De ander als zondebok in wat ik de laatste weken las en keek.

Soms word ik er wel eens moe van; van die drang om alles tegelijk te lezen en te kijken. Maar een andere keer vallen daardoor stukjes in elkaar, waarvan ik de samenhang anders niet gezien zou hebben. En ook deze keer wordt de puzzel van de zondebok er voor mij completer van.

René Girard en de zondebok

Voordat ik met die puzzelstukjes verder ga heb ik wel eerst een disclaimer. Veel van wat ik denk en schrijf wordt de afgelopen jaren gekleurd door wat René Girard schreef over de zondebok. Afgelopen zomer las ik nog zijn ‘God en geweld’. Vaak gebruiken we geweld tegen een zondebok om uit te kunnen sluiten dat we onder ogen moeten zien dat we een vloek aan onszelf te danken hebben.

Ziekte en zorg voor gezondheid

Gisteren hoorde ik iemand bijvoorbeeld debiteren dat iemand een hartaanval aan zichzelf te danken had. Hij was immers dik en had zijn hele leven nauwelijks aandacht besteed aan zijn lichamelijke gezondheid? Ik zou het zelf gezegd kunnen hebben over een slachtoffer van COVID-19. Maar door dat te doen, laat ik de lijdende ander in de steek. Omdat ik niet dik ben, hoef ik me niet bezig te houden met de vraag of ik Corona kan krijgen of niet. Maar ondertussen lijdt de ander in de eenzaamheid van onbegrip en schuldgevoel.

Lees verder »
Bij de dood eindigt het leven niet. Die dood hou je overigens toch niet tegen; zeker niet in tijden van Corona.
Hand photo created by freepik – www.freepik.com – De dood hou je toch niet tegen

De afgelopen jaren raakte ik ondergesneeuwd onder de gewoontes die het leven structureren. Nu Corona die sleur doorbreekt voel ik weer ruimte om te reflecteren en dat lucht op.

Corona en Malaria

Op Facebook vergeleek ik Corona eerder deze week op basis van een artikel van ‘Drive Against Malaria’ met de ziekte malaria. Zelfs in Italië (één van de zwaarst door COVID-19 getroffen gebieden in de wereld) ligt het relatieve aantal doden nog steeds onder het niveau van Afrika door malaria. En saillant detail van deze ziekte is dat deze juist wel kinderen (en ook zwangere vrouwen) met verhoogd risico treft. Hoe dan ook: de dood is ineens onderdeel van ons leven geworden en we kunnen er niet omheen. Maar we moeten het dus niet groter maken dan het werkelijk is, want die dood hoort al langer dan ik leef (en in veel grotere aantallen) tot de dagelijkse werkelijkheid van de inwoners van Afrika.

Bij de dood begint het leven pas echt

Onderdeel van de oude sleur was dat de dood in onze contreien vakkundig buiten beeld werd gehouden; ook als dat bij een foute griepgolf eigenlijk niet meer verantwoord kon worden. Daardoor vergat ik dat de dood ook een verlossend aspect kan hebben.

Tomáš Halík brengt dat in ‘Geloven op de tast’ mooi onder woorden. Hij zegt: “God bestaat niet in de wereld van de dingen. Ik heb u buiten gezocht, terwijl u binnen was, zegt de heilige Augustinus tegen God. Misschien bevrijdt pas de dood dit ‘binnen’ diep in ons ik, wanneer de dood ons losmaakt van alles waar we ons vaak mee identificeren en waaraan we ons vasthouden, hoewel dat allemaal slechts bij de ‘buitenkant, bij de oppervlakkigheid van ons leven hoort, bij onze wereld, echter niet bij onszelf, bij ons echte, ware en onmiskenbare ik… Wellicht zullen we pas in de dood of achter de poort van de dood ons ik in zijn volle waarheid zien” (pag. 71).

Ik verlang niet naar de dood

Versta me niet verkeerd: ik heb geen verlangen naar de dood. En hoewel ik er zelf niet meer bij zou zijn, hou ik me eraan vast dat mijn dood zware schade aan het leven van mijn dierbaren toe zou brengen. Nee. Daar verlang ik helemaal niet naar. Heel diep van binnen leefde ik ondertussen echter in een omgekeerde wereld. Ik was gehecht geraakt aan het ‘buiten’ van wat ik denk dat anderen van mij verwachten.

In tijden van Corona

Mijn vraag aan Mark Rutte en zijn beleidsmakers en deskundigen (en aan alle anderen die in andere landen over de gehele wereld verantwoordelijk zijn voor de draconische maatregelen die zijn genomen) heeft daarmee te maken. Hoe zouden de Corona-maatregelen eruit zien als je daarin mee zou wegen dat de dood weliswaar niet bij het leven hoort, maar daar ook het einde niet van is?

Goede Vrijdag geeft pas echt diepte aan het leven

Beste Mark (en andere lezers van dit bericht), de Stille Week en Goede Vrijdag komen eraan. Normaal zou je bij de Matthäus-Passion vooraan in de zaal hebben gezeten. Misschien heb je tijd om de teksten van dat muziekstuk nog eens tot je door te laten dringen. In hetzelfde boek van zojuist zegt Tomáš Halík iets moois over die Goede Vrijdag. “De mens begrijpt de boodschap van de opstanding waarschijnlijk slechts in die mate waarin hij eerder in staat was de duisternis van Goede Vrijdag te ervaren” (pag. 49).

Dit bericht werd op 4 april 2020 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Column
IJsselbrug bij Westervoort in kleuren van de regenboog als protest tegen #Nashville

#Nashville bleef als een droge graankorrel steken in m’n keel. Waarom toch?

Mijn eigen geschiedenis

Jaren geleden verliet ik met stille trom de kerk, maar van binnen kookte ik van woede; op God; op de mensen in de kerk. M’n denken en voelen werden er dood gedrukt. Er was geen ruimte voor serieuze waarom-vragen. Vandaag denk ik: eigenlijk was er geen ruimte voor anders; voor wat dan ook; voor niets dat afweek van de norm.

Dat duurde even. Maar toen God een hand op mijn schouder legde en me terugriep naar de kerk bedaarde die woede. In de loop van de jaren leerde ik dankbaar zijn voor wat ik in mijn opvoeding – ook in de kerk; de Gereformeerde Gemeente – meegekregen had. En steeds meer ontwikkelde zich ook geduld met de standpunten van de Gereformeerde Gezindte waar ik uit voort was gekomen. Hoewel ik het niet met hen eens was, veroordeelde ik hen niet. En als zij wel oordeelden over anderen, dan begreep ik dat. Het was immers inherent aan hun standpunt (omdat er maar één waarheid zou zijn) dat zij een afwijkende mening afwezen?

#Nashville

Afgelopen week las ik met velen dat er in 2017 in Nashville een verklaring is opgesteld; dat die nu in het Nederlands is vertaald en door 250 orthodoxe christenen is ondertekend. Mij vallen een aantal dingen op (mede naar aanleiding van een stuk van Oscar Lohuis die zijn handtekening onder de verklaring verdedigde):

  • Oscar mag de door hemzelf getekende verklaring nog wel eens met een kritisch oog lezen. Hij zegt dat er met geen woord gerept wordt over genezing van homofilie. Dat klopt. Dat lef hebben ze (gelukkig) blijkbaar niet meer; zelfs niet in die kringen; om te zeggen dat homofilie een ziekte is waarvan je kunt genezen. OK: transgenderisme is geen transgenderitis, maar soms luistert taal nauw. Hoewel het leven als transgender blijkbaar niet als ziekte wordt gezien (of hoewel men het lef niet heeft om het zo te noemen) wekt het gebruik van de term transgenderisme toch sterk de indruk van een ideologie (alsof je deze ideologie zomaar zou kunnen vervangen door socialisme of door Rooms-Katholicisme; om maar een paar andere vijanden van de gereformeerde orthodoxie te noemen).
  • Nu we het toch over Rooms-Katholicisme hebben: als je de ondertekenaars naar celibaat zou vragen, zouden ze (uit hun verband) citeren: “Het is beter te trouwen dan te branden”. Maar nu het over een andere afwijking gaat (van hun normaal) parafraseren ze hun eigen citaat als “Het is beter te branden dan te trouwen”.
  • Naast alle weerstand die ik voel stuit me overigens nog het meeste tegen de borst dat dit (zoals Oscar het uitdrukt) profetie zou zijn. Beste Oscar: dit is oude wijn in nieuwe zakken om je eigen gelijk te halen. Wat het ook is, profetie is het zeker niet. Profetie is verkondiging van nieuwe openbaring of verkondiging van oude openbaring in een nieuwe situatie. Als je mij vorige week had gevraagd wat jij over je medemensen met dit zelfverstaan (als homofiel of transgender) zou zeggen, dan had ik het je bijna letterlijk voor kunnen kauwen. Nogmaals: dit is het tegendeel van profetie. Bovendien hebben we het hier over een gave van de Geest die je jezelf niet zomaar toe kunt eigenen. Als er al iemand zou mogen oordelen of #Nashville profetie is of niet, dan zou dat hoogstens iemand kunnen zijn met de onderscheiding van geesten (volgens Paulus een andere gave die je kunt ontvangen van de Geest). Nu kan ik niet alle geesten onderscheiden, maar het is niet zo heel moeilijk om vast te stellen dat deze verklaring – hoe gek het ook klinkt – een uiting van modern denken is; een denken dat meent op basis van logica vast te kunnen stellen wat juist en onjuist is (je leest het goed: ik gebruik bewust niet het woord waarheid, want dat is echt iets anders). Ik ruik die moderne geest al van veraf en ik ben er allergisch voor. Dit heet moderne interpretatie en is niets meer of minder waard dan moderne (of welke andere vorm van) theologie.

Maar waarom maak ik me er druk om?

Tot zover de verklaring. Maar waarom die weerstand? Waarom maak ik me er zo druk over? Omdat dit niet de eerste keer is dat iets, dat afwijkt van de orthodox-gereformeerde normaal, wordt afgewezen. Die normaal heeft me de kerk uitgejaagd; omdat ik wilde ademen; mezelf wilde zijn; in het geloof dat Jezus die ruimte van de daken schreeuwde.

Maar het grootste probleem is dat die houding – ik vat het vanaf nu samen onder de term xenofobie; angst voor anders – vanuit mijn opvoeding als opgedroogde bagger aan mijn leven is blijven kleven en dat alles in mij moet vechten om niet toe te geven aan de verleiding van die benauwende modder.

Ik heb een besluit genomen

Daarom heb ik gisteren een wilsbesluit genomen. Ik neem deze xenofobie nooit meer in bescherming; niet bij mezelf; niet bij anderen. Het is zonde. En ik wil van die zonde af. Vanaf nu – heb ik besloten – verzet ik me tegen mensen – ook als ik dat zelf ben – die anderen uitsluiten; ook als ze mensen uitsluiten die mensen uitsluiten. Vanaf heden heb ik xenofoben lief, maar ik keur hun gedrag af.

Het is ordinaire xenofobie

Ondanks de dankbaarheid voor mijn opvoeding heb ik me jaren slachtoffer gevoeld van deze xenofobie en #Nashville is daar opnieuw een voorbeeld van. Om de cohesie binnen de groep te bewaken wordt de koppeling met de buitenwereld – met alles wat anders is – doorgesneden. En ieder die vanuit zijn/haar gevoel, ratio of wil af dreigt te wijken van de normaal binnen de groep wordt uitgestoten. Elk zelfverstaan dat afwijkt van de normaal binnen de groep wordt genegeerd of buitengesloten.

Dat lijkt wel heel erg op het verhaal dat René Girard vertelt over de zondebok. Ooit werd ik zelf als zondebok – beladen met de schuld van de groep – de woestijn van het ongeloof ingestuurd. Vandaag gebeurt dat opnieuw met mensen die zichzelf verstaan als mens met homofiele verlangens of als transgender die zich niet thuisvoelt in het lijf waarmee hij of zij geboren is. Het zou me niet verbazen als een deel van de ondertekenaars met die zelfde gevoelens worstelt en ze probeert op deze manier te overschreeuwen.

Ik neem afstand van #Nashville

Ik neem afstand van #Nashville, omdat deze xenofobie me al veel te lang als hardnekkige bagger in de weg heeft gezeten om inclusief mens te zijn. Denkend lukt me dat al aardig, maar ik wil die inclusiviteit nu ook wel eens voelen tot in de haarvaten van mijn bestaan en er vanuit leren leven.

Ik neem afstand van #Nashville, omdat het een uiting is van de xenofobie waar ik zelf onder heb moeten leven. Ik heb besloten dat ik de gevolgen daarvan niet meer hoef te accepteren. En ik roep iedereen die lijdt onder deze en andere – vergelijkbare – verklaringen op het van zich af te schudden; als mensonvriendelijke en wezensvreemde bemoeizucht.

Ik neem afstand van #Nashville, omdat ik eigenlijk maar onder één verklaring wil leven: de verklaring die Jezus proclameerde op Golgotha. Ik heb besloten dat ik me vanaf vandaag aan geen enkele andere verklaring meer wil onderwerpen, omdat het modernismen zijn die mij het zicht op de ware aard van Golgotha ontnemen.

Dit bericht werd op 10 januari 2019 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Boeken

Elie Wiesel - Mijn liefde voor de TalmoedElie Wiesel is en blijft natuurlijk een rasverteller; zelfs als hij verslag doet van zijn zoektocht door de Talmoed. Ik vind dat niet erg, want wat is er leuker dan op een speelse manier nieuwe inzichten op te doen of oude dingen in een nieuw licht te zien verschijnen? Emmanuel Levinas heeft zich ook verdiept in de Talmoed en heeft er twee bundels met studies over gepubliceerd. Ik hou van Levinas, maar Wiesel maakt het toch een stuk toegankelijker voor mij. En ook daar hou ik van.

Stellingen

Op deze plek kan ik nooit doen wat Wiesel doet in zijn boek. Maar ik kan wel proberen weer te geven hoe hij mij aan het denken heeft gezet. Eerder schreef ik al een blog over de eerste 132 bladzijden van het boek. In deze blog doe ik verslag van de pagina’s 245 – 371 en ik heb er net als in de eerdere blog voor gekozen om dat te doen aan de hand van stellingen (en misschien hier en daar een vraag). En ja; je hebt het goed gezien: het middelste gedeelte van het boek heb ik voorlopig overgeslagen; niet omdat ik het niet interessant vond, maar het zijn drukke tijden.
Lees verder »

Dit bericht werd op 21 juni 2018 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Boeken

Elie Wiesel - Mijn liefde voor de TalmoedElie Wiesel overleed nog geen twee jaar geleden, maar liet een indrukwekkend oeuvre achter. Tijdens een korte ontdekkingsreis lezen we in onze kerk de komende maanden een verzameling studies over de Talmoed die Elie Wiesel schreef vanaf de vroege jaren ’60: Mijn liefde voor de Talmoed, Portretten en legenden van Joodse wijsheid‘.

Een ontdekkingsreis door de Talmoed

De ontdekkingsreis is verdeeld over drie avonden en begint 18 april met een avond over de eerste 5 portretten (pag. 13 t/m 132). De avonden zien er steeds ongeveer zo uit (bij wijze van agenda):

  1. Een vraag voor iedereen: wat vond je van deze verhalen? Wat heb je ervan geleerd?
  2. Welke onduidelijkheden heb je nog? Wat begrijpt je niet?
  3. Als er na die eerste 2 punten nog tijd over blijft maken we een keuze uit de onderstaande stellingen.

Lees verder »

Dit bericht werd op 13 april 2018 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , ,
Categorieën: Boeken

Bart Wallet - Christendom en antisemitismeAntisemitisme is voor christenen net zoiets als slavernij voor Nederlanders: we weten niet precies wat we ermee moeten. Het probleem ervaren we als ver van ons bed. Onze voorouders hebben in beide gevallen foute keuzes gemaakt (tenminste: met voortschrijdend inzicht vinden we slavernij zowel als antisemitisme tegenwoordig not done). Maar wij kunnen moeilijk verantwoordelijkheid nemen voor wat zij hebben gedaan. Toch?

Zwarte Piet

Met Zwarte Piet werkt dat zo in mijn geval. Van mij mag Sinterklaas worden afgeschaft (en mogen we desnoods Winterklaas gaan vieren). Maar ik voel me niet schuldig over wat mijn verre voorouders met slaven hebben uitgespookt. Als je me zou dwingen om nog een keer naar Amistad te gaan kijken (van Steven Spielberg), dan zou m’n maag zich opnieuw in me omkeren. Maar dat waren mijn voorouders en ik vind het ongemakkelijk en ingewikkeld om me daarover schuldig te voelen; als dat van me wordt gevraagd.

Auschwitz

En toch ligt dat bij bijvoorbeeld Son of Saul (van László Nemes) of Schindler’s List (ook van Spielberg) veel gecompliceerder. Eén: ik hou van het volk van God. Twee: ooit stond ik bij de dodenmuur in Auschwitz I en vroeg ik mezelf af of ik ook dader had kunnen zijn. Auschwitz (het bizarre toppunt van antisemitisme dat holocaust werd) zou je een schandvlek kunnen noemen en het op die manier van je af kunnen schrijven (zoals me dat weliswaar met tegenzin lukt met slavernij en Zwarte Piet). Maar mij grijpen die films me bij de keel.

Antisemitisme en christendom

Ik ga natuurlijk veel te snel. Want van Polen, Duitsers en kruisvaarders menen we dat ze zich antisemitisch hebben geuit (ook als ze dat vandaag willen ontkennen). Maar christenen hebben zich toch niet antisemitisch gedragen? De laatste jaren dringt steeds meer tot me door dat Lucas en Jenny Goeree geen uitzondering waren toen ze de Joden verweten Jezus aan het kruis te hebben gehangen. Zelfs beweerden ze dat de Joden alle ellende aan zichzelf te danken hadden, omdat zij immers hadden geroepen dat Zijn bloed over henzelf en over hun kinderen zou komen (Matteüs 27 : 25). Simon Schoon heeft (in zijn boek Onopgeefbaar verbonden) mijn ogen geopend voor een antisemitische geschiedenis waarin het christendom al vlak na Jezus’ dood afstand nam van het Joodse volk.

Maar eerst nog even over Polen

Dat Polen het er niet meer over willen hebben geeft te denken. Maar het is zo gemakkelijk om Polen te verwijten dat ze antisemitisch zijn. Recent las ik het boek De krimoorlog van Orlando Figes. Daarin las ik dat Polen sinds 1795 gebukt ging onder Russische onderdrukking en dat het na de vrede op de Krim opnieuw speelbal werd van diplomatieke spelletjes tussen Rusland en het Westen. Pas vanaf 1918 was het weer een zelfstandige Republiek, maar ook dat duurde niet lang. Het is zo gemakkelijk om zo’n ander land met jouw situatie te vergelijken en de Polen antisemitisme in de schoenen te schuiven. Maar hoe was dat in Nederland? Bij Geschiedenis leerden we de stoere verhalen over Joodse onderduikers en hun beschermers. Pas later leerde ik dat de Nederlandse politie en de overheid meewerkten aan de deportatie van Joden naar Polen.

Het Nederlandse christendom en antisemitisme

Bart Wallet heeft dat nu in zijn boek Christendom en antisemitisme ook voor de Nederlandse situatie in kaart gebracht. Van Luther en Kersten menen we ondertussen allemaal dat ze in hun leven antisemitische keuzes hebben gemaakt. Maar wat te denken van het antisemitisme van Kuyper en zijn tijdgenoten. Pas na de Tweede Wereldoorlog (toen de gemiddelde Nederlander met de hele wereld wegkeek toen Hitler een zoveelste poging waagde om het volk van God uit te roeien) kwam er een dialoog op gang tussen christendom en jodendom, waarin ruimte kwam voor het verhaal van Israël.

Hedendaags antisemitisme

Hoewel ik daar moeite mee heb, zou ik nog steeds kunnen zeggen: vandaag doen we daar niet meer aan; aan antisemitisme. Maar waarom worstel ik dan nog steeds met de vraag of ik mee had kunnen doen; in Auschwitz? En waarom beklemt die vraag me niet als ik terugkijk naar slavernij? Ten eerste vraag ik me ondertussen af of het hedendaagse debat over Zwarte Piet en slavernij me ook niet naar de keel zou moeten grijpen. Dat komt ten tweede, omdat ik de beelden van mijn voorouders in mijn opvoeding meegekregen heb (en weer meegeef aan mijn kinderen; zo werkt dat met tradere). Vanuit die erfenis heb ik misschien afgezwakte beelden over slavernij en antisemitisme die me nog steeds beïnvloeden.

Mijn beelden bij antisemitisme

Dat drong tot me door toen ik het boek van Wallet las. Ik kan niet precies aanwijzen hoe en waar dat is gebeurd, maar in mijn omgeving vonden we (ik dus ook) die ideeën van Goeree helemaal niet zo gek. Dat hadden die Joden toch geroepen, toen ze Jezus aan het kruis hingen? Er zijn van die primaire herinneringen die je liever wegstopt, maar die er wel zijn.

Wij dragen nog steeds foute ideeën met ons mee

En pas de laatste jaren begint tot me door te dringen dat we vandaag nog steeds ideeën met ons meedragen die anderen over vijftig jaar wellicht als antisemitisch zullen bestempelen. Ik hoop dat Wallet iets bij me wakker heeft gemaakt. Ik hoop dat blijvend tot me doordringt wat mijn christelijke voorouders met het volk van God hebben gedaan. Ze hebben Israël als een zondebok voor hun eigen falen de antisemitische woestijn ingestuurd en vandaag zouden we dat opnieuw kunnen doen (zie mijn blog over Te veel gevraagd? van A. van de Beek).

Wat kunnen wij daaraan doen?

Ik stel voor dat we kritisch kijken naar onze eigen beelden bij het Joodse volk; dat we daar waar mogelijk elkaar aanspreken op haat die zich keert tegen alles wat anders is; waar we jaloers op zijn. Misschien moeten we stoppen met Oude en Nieuwe Testament (alsof het oude heeft afgedaan). We zouden de vervangingsleer in onze theologie eens onder een vergrootglas moeten leggen. Die beelden bepalen of we het Joodse volk zegenend of vloekend wegsturen, dulden of omarmen.

Een vervloeking duurt niet eeuwig

De zonde van een voorouder wordt niet voor eeuwig gestraft. Wat mijn voorouders hebben misdaan hoeft mij niet eeuwig aan te kleven. Dan hoeven we het Joodse volk ook niet meer na te dragen wat ze met Zijn bloed over zich hebben afgeroepen. Dat bloed staat voor ons voor vergeving en voor Joden niet? Dat zijn de patronen die we moeten doorbreken en ik hoop dat ik kritisch genoeg ben naar mezelf om daaraan bij te dragen.

Herman Paul - Secularisatie, Een kleine geschiedenis van een groot verhaalIk las Secularisatie, Een kleine geschiedenis van een groot verhaal van Herman Paul als bijvangst bij een kring. Ik kocht dit boekje, omdat ik dacht dat het hetzelfde boek was als Slag om het hart van dezelfde schrijver (wat ik hierna pas las). Het was waardevolle bijvangst; dat wel.

Augustinus

Ik heb geprobeerd Augustinus te lezen; tijdens m’n studententijd en daarna nog een keer. Maar de primaire Augustinus greep me niet. De secundaire Augustinus daarentegen raakt me steeds opnieuw. Willem Jan Otten (in Waarom komt u ons hinderen en op andere plekken in zijn oeuvre), Beatrice de Graaf (Heilige strijd) en nu weer Herman Paul geven een interpretatie van Augustinus die me telkens raakt als waardevol. Ik moet Augustinus misschien toch nog een keer proberen?

Hoopvol gestemd

Vanuit zijn benadering geeft Herman Paul kritiek op Een seculiere tijd van Charles Taylor: die zou teveel vanuit noodzakelijk op elkaar volgende periodes in de geschiedenis denken en daarmee schatplichtig zijn aan het grote verhaal over secularisatie dat in de sociologie vanaf de 19de eeuw gangbaar is. Na deze kritiek gaat Paul op zoek naar de geschiedenisvisie van Augustinus en concludeert hij dat Augustinus denkt vanuit mogelijkheden. Kort samengevat: zoals het vandaag is, hoeft het morgen niet opnieuw te zijn. Er is hoop dat het morgen anders kan.

Lees verder »

Ari Sandel - When We First Met (2018)Herhaling boeit me. Sinds ik op aanraden van Willem Jan Otten Groundhog Day zag, kijk ik vaker naar films waarin mensen terug mogen of moeten in de tijd; om dingen recht te zetten. Zo zag ik The Last Day of Summer en Naked (beiden niets-om-het-lijf-films) en gisteren dan eindelijk When We First Met van Ari Sandel. Afgezien van het nietszeggende van deze films valt me op dat het thema van de herhaling telkens weer op een andere manier wordt uitgewerkt en ook tot nieuwe inzichten leidt. Ik heb dan ook niets met de interpretatie van herhaling zoals Nietzsche die geeft (die zegt – heel kort door de bocht: eigenlijk is er niets nieuws onder de zon en herhalen we alleen wat eerder al vele malen heeft plaatsgevonden).

Zo oud als de wereld

Toegegeven: het verhaal over het verlangen naar herhaling zal zo oud als de wereld zijn en ik ken er vele varianten van. Het verlangen naar herhaling vind je in de Bijbel bijv. uitdrukkelijk terug in het verhaal over Lazarus die na zijn dood “rust aan het hart van Abraham”. De rijke man, die vanuit het dodenrijk toekijkt, verzucht uiteindelijk: “Stuur Lazarus alstublieft naar het huis van mijn vader, want ik heb nog vijf broers“. En je hoort hem denken: dan kan recht worden gezet wat ik in m’n leven heb laten liggen. Maar Abraham gelooft niet in zo’n missie, want “als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat”. Zo. Dat is duidelijk. Eenmaal gepasseerde stations worden niet meer aangedaan; omdat het zinloos is om er opnieuw te passeren.

Herhaling is zinloos

Eigenlijk is dat ook ten diepste de boodschap die J.P. Sartre telkens opnieuw in zijn novellen en toneelstukken uit: De teerling is geworpen; terugkeer naar de aarde – vanuit een leven na de dood – heeft geen enkel nut; omdat er toch niets zal veranderen. Of: Tussen de raderen; het ene regime volgt na het andere, maar uiteindelijk is het allemaal één pot nat en verandert er niets. Alles herhaalt zich zonder enig nut. Hoewel de stukken boeien en heerlijk weglezen zijn ze nogal ontmoedigend. Het is allemaal nutteloos. Het heeft allemaal toch geen enkele zin of effect. Lees verder »

Dit bericht werd op 11 februari 2018 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Film, Toneelstuk

Vrachtwagen in Nice - Godwin RevisitedHoe langer een online discussie duurt, hoe groter de kans dat Hitler valt (vrij naar de wet van Godwin). Was het maar zo gemakkelijk. Kon je Johnson, Trump, Wilders en Le Pen maar op die ene grote hoop met Hitler gooien. Dat zou het leven een stuk transparanter maken. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Net zo min als het eenvoudig was om voor 14 juli 2016 te voorspellen dat een vrachtwagen een wapen zou kunnen zijn waarmee je tientallen doden in één keer kunt maken en wereldnieuws kunt worden.

Godwin en de lessen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst

Ondertussen is die vergelijking tussen Hitler en een vrachtwagen natuurlijk wel te trekken. Beiden hebben een verleden en roepen collectieve angst en oplettendheid op. In die zin zou je de vergelijking tussen Hitler en Trump kunnen trekken. Beiden hebben in het verleden uitspraken gedaan die op elkaar lijken en in beginsel een zelfde tendens laten zien. Maar over  de impact van Hitler kunnen we ondertussen schokkende uitspraken doen. Trump moet nog maar bewijzen dat hij een vuist kan maken en met macht om kan gaan.

Was het maar zo eenvoudig; zei ik al; zei Godwin denk ik ook. Waren er maar templates voor Adam, Hitler en Jezus die je als sjabloon zou kunnen gebruiken voor de voorspelling van onze toekomst. Maar zoals Tenzin Gyatso (de Dalai Lama) geen Jezus is (hoewel hij trekken met Hem gemeen heeft), zo is Wilders geen Hitler. En daarmee had Godwin een punt.

Toch kun je leren van het verleden

Daarom is hoop (of angst) net zo min op zijn plaats als relativering van hun impact. Alleen daarom al zou ik (afgezien van alle andere redenen die ik daarvoor heb) nooit op Wilders stemmen. Je weet maar nooit wat macht met hem doet. Maar als je het mij vraagt zou Mark Rutte net zo goed een tweede Hitler (of derde Stalin) kunnen zijn. Langs de meetlat van Hitler zal Rutte best lager scoren dan Wilders (Geert Mak doet zo’n voor mij herkenbare poging in bijv. Historisch Nieuwsblad). Maar wat zegt dat over morgen? De vrachtwagen in Nice kwam ook niet van links of rechts, maar uit het niets en maakte 84 doden. En niemand zag ‘m aankomen.

En dat is precies het probleem van geschiedenis bedrijven en terugkijken om de toekomst te kunnen voorspellen. Natuurlijk vind ik ook dat er nooit meer een tweede Hitler op mag staan. Mede daarom probeer ik zelf op het pad van Jezus verder te gaan en het pad van Hitler te mijden. Maar weet jij hoe het daarmee staat; met het pad dat jij bewandelt; met het pad dat je nog zult bewandelen?

En; hoe staat het er vandaag voor?

Ondertussen gaat het natuurlijk helemaal niet alleen om Hitler, Wilders of Le Pen. Het volk moet de voedingsbodem bieden waarin hun uitspraken wortel kunnen schieten. En die bodem is daar natuurlijk niet zomaar vruchtbaar voor geworden. En Wilders of Le Pen kunnen schreeuwen wat ze willen, maar als ze niet de juiste mensen om zich heen verzamelen, wordt het helemaal niets. Het is de verkeerde man of vrouw op het verkeerde moment en de geschiedenis van Boris Johnson lijkt uit te wijzen dat establishment in kan kapselen tot er niets meer over is van de flamboyante man van weleer. Zal dat ook gelden voor Wilders, Trump en Le Pen; als ze eenmaal aan de macht zullen zijn (als dat ooit gebeurt)? Het verleden duiden is al zo’n probleem! Ik weet niet hoe de toekomst er uit zal zien.

Ondertussen heb ik een gezonde dosis scepsis als het gaat om de betrouwbaarheid van Trump, Wilders e.a.. Ik durf mijn toekomst en die van mijn kinderen niet zomaar in hun handen te geven. Wat dat betreft heb ik relatief meer vertrouwen in Rutte of Buma. Maar krijgen zij mijn volledige vertrouwen?

Het blijft behelpen zolang Jezus nog niet terug is en de aarde werkelijk nieuw mag worden.

Dit bericht werd op 15 januari 2017 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , ,
Categorieën: Boeken, Column

Wat vooraf ging

John H. Walton - The Lost World of Adam and Eve - over een gebroken wereldBegin dit jaar schreef ik een blog over het boek The Lost World of Adam and Eve van John H. Walton dat ik kort daarvoor had gelezen. Ik benaderde het boek destijds met gemengde gevoelens; zowel juichend over nieuwe inzichten (over de gebroken wereld) als kritisch over de lichte overschatting van menselijk kennen in het boek. Dat veranderde nauwelijks toen ik het boek nog een keer doorbladerde ter voorbereiding van een avond met een vriendengroepje. Toen ik het boek tenslotte naar aanleiding van een boek over wetenschapsfilosofie afgelopen zomer nog eens beoordeelde leidde dat hoogstens tot nuancering, maar niet tot nieuwe inzichten.

Het boek liet me niet met rust

Toch liet Walton me niet los. Omdat het boek in een kring van onze kerk opnieuw op tafel lag, heb ik het boek de afgelopen maand daarom nog eens gelezen; nu vanuit de zoekvraag naar de gevolgen van het boek voor het christologische perspectief op theologie. We leven immers in een gebroken wereld. Toch?

God onderweg om orde te scheppen

Hoewel Walton dat inzicht slechts één keer uitdrukkelijk noemt in zijn boek wijkt het Bijbelse verhaal volgens hem op een cruciaal punt af van wat in de omringende culturen gebruikelijk was; namelijk daar waar het gaat om de nabijheid van en de relatie met God (pag. 146v). In Stelling 16 (pag. 149vv) legt Walton uit hoe hij aankijkt tegen schepping, wereld en eschatologie. In Genesis 1 begon God orde aan te brengen in de chaos (dat op zichzelf niet goed of fout is; hoogstens ongeordend) en Hij schakelde de mens in om Hem daarin als beelddrager (door Wright vanaf pag. 175vv onder een vergrootglas gelegd) bij te staan. Dat inzicht van Walton (over de mens als beelddrager) wordt door Van den Brink en Van der Kooi (in hun Christelijke dogmatiek op pag. 241vv) overigens in twijfel getrokken of minimaal genuanceerd.

De rol van de mens

In het paradijs kon de mens nog structureel bijdragen aan de ordening van de chaos; het project dat God volgens Genesis 1 had ingezet en door de mens namens Hem voltooid moest worden. God was Hem daar nog wel nabij. Maar de mens zonder God (of: de uit het paradijs verstoten en van de nabijheid van God buitengesloten mens) blijkt die bijdrage niet meer te kunnen leveren en creëert wanorde (waarin het wel gaat om goed of kwaad) i.p.v. orde.

Over chaos, orde en wandorde

Zoals ik het nu begrijp samengevat:

  • De chaos (non-order) uit Genesis 1 : 2 kent nog geen goed of kwaad.
  • Het voldoet nog niet aan het doel dat God stelde voor zijn ordening (order) van deze chaos (waarvoor hij in eerste instantie de mens mede inschakelde).
  • Los van God (zich ondertussen wel bewust van goed en kwaad) blijkt de mens niet in staat om aan dat project bij te dragen en leidt zijn ordening weg van orde tot wanorde (disorder; aldus krachtig samengevat op pag. 175).

Of in een metafoor samengevat: van ongeordende grondstof (chaos of non-order) kunnen stenen worden gebakken die voor de bouw van een huis worden gebruikt (het creëren van order). Een aardbeving (of kwade wil van mensen) kan van zo’n huis een puinhoop maken (disorder).

En precies hier breekt God als Jezus in op onze werkelijkheid

In de geboorte van Jezus herstelde God de paradijselijke situatie; fundamenteel door Zichzelf te zijn en Zijn nabijheid te herstellen. God zocht die nabijheid telkens opnieuw, maar Abraham, Mozes en het volk wezen het af en bleken niet in staat om de opdracht (de Wet) onafhankelijk van God te voltooien. Er ontstonden telkens opnieuw wanorde en daarmee kwaad in de wereld in plaats van orde. In Jezus doet God een laatste en ultieme poging om dit patroon definitief te doorbreken. In Openbaringen breekt dan eindelijk en definitief door wat Jezus daarmee heeft ingezet: een volledig geordende wereld (pag. 168v). God leek zich te vergissen toen Hij de mens als beelddrager aanwees, maar als beelddragend mens beschaamde Jezus zijn Vader niet.

Toen kwam Jezus ons hinderen

Zoals Willem Jan Otten dat uitdrukt in de titel van één van zijn boeken (Waarom komt u ons hinderen?) blijft die inzet van God in Jezus niet zonder gevolgen voor mensen. Jezus breekt in op onze werkelijkheid door zich als weerloze overmacht (zoals Theo de Boer dat zo mooi noemt in zijn De God van de filosofen en de God van Pascal) te positioneren en als slachtoffer van op zichzelf behoudende machten het kruis niet te ontlopen; alwaar Hij zijn Geest gaf; alweer verlaten van God.

Jezus in een nieuw lichaam

Alleen daarom – omdat hij tot het uiterste heeft aangetoond beelddrager van God te kunnen zijn – ontvangt Jezus het nieuwe lichaam waarmee Hij door deuren heen kan gaan; op basis waarvan Paulus in 1 Cor. 15 zegt dat Zijn opstanding de definitieve doorbraak betekende naar het bedoelde einde dat God voor ogen had. In Hem wordt het nieuwe verbond (waarover bijv. Jesaja spreekt) in de harten van andere mensen (die in Hem geloven als de Messias) geschreven en mogen zij opnieuw deelnemen aan het project waarmee God zijn uiteindelijke doel alsnog bereikt; onomkeerbaar en door onze wanorde alsnog te herschikken tot de orde die Hij wil (aldus N.T. Wright die stelling 19 op pag. 169vv voor zijn rekening neemt).

Wat betekent dit voor ons?

Slechts één keer verbindt Wright deze bedoelde orde expliciet met gerechtigheid (pag. 174). Daar ligt impliciet wel de crux van onze bijdrage aan het project dat Jezus nu definitief afrondt. Jezus geeft niet alleen het goede voorbeeld, maar vraagt om Hem daarin te volgen; in die kwetsbaarheid die ook voor jou en mij kan eindigen aan het kruis; door zonder water bij de wijn (compromisloos) recht te doen in het besef dat aardse machten dat recht niet voor ogen hebben als wij hen in dat recht doen tegenkomen. Aardse machten creëren sociale wanorde (of – zoals ik het zou noemen – rechteloosheid) om zelf aan de macht te kunnen blijven (waar by the way het beelddragerschap van God bij de omringende volken in afwijking van Israël op was gericht; pag. 146).

Wat betekent dit voor mij?

Nu ik het boek met een theologische bril heb gelezen ben ik onder de indruk van de kracht van de eenvoudige trits van non-order, order en disorder en hoe Walton en Wright de Bijbelse verhalen over Jezus voor mij rijker kleuren dan ik voorheen doorhad. Voor mij hebben Walton en Wright (zei ik eerder ook al in mijn blog van augustus j.l.) een nieuwe spanningsboog over de Bijbel heen gelegd. Daardoor worden sommige onduidelijkheden verhelderd en dringt langzaam tot me door waar en hoe ik met Jezus bij kan dragen aan een wereld die volmaakt voldoet in Gods ogen.

De gebroken wereld is doorbroken

Mijn kanttekeningen bij het boek (met name waar het gaat om de zwakke legitimatie voor evolutie vanuit zijn theologische verhaal) blijf ik hebben. Maar die tegenwerpingen vallen in het niet bij de theologische kracht die ik uit vind gaan van dit boek. Er zijn van die momenten in je leven dat je in een paar uur (tijdens een gesprek of door het lezen van een boek) voor jaren werk meekrijgt. Door Waltons interpretatie van non-order, order en disorder heb ik zo’n moment denk ik beleefd.

Ja, we leven in een gebroken wereld. Maar Jezus heeft dat patroon doorbroken. Als κύριος (als Heer van mijn leven of zo je wilt als herder) ondersteunt Hij mij daarbij. In zijn nabijheid kan ik eindelijk weer bijdragen aan het project waarbinnen God orde aanbrengt in de chaos; waardoor Hij onze wanorde opnieuw ordent. Zijn plan met deze wereld wordt eindelijk voltooid.

Dit bericht werd op 20 oktober 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Boeken

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken