeblieft: schrijf weer iets moois; iets van waarde; een monument waar we in Nederland niet meer omheen kunnen!

Dit bericht werd op 3 mei 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken