A.F.Th. van der Heijden - De ochtendgaveA.F.Th. is mijn held

Ik heb het vaker gezegd: A.F.Th. is een begenadigd schrijver, maar stelt toch vaker teleur dan ik graag zou willen; nu opnieuw met ‘De ochtendgave’.

Na Schervengericht was ik al definitief fan geworden van Van der Heijden. Het verhaal “De eenzaamste twintig minuten uit de geschiedenis van de mensheid” dat zich middenin dat boek ontspint is intens en meeslepend verteld. Die intensiteit versterkt het toch al geniale verhaal dat A.F.Th. vertelt over Roman Polanski wiens vriendin in de jaren ’60 werd vermoord.

Na 2012 – toen ik het verhaal over dit boek schreef – is er wel iets veranderd. Na 2012 schreef Van der Heijden nog zo’n intens, maar hopeloos verhaal: Tonio; naar aanleiding van de dood van zijn eigen zoon. Dat boek verpletterde me om zoveel uitzichtloos verdriet. En het beangstigde me: zou A.F.Th. dan nooit meer iets schrijven; zoals hij in ‘Tonio’ telkens herhaalde?

Maar gelukkig: eerst verscheen hij na jaren van verbeten en verdronken verdriet bij ‘College Tour‘ en kort daarna verscheen De Helleveeg. Ik vond het – lees ik nu terug in m’n blog – een goed boek; herkenbaar en daardoor aangrijpend. Ik hoopte op meer en op weer zoiets als ‘Schervengericht‘.

Met ‘De ochtendgave’ schrijft hij echter opnieuw middelmatig

Met ‘De Ochtendgave‘ is A.F.Th. echter teruggekeerd naar het niveau van Drijfzand koloniseren of De liefdesbaby. Voor de eerste helft van het boek heeft hij het ‘Erotisch woordenboek‘ van Hans Heesterman opengeslagen en er een verhaaltje omheen gebrouwen; afschuwelijk banaal en platvloers. Daarna ontspint zich een verhaal dat gaat over het door Fransen bezette Nijmegen van 1672 – 1674. In dat deel van het boek werd het toch nog een klein beetje interessant en las ik het boek zelfs met genoegen uit. Maar al met al zou ik ‘m – als ik dit geweten had – lekker in de winkel hebben laten liggen.

A.F.Th., ik blijf je volgen, maar alsjeblieft: schrijf weer iets moois; iets van waarde; een monument waar we in Nederland niet meer omheen kunnen!

Dit bericht werd op 3 mei 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken

Matthew Jacoby - Deeper Places - Experiencing God in the Psalms - PsalmenDe Psalmen

Een maand geleden schreef ik in het kader van het thema ‘Wandelen met God’ voor ‘Open Kaart‘ (Orgaan van Johannes Calvijn dispuut der C.S.F.R.) een kort artikel met de titel ‘Torens van gebroken verlangen’; onder andere over de Psalmen. De torens in het artikel refereren aan ziggurats, waarmee tijdgenoten van Abraham hun verlangen naar God uitdrukten; torens, waarmee zijn tijdgenoten wilden zeggen: “God, wij verlangen naar uw aanwezigheid in ons midden en bouwen alvast een klein stukje naar u toe om dat verlangen uit te drukken”. De toren van Babel moet ook zo’n ziggurat zijn geweest; wel een van de verkeerde soort; waarmee de bouwers uit wilden drukken dat ze Gods Koninkrijk op aarde wilden hebben, maar – zoals U2 het uitdrukte in ‘Wanderer‘ – “they didn’t want God in it”.

Daar sloeg het woordje gebroken overigens niet op; in de titel van mijn artikel. De gebrokenheid sloeg op de wereld waarin dat verlangen maar al te vaak ontstaat. Die wereld toont zich aan alle kanten gebroken en het is precies die combinatie van verlangen en gebrokenheid waarover Matthew Jacoby in zijn ‘Deeper Places’ schrijft. Matthew Jacoby is leadzanger in de band ‘Sons of Korah’ die net als ‘Psalmen voor Nu’ de Psalmen hertaalt naar hedendaagse muziek. En over die Psalmen heeft hij nu ook een boek geschreven.

Deeper Places‘ geeft eindelijk de aandacht aan de Psalmen die ze verdienen. Op de berijmde Psalmen was ik al uitgekeken toen ik ze nog elke zondag zong. Voor mij klopten ze niet met wat ik in de originele Psalmen las, maar daardoor raakte het origineel ook een beetje onder het stof. Ergens vermoedde ik een enorme rijkdom onder dat stof, maar het lukte maar niet om erbij te komen; totdat ik dit prachtige boekje van Matthew las en een lezing van hem bezocht. Naast de enorme breedte van de psalmen – van diepe aanklacht tot intense verwondering – raakte het mij vooral dat je geloof en gevoel – hoewel ze soms mijlenver uit elkaar lijken te liggen – naast elkaar mag laten staan.

Lees verder »

Dit bericht werd op 25 april 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Artikel, Boeken, Gedicht

Neal Morse - TestimonyNeal Morse - Testimony 2Neal Morse - Testimony (book)

Het ‘Testimony’ van Neal Morse

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: ik ben geboeid door mensen die van niets iets zijn gaan geloven; of ze nu schrijven, muziek maken of gewoon als mens in mijn directe omgeving zichzelf zijn. Het verbaast me elke keer weer, als ik de verhalen hoor van Willem Jan Otten, Brian ‘Head’ Welch, Neal Morse of Arthur. Ik ga er niet harder of beter door geloven, maar hun verhalen inspireren me om verder te zoeken; voorbij de menselijke maat naar wat God voor ons in petto heeft.

Met ‘Testimony‘ heeft Neal Morse de afgelopen 2 decennia de juiste muziek gevonden om dat uit te drukken en tegelijk met zijn tweede album met die titel verscheen ook het boek ‘Testimony, The Inspirational and Spiritual Journey of a Prog Rock Musician‘. Zoals eerder gezegd: ik ben gevoelig voor taal. Taalkundig gezien is het geen literatuur; dit boek. Maar het verhaal zelf is sterk genoeg om zelfs in deze vorm aan te kunnen spreken.

Als ik het boek kort samen zou moeten vatten, zou dat erop neerkomen dat Neal niet werd opgevoed met God, maar Hem – zonder echt te weten om wie het ging – toch al vroeg leerde kennen. Recent was Neal nog in Nederland en Duitsland voor een beperkte worshiptour. Ik bezocht één van de concerten in een naschoolse opvang in Vleuten (of all places). Daar vertelde hij nog eens over het gebed dat hij ooit richtte tot het universum; om inspiratie voor zijn muziek. Inspiratie kreeg hij toen nog niet van God, maar God voegde Hem – uitgedrukt in de woorden van Neal Morse – toe: “Stop it; calling me universe; call me God!”.

Lees verder »

Dit bericht werd op 18 april 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Boeken, Gedicht, Muziek

Victor ten Hove - Ongeschreven wetten - Roman van een Haagse insider over ambtenaren en ministersHet gestuntel van Van der Steur in het Haagse

Toen ik afgelopen week het gestuntel van Van der Steur probeerde te volgen, kon ik niet voorkomen dat ik dat deed met de ogen van Victor ten Hove. Recent las ik zijn boek ‘Ongeschreven wetten‘ over een zojuist ingesteld ministerie van justitie in het Haagse en ik kon me de afgelopen week niet aan de indruk onttrekken dat de ambtenaren van Van der Steur hem deze week wilden zien vallen; zoals eigenlijk minister Vergoor van dat nieuwe ministerie van Veiligheid had moeten vallen; door het geklungel van zijn ambtenaren, het gehele geïnfiltreerde politie-apparaat en nog heel veel meer.

Hoe komt de beste man erbij; dat hij informatie van de FBI gekregen zou hebben? Die informatie kreeg hij van zijn ambtenaren en je maakt mij – na lezing van ‘Ongeschreven wetten‘ – niet wijs dat zij niet wisten dat die informatie niet van de FBI, maar bij de politie van New York vandaan kwam; als het daar zijn bronnen al had; die informatie.

Het moet daar één grote slangenkuil zijn; op het Haagse pluche. Kamerleden laten graag de indruk achter dat zij door allerlei partijen worden be-lobby-d, maar ze be-lobby-en elkaar en samen met het ambtelijke apparaat vormen ze één grote lobby-ende kliek. Niemand is daar veilig; al helemaal niet de minister die voor alles verantwoordelijk is; hoewel hij er anno 2016 steeds minder voor verantwoordelijk wordt gehouden. In België is het nog erger: daar dienen twee ministers (naast de minister van BiZa ook – sic – de minister van justitie) hun ontslag in en wordt hun ontslag hen Nota Bene geweigerd!

Kortom: het boek ‘Ongeschreven wetten‘ is één grote bevestiging van waar je al je hele leven bang voor bent; dat niemand, maar dan ook echt niemand in het Haagse te vertrouwen is. Dat hun korte termijnen uiteindelijk ten koste gaan van onze lange termijn. Niet alleen Wilders speelt dat spel (hoewel hij het het beste speelt), maar ieder volksvertegenwoordiger of minister doet het: zieltjes winnen om een volgende keer opnieuw op het pluche te kunnen belanden. Alleen de uitzonderingen lijken deze regel te bevestigen. De anderen houden hun dubieuze rol angstvallig buiten beeld.

Lees verder »

Dit bericht werd op 3 april 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , ,
Categorieën: Boeken, Politiek, Werk

Lee Ezell - Niemand die met mij huildeIk ben normaal niet zo van die evangelische boekjes, waarin mensen vertellen over hoe God Zijn weg met de schrijver ging. Maar toen een vriendin me vroeg om dit boekje te lezen, heb ik het na lang aarzelen (er is zoveel te lezen!) toch maar gedaan. En daar heb ik geen spijt van.

Vrouw wordt geslagen door haar vader en verkracht door een collega. Ze voelt zich weerloos en verlaten en het lijkt logisch om te denken dat ze er alleen voor staat, als ze zwanger blijkt te zijn. Opnieuw vlucht ze weg; eerst weg bij haar vader; nu weg bij haar moeder. En waar ze belandt, wordt ze opnieuw bedreigd door een oude man. Ondanks al die tegenslagen blijken er gelukkig ook veilige plekken te zijn op aarde. Daar wordt het kind geboren dat ze direct afstaat voor adoptie. Maar vanaf de eerste bladzijde weet je dat datzelfde kind op zoek gaat naar haar moeder…

Er zijn helaas meer mensen die een verhaal van ellende kunnen vertellen en ook het verhaal van Lee Ezell raakte me diep. Zoiets gun je niemand, want ook het verhaal over de wederopbouw na de afbraak leidt niet langs gebaande wegen. Als dingen kapot gaan, gaat het zelfs na de kennismaking met God allemaal niet vanzelf. Daar kunnen meer mensen van getuigen. Wat maakt het verhaal van Lee Ezell dan toch zo bijzonder?

Lees verder »

Dit bericht werd op 20 maart 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Boeken

John H. Walton - The Lost World of Adam and EveIn zijn boek ‘The Lost World of Adam and Eve‘ schrijft en suggereert John H. Walton – aan het einde van het boek het meest uitdrukkelijk – dat Augustinus (overigens evenals andere kerkvaders) ons wel eens op het verkeerde been gezet zou kunnen hebben. Maar de criteria die hij daarvoor aanlegt zijn grotendeels net zo goed op Augustinus als op hemzelf van toepassing. Als Augustinus ons op het verkeerde been gezet heeft, zullen we er vroeg of laat achterkomen dat Walton ons net zo goed op een ander verkeerd been – het been van wetenschappelijke evolutie – heeft gezet.

Zonde van de aankoop dus? Welnee! Het was een kostelijk boek om te lezen en hoewel zijn inzichten over 20 of 50 jaar ongetwijfeld als achterhaald terzijde geschoven zullen worden (Augustinus heeft het overigens wat – sic – langer volgehouden), heeft het voor vandaag heel veel te zeggen wat hij schrijft; is mijn mening.

Maar wat zijn die inzichten van Walton dan? Samengevat komt het verhaal van Walton erop neer dat het verhaal in de Bijbel zijns inziens ruimte laat voor (lees niet: bewijzen biedt ter ondersteuning van) hedendaagse wetenschappelijke inzichten; ook als het over evolutionaire inzichten gaat. Hij ondersteunt dat met goede argumenten en werpt met zijn betoog nieuw licht op de rol van God en mensen in deze wereld; vooral mooi, verhelderend en licht.

Lees verder »

Dit bericht werd op 22 januari 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , ,
Categorieën: Boeken

Tim Keller - Het huwelijkDinsdag is alweer onze vierde avond over het prachtige boek van Tim Keller over ‘Het huwelijk’. Eerder blogde ik al (met stellingen) over dit boek:

De kracht van het boek zit ‘m voor mij toch vooral in het middelste deel van het boek, waar het gaat over het doel van het huwelijk en over ‘in waarheid liefde zeggen’. Ik zou niet weten hoe je anders de laatste onderwerpen van het boek aan de orde zou moeten stellen, maar de laatste drie hoofdstukken van het boek ogen fragmentarisch en hebben veel minder samenhang dan het eerste gedeelte van het boek. Dat gezegd hebbend worden ook in deze hoofdstukken waardevolle inzichten aangeboden:

  • Het voelt ongemakkelijk om samen te vatten wat in het hoofdstuk over alleengaan wordt gezegd. Als getrouwde man kan en wil ik niet beoordelen of de adviezen die Keller hier geeft waardevol genoeg zijn om ze ter harte te nemen. Wat me aanspreekt is dat Keller hier instemmend Hauerwas citeert die stelt dat “het christendom de eerste godsdienst was waarin het leven van een alleenstaande volwassene als een begaanbare weg werd gezien”. Ik weet niet of alleengaanden dat vandaag nog steeds zo ervaren in de kerk. Ik heb geen idee of alleengaanden zich gesteund voelen in die overtuiging of de worsteling die ze daarmee hebben. Het maakt me bewust van een blinde vlek die ik wellicht heb; dat ik me vooral ophoud onder getrouwden en daardoor alleengaanden aan hun lot overlaat. Ik ventileer wel dat het huwelijk geen heilige graal is (integendeel), maar alleengaan… Altijd… Ik geloof niet dat ik daar net zo van zou genieten als tijdens de weken dat ik even afstand kan nemen van alles wat en iedereen die een beroep op me doet. Ik geniet van alleengaan; omdat het tijdelijk is. Hoewel ik de nadelen van getrouwd zijn zie, zou ik niet altijd alleen willen zijn. Hoe zou ik vanuit die positie – in de woorden van Keller – “wegen kunnen zoeken om ons huwelijk te ‘delen’ met alleenstaanden en andere getrouwde stellen in onze omgeving”? Ik hoop dat ik van mijn gezin geen afgod maak, waardoor alleengaanden zich overbodig voelen. Dat zijn ze namelijk niet.
  • Keller trekt consequente lijnen door het boek heen. Waar vriendschap in een huwelijk volgens Keller is gebaseerd op de gedeelde passie om de ander tot zijn recht te laten komen en daarin een actieve rol te vervullen, komt dat terug nu hij sexualiteit aan de orde stelt. Want waarvan zou je meer opgewonden kunnen raken dan van de opwinding van de ander? Keller vertaalt 1 Kortintiërs 7 dan ook naar de opdracht om genot te geven; in plaats van om sexueel genot te krijgen. Vanuit dat principe mag de man zijn vrouw haar genot niet onthouden (en omgekeerd). Hoewel Keller daar minder uitdrukkelijk bij stilstaat, hoeft de man dat niet voor zijn vrouw te bedenken (of andersom). Dat hoef je nooit van de Bijbel; voor een ander te denken; als je het maar voor jezelf doet. Maar als ik als man altijd wel kan en wil vrijen en mijn vrouw heeft daarvoor een stabiele en veilige omgeving nodig? Moet een vrouw haar man dan altijd maar zijn genot geven; mag ze daarbij haar eigen belang en veiligheid dan niet meewegen? Enerzijds is dat het mooie van de Bijbel: als beide partners gericht zijn op het genot van de ander, hoeft geen van beiden zich zorgen te maken en blijft het in evenwicht. Maar als de ene partner gericht is op de ander en de ander denkt alleen aan zijn of haar eigen genot? Dan trekken beiden aan het kortste eind; de een omdat hij of zij zich overvraagd weet en over zijn of haar grenzen heen laat gaan; de ander omdat hij of zij niet aan zijn of haar trekken komt. Sexualiteit is net als het hele huwelijk een kwestie van jarenlang werken voordat je de echte vruchten ervan kunt plukken.

Zoals gebruikelijk voeg ik nog een paar stellingen toe:

  1. Zien alleengaanden aan ons dat ons gezin niet onze afgod is? Wat hebben zij daaraan?
  2. De Bijbel is een heel ongemakkelijk boek voor preutse mensen.
  3. Een verbond schept ruimte en zekerheid met het oog op kwetsbaarheid en intimiteit. Vreemdgaan en porno maken dat kapot.
  4. Je mag je huwelijkse partner het sexuele genot niet onthouden (1 Korintiërs 7); sterker nog: daar moet je hele zijn op zijn gericht; om hem of haar genot te geven.
Dit bericht werd op 20 juni 2015 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Boeken

Tim Keller - Het huwelijkEerder blogde ik al over de eerste helft van dit prachtige boek; dat me tot nadenken stemt. Ondertussen ben ik met lezen terecht gekomen in wat mijn favoriete deel van het boek is (over waarheid en liefde). We lezen dit boek met een groep in de kerk en ik ‘beblog’ dit boek in drie delen:

Wat heb ik geleerd?

  1. Dat het niet zo moeilijk is om waarheid aan te zeggen of om lief te hebben; als je een beetje je best doet. Waarheid aanzeggen is gewoon vertellen waar het wat jou betreft op staat. Dat kost enige oefening en soms moet je jezelf over wat tegenzin heenzetten, maar de aanhouder wint. Als je er alleen voor kiest om waarheid aan te zeggen, hoef je jezelf overigens geen zorgen te maken wat jouw waarheid doet met de ander. Dat die ander zich gekwetst voelt en geschokt of boos reageert, doet er niet toe. Dat is zijn of haar zorg en niet de jouwe; als je alleen waarheid aan wilt zeggen. Liefde zonder waarheid is het andere uiterste daarvan. Je kijkt alleen naar dat wat je aanstaat en negeert dat wat je door de vingers ziet (en onder het vloerkleed veegt). Ik ben best goed geworden in waarheid aanzeggen en in liefhebben, maar in liefde waarheid aanzeggen en in waarheid liefhebben, laat ik eerlijk zijn; daar ben ik niet zo heel erg goed in; heb ik ontdekt. En zoals dat in vriendschappen niet werkt, zo werkt dat zeker in een huwelijk niet. Nog minder dan in een vriendschap kun je jezelf verstoppen in een huwelijk. Want als je jezelf niet blootgeeft, kan nooit de vriendschap ontstaan die volgens Keller het doel van het huwelijk is. Alleen als de ander weet dat jij hem of haar de waarheid in liefde aanzegt (doordat de genade van Jezus een plek heeft gekregen in de relatie); alleen als jij de ander waarheid durft aan te zeggen; alleen dan heeft in woorden of daden uitgedrukte liefde maximale impact; zeker als die liefde in een taal wordt uitgedrukt die de ander nodig heeft; als die liefde in zijn of haar eigen taal wordt uitgedrukt. Alleen in zo’n omgeving kan pijn, verdriet en onzekerheid (ook als die ontstaat door de lompe manier waarop ik de ander soms behandel) aan de orde komen en kwetsbaar te berde worden gebracht; in de wetenschap dat de ander niets door de vingers ziet, maar in liefde en genadig luistert naar wat de ander in de weg zit om tot volle bloei te komen. Vriendschap in een huwelijk ontstaat daar waar Jezus’ genade de houding brengt om de ander dienstbaar te zijn; de waarheid in liefde aan te zeggen; en daardoor de ander een stap verder te helpen om de ander nog beter tot z’n recht te laten komen.
  2. Met hoofdstuk 6 komen we overigens bij mijn minst favoriete gedeelte van het boek uit; over de rolverdeling tussen man en vrouw. Ik heb niet voor niets een ezer (helper) aan mijn zijde; stelt Kathy Keller. Ik heb die helper aan mijn zijde, om tekort te compenseren. Zonder mijn helper zou ik niet volledig zijn. En andersom is een man niet het hiërarchische hoofd boven de vrouw, maar als hoofd dienend leider; gericht op de bloei van zijn vrouw; zoals Christus Zijn leven gaf voor de mens; zo zou de man leider moeten zijn van zijn vrouw. De nuance van deze rollen ontgaat me, maar daar zal ik een man voor zijn. De uitersten daarentegen herken ik wel; de onafhankelijkheid van de man en de afhankelijkheid van de vrouw. Het wankele evenwicht daartussen (ergens in het midden) – misschien begin ik het dan toch te begrijpen – lijkt op wat Henri Nouwen zegt over afhankelijkheid van wat ik doe, heb of van wat ik denk dat andere mensen daarvan vinden (o.a. onder woorden gebracht in zijn prachtige preek die in 2011 werd opgenomen in Crystal Cathedral). Je identiteit vindt pas vaste grond – is de overtuiging van Nouwen – als je je identiteit leert ontlenen aan wat Christus voor jou deed en aan wat Hij nog steeds voor jou wil betekenen; waarin Hij je is voorgegaan. Enerzijds werkt dat bevrijdend; want onafhankelijk van wat iedereen (inclusief je man) van je vindt. Anderzijds maakt dat afhankelijk van een weg die Jezus wijst; door pijn en verdriet heen naar acceptatie van de ander als onafhankelijke ander; voor wie jij zelfs je leven over zou (willen) hebben.

En zo reiken Tim en Kathy Keller beiden waardevolle inzichten aan om over verder te denken; en om verder over te praten; samen; en in mijn geval in een groep mensen met wie ik dit boek lees. Om een gesprek over deze hoofdstukken wat meer richting te geven, heb ik de volgende stellingen bij het boek geformuleerd:

  1. Ik kan leven met de waarheid die de ander me aanzegt, omdat Jezus de ander helpt om mij daarin ook genadig te zijn; lief te hebben zonder er wat voor terug te willen hebben.
  2. Zo’n huwelijk heb ik niet. Mijn huwelijk is hoogstens een poging om in liefde de waarheid onder ogen te zien, te accepteren en dienstbaar te zijn aan de bloei van de ander; mijn vrouw.
  3. Is die vergelijking tussen wat Kathy Keller zegt en wat ik leerde bij Henri Nouwen eigenlijk wel terecht?
  4. Een vrouw houdt haar man door haar afhankelijkheid van hem gevangen.
  5. Een man doet zijn vrouw tekort als hij onafhankelijk van haar wil leven.
Dit bericht werd op 17 mei 2015 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Boeken

Maarten 't Hart - MagdalenaZoals oudere mensen beter kunnen stoppen met autorijden (omdat ze zichzelf en anderen in gevaar brengen), zo moet Maarten ’t Hart langzamerhand maar eens stoppen met schrijven. In zijn boek ‘Magdalena‘ is het namelijk niet meer wat het geweest is; met de taal niet en een verhaal wil het ook maar niet worden.

Ik heb vaker geworsteld met een boek, maar zelfs het uiterst saaie ‘Eiland van de vorige dag‘ heb ik uiteindelijk uitgelezen. Voor het eerst in m’n leven heb ik ‘Magdalena‘ bewust opzij gelegd en besloten om het niet uit te lezen.

Ik heb altijd genoten van Maarten ’t Hart (laatstelijk nog van ‘Verlovingstijd‘). Allereerst genoot ik van zijn taal; zijn taalkunstjes en vaak ook -grappen. In ‘Magdalena‘ echter is zijn taal sleets geworden en erger ik me aan de gekozen stijl. Volgens de kranten en volgens de achterflap van het boek zou het boek een verhaal over zijn moeder moeten zijn, maar meer dan tot introspectie is ’t Hart niet gekomen; met af en toe een uitstapje naar zijn moeder.

Die uitstapjes kenden we overigens al. Dat zijn stiefvader Jezus en de duivel dementerend op één grote hoop gooide, wisten we al uit ‘Verlovingstijd’ en al die andere verhalen zullen ook wel ergens in al die andere boeken van ’t Hart terug te vinden zijn. Zo voelt het uieindelijk ook: een samenraapsel van onsamenhangende verhaaltjes die een leven op willen leuken dat helemaal niet zo opvallend was als ’t Hart wil laten lijken. Het voelt als lijkenpikkerij; een centje bijverdienste aan de dood van zijn moeder.

Het grote probleem van het boek is dat het anders is opgeschreven dan ik uit andere boeken van ’t Hart gewend was. Het boek heeft een tot vervelens toe en-toen-en-toen-en-toen-en-toen-gehalte en het wordt niet geschreven vanuit de beleving van een romanfiguur, maar vanuit de zurigheid van ’t Hart himself. Had ’t Hart die puberige zurigheid nou niet gewoon eens achter zich kunnen laten? De tale Kanaäns in verkeerde context is opnieuw te opvallend aanwezig. En op elke bladzijde moet worden aangetoond dat de Bijbel en alle geschriften die daarop zijn gebaseerd onzin verkopen. Dan lees ik liever Armando; zoals afgelopen zaterdag 2 mei 2015 in Trouw:

Vrijheid van meningsuiting is ook heel belangrijk. Maar die wordt zo vaak misbruikt. Kwetsen moet kunnen, hoor ik dan. Ja, dat is zo, maar waarom zou je dat in hemelsnaam doen? Ik ben zelf niet gelovig en sterker nog, ik moet van godsdiensten niets hebben. Natuurlijk weet ik dat in de Koran gewelddadige dingen staan, maar de Bijbel is wat dat betreft geen haar beter! Weet je wat ik vind van mensen die gelovigen bespotten? Die vind ik kleinburgerlijk. Zielig“.

Daarmee is wel zo’n beetje alles gezegd. Als je geen goede verhalen meer kunt schrijven, Maarten, stop er dan alsjeblieft maar mee en ga lekker zielig in een hoekje zitten sikkeneuren waar wij er geen last meer van hebben. En recensenten bij de meeste kranten die schrijven dat het een gevoelig verhaal over zijn moeder is geworden: prik toch gewoon eens door al die onzin heen. ’t Hart heeft niets nieuws geschreven. Hij bevuilt het nest van z’n eigen moeder en heeft met ‘Magdalena‘ gewoon een ordinair slecht boek geschreven. Ik sluit me aan bij Emmy de Bruyn (in Wapenveld): laat die psychologische prietpraat die je toepast op andere schrijvers nou ook eens toe op ’t Hart. Ik weet zeker dat jullie in dat geval geen spaan heel hadden gelaten van dit boek.

Dit bericht werd op 10 mei 2015 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Boeken

Willem Jan Otten - Een man van horen zeggenIk heb vaker gelezen over voortleven na je dood; in betere varianten bij Alice Sebold (‘The Lovely Bones‘) en Sartre (‘De teerling is geworpen‘); in een heel slechte variant bij Leon de Winter (‘VSV‘). Maar zoals Willem Jan Otten het in ‘Een man van horen zeggen’ aanpakt, heb ik het nog niemand zien doen: geniaal!

De man van horen zeggen is dood, ooit heette hij Legrand en alleen als anderen zich bewust worden van zijn leven en/of van zijn er niet meer zijn wordt hij zich bewust van het bestaan dat hij ooit aan den lijve ervoer, maar nu alleen nog maar in herinneringen van anderen (en daardoor van zichzelf) terug kan halen. Bij sterven is alles behalve zijn geheugen afgestorven. Zien kan hij niet meer. Hij weet dus niet hoe degenen die zich hem herinneren er tegenwoordig uitzien; alleen maar hoe ze er uitzagen toen hij nog leefde. En zoals dat vaker gaat; als je het moet hebben van herinneringen die anderen aan je hebben nemen die herinneringen af. Legrand sterft met andere woorden een langzame tweede dood, maar heeft er vrede mee.

Na zijn dood heeft hij de regie over zijn herinneringen overigens al uit handen moeten geven. In leven dagdromend kun je ingrijpen in een gedachtestroom. Dat gaat niet als je voort moet leven in de herinneringen van anderen. Hun herinneringen bepalen wat je jezelf wel en niet herinnert van wie je was; ooit.

Willem Jan Otten gebruikt overigens één van de mooiste openingszinnen die ik ooit gelezen heb: “Morgen zou ik vijfenzestig geworden zijn‘. Je zit er meteen middenin. Zou hij geworden zijn? Dat kun je alleen maar ‘denken’ als je al dood bent. Bij leven zeg je hoogstens over jezelf dat je hoopt 65 te worden; morgen. Taal is zeg maar Ottens ding; prachtig gestileerd en nooit betrap je hem op een fout.

Vanuit het leven heb ik me wel eens in het tweede leven van een dode ingeleefd. Een paar weken geleden overleed iemand die ik ooit van wat dichterbij had meegemaakt. Onderweg naar m’n werk op de fiets leefde ik mezelf in hem in en ik besefte dat de dode ander nooit meer zou zien wat ik zag; nooit meer zou voelen wat ik voelde; nooit meer zou ruiken wat ik op dat moment rook. En dat is precies wat Willem Jan Otten met zijn taal en verhaal wakker bij je maakt; dat zintuigen hopeloos eindig zijn, maar dat je in de herinnering van anderen nog een hele tijd verder leeft. En ergens diep van binnen hoop je dat de ander inderdaad verder leeft; als jij aan hem of haar denkt. Een paar jaar geleden thematiseerde Otten dat in Trouw nog eens nadrukkelijk (in de serie ‘Tijdeigen‘; in zijn essay ‘Leven de doden nog‘).

Net als toen (in 2009) heb ik tijdens het lezen van dit boek een aantal keren teruggedacht aan de momenten die ik doorbracht aan het graf van Nikkie. Afgelopen week stond ik er opnieuw. Er waren er blijkbaar meer die aan hem hadden gedacht, want ondertussen lag er een echte grafsteen op zijn graf; voor hem en voor zijn moeder. ’t Zou toch geweldig zijn, dacht ik opnieuw, als Nikkie niet alleen in mijn gedachten (en die van anderen) verder leeft, maar daardoor telkens opnieuw beseft geliefd te zijn geweest… Ondertussen dacht ik iets verder dan toen (in 2009 was het ook allemaal nog zo vers): dat het maar een half leven is om te moeten leven van de gedachten van anderen; die zelf ook weer sterven. Nikkie leefde vanuit de belofte dat hij een nieuw leven zou mogen beginnen; in de nabijheid van God. En dat is – lijkt mij – een beter leven dan ik hem al herinnerend ooit zal kunnen geven.

Dit bericht werd op 3 mei 2015 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Boeken

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken