Anand Tucker - When Did You Last See Your Father?Afgelopen zaterdag heb ik m’n vader nog gezien, maar het is de man niet meer die ik altijd kende en van wie ik hield. Niet dat ik niet meer van hem hou; integendeel! Maar hij is niet meer wie hij was. De medicijnen tegen de ziekte van Parkinson eisen hun tol; vreten aan zijn hersens; en hebben van hem een man gemaakt die ik niet meer echt kan bereiken; van wie ik nog steeds zielsveel hou. Maar hij is niet meer hier. Mijn vader leeft steeds meer in het verleden; waar ik hem niet meer kan volgen. En ik leef naar een toekomst toe, waar hij steeds minder van begrijpt.

Daar moest ik onvermijdelijk aan denken toen ik begin deze week de indringende film ‘And When Did You Last See Your Father?‘ keek. Een vriendin had me er in 2012 al op gewezen en toen ik (eindelijk) mijn mailbox leegmaakte kwam ik haar mail tegen; en moest ik de film natuurlijk alsnog zien. Hoewel zijn buitenechtelijke contacten vaag blijven, maar wel vermoedens oproepen zie je de liefde voor zijn zoon Blake aan alle kanten van de vader afstralen. Het komt er af en toe rot uit (bijv. als ze op aandringen van de vader wild kamperend de volgende morgen wakker worden in een grote plas met water), maar hij meent het wel. Dat zie je. Blake blijft er echter blind voor en als zijn vader in een paar weken tijd sterft aan kanker, komen al die herinneringen weer boven en weet hij niet wat hij ermee moet. Pas als hij na de dood van zijn vader afscheid heeft genomen van één van de vermoede vlammen van zijn vader (en van wat potentieel zijn zus zou kunnen zijn) bevindt hij zich in de armen van zijn vader en dringt het besef door… dat zijn vader van hem gehouden moet hebben.

Lees verder »

Dit bericht werd op 10 februari 2016 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Film, Persoonlijk

Je ne suis pas CharlieAfgelopen nacht droomde ik een vreemde droom; over mezelf als moordenaar. Ik weet niet meer wie ik had vermoord; wel dat het ergens in een hotel gebeurde; in een lange gang. Ik hield het een paar weken verborgen; ook voor thuis. Maar toen kreeg ik er spijt van.
Hoe de droom zich verder ontwikkelde, herinner ik me niet precies. Zo gaat dat met dromen. Daarom vind ik het des te meer opmerkelijk dat ik me wel mijn overwegingen herinner die volgden op mijn spijt. Ach, dacht ik in eerste instantie; een paar jaar cel; geen verplichtingen meer; lekker lezen; gewoon mezelf en alleen. Maar direct daarna volgde inzicht in de concrete consequenties. Hoe zou dat met Jo-Anne en mij verder moeten? En – niet onbelangrijk – ik zou de mooie jaren van de puberteit van mijn kinderen moeten missen. En hoe meer die concrete inzichten zich opstapelden, hoe meer ik in paniek raakte. Wat ik me verder herinner van afgelopen nacht? Dat ik in stukjes verder droomde. De moord verdween naar de achtergrond en het missen kwam ervoor in de plaats. En van de stukjes herinner ik me vooral de verwarring; de paniek; het gevoel van onomkeerbaarheid.

Overdag zou ik voorafgaand aan de moord nadenken; zou ik, voordat ik zou moorden, me afvragen wat de consequenties zouden zijn van mijn handelen. Wat ik afgelopen nacht voelde, zou ik wroeging, misschien zelfs wel slachtofferschap noemen. Uiteraard zou je Freud op deze droom los kunnen laten. Dat laat ik graag aan anderen over, want waar ik het op deze plek over wil hebben, is de knoop tussen vrijheid van meningsuiting (die me dierbaar is) en de verantwoordelijkheid die we allen hebben voor wat we doen. Voor mij was dat de eerste knoop die ik afgelopen week wilde ontwarren, toen er 20 mensen werden dood geschoten.

Laat ik vooraf helder en duidelijk afstand nemen van de conclusie die een onwelwillende lezer zou kunnen trekken uit onderstaande. Ik wil met dit verhaal niet betogen dat de journalisten van Charlie Hebdo de dood aan zichzelf te danken hebben. De verantwoordelijkheid voor de dood van Cayat e.a. is voor de volle 100% voor rekening van Chérif en Saïd Kouachi. Moge hun namen wegzakken in vergetelheid.

Dat neemt niet weg dat ik het toch wil hebben over de verantwoordelijkheid die zij wel degelijk hadden; net als ik; niet voor de moord, waarvoor anderen verantwoordelijk waren, maar voor de dingen die zij schreven en tekenden. In een reactie in NRC stelt Cyprian Koscielniak – zelf cartoonist – dat de kwaliteit van Charlie Hebdo bagger is. Ik weet het niet. Ik heb het blaadje nooit onder ogen gehad. Maar zelfs als het blaadje een hoogstaand initiatief zou zijn, zou ik het met Koscielniak eens zijn dat we vandaag niet meer in een cultuur leven waarin alle lagen van een geschreven tekst of cartoon doordringen tot het bewustzijn van iedereen die het leest; domweg omdat de subtiliteiten daarvan niet als cultureel erfgoed in hun sociale genen zijn gecodeerd. Zelfs om een slechte grap kun je meestal nog wel lachen, maar als de subtiliteiten van satire wegvallen, blijft de belediging en de vernedering als gevolg daarvan over – tot zover Koscielniak.

Dat lijkt op wat Multatuli gezegd schijnt te hebben – las ik gisteren NB in het Reformatorisch Dagblad. Ik heb vandaag nog weer eens door de Ideeën van Multatuli heen gebladerd, maar ik heb het citaat helaas niet terug kunnen vinden. Goede satire – parafraseer ik Multatuli dan maar uit het RD – kun je alleen schrijven als je zelf door verdriet heen bent gegaan. Afgezien van de vraag of Multatuli dit werkelijk heeft gezegd, raakt deze parafrase wel aan een belangrijk thema dat de afgelopen week vooral over het hoofd werd gezien; waaraan Koscielniak raakt. Dat is het thema van de vrijblijvendheid.
Als Project Manager heb ik de afgelopen jaren geleerd dat vrijblijvendheid dodelijk kan zijn voor een project. Prince2® – een bekende methode voor Project Management – adviseert dan ook om een stuurgroep samen te stellen, waarin alleen beslissers zitting nemen die de consequenties ondervinden van hun eigen besluiten. Vrijblijvendheid is taboe in projecten. En mijn overtuiging is dat vrijblijvendheid op die manier dodelijk kan zijn voor vrijheid van meningsuiting. In de reactie van Koscielniak klinkt spijt door en dat voelt goed. Ik hoop dat niet alleen Koscielniak op die manier nadenkt over wat hij deed en doet. Want mij lijkt het nogal hypocriet dat jij buiten schot kunt blijven (dit laatste niet letterlijk te lezen), als je wilt dat jouw mening door anderen wel moet worden overgenomen. Zij moeten er wel iets mee en jij kunt vrijblijvend blijven roepen wat je wilt? Vrijheid van meningsuiting is niet vrijblijvend, Charlie Hebdo, BNN, geenstijl.nl of Geert Wilders. Jullie zijn net zo goed verantwoordelijk voor wat je zegt en doet als ik; net als overigens die fanatieke broers in Parijs verantwoordelijk waren voor wat ze deden.

Als ik ‘de krant’ moet geloven, heb ik het recht om te beledigen. Ik ben het daar niet mee eens, maar zelfs als dat zo zou zijn, ben ik hoe dan ook niet alleen verantwoordelijk voor wat ik zeg en doe, maar ook voor de consequenties die dat heeft. Nogmaals: dat betekent niet dat Charlie Hebdo verantwoordelijk was voor de moord; alsof tekenen in hun geval zelfmoord zou zijn. Het betekent wel dat de tekenaars van Charlie Hebdo verantwoordelijk waren en zijn voor het effect dat hun woorden had en heeft op mensen; die zich beledigd en vernederd kunnen voelen; omdat ze de nuance niet begrijpen; als die er bij Charlie Hebdo al was. Pas daarna werd het de verantwoordelijkheid van de broers – wiens naam ik vergeten wil laten zijn – want hun moord was niet de consequentie van wat Charlie Hebdo tekende.

Dat inzicht – dat je niet alleen verantwoordelijk bent voor wat je doet, zegt en tekent, maar ook voor de consequentie die dat heeft – voorkomt slachtofferschap. Want als er iets tentoon werd gespreid de afgelopen dagen, dan was het dat wel. Woensdag spreekt ‘onze’ Minister van Buitenlandse Zaken Koenders NB vanuit Turkije per omgaande zijn afschuw uit over het gebeurde. Ik citeer: “We mogen niet laten gebeuren dat deze pijler onder onze democratie wordt weggeslagen”. Een paar dagen later spreekt diezelfde minister na aandringen van de SGP zijn ernstige zorgen uit over Boko Haram en de situatie in Nigeria. Hij zegt ‘geschokt’ te zijn door de bloedbaden, maar – ik citeer hem opnieuw – “… tegelijkertijd is het de verantwoordelijkheid van de Nigeriaanse overheid om de burgers te beschermen“. Iedereen gaat de straat op en zegt ‘Charlie te zijn’. Bij deze zeg ik ‘Charlie niet te zijn’. Ik ben geschokt door wat is gebeurd in Parijs; zoals ik geschokt ben door wat er in Nigeria gebeurt. Maar de vrijblijvendheid, waarmee Charlie Hebdo – zoals geenstijl.nl en BNN dat doen in Nederland – denken te mogen beledigen? Je ne suis pas Charlie! Zoals ik me niet wil vereenzelvigen met BNN of geenstijl.nl, zo wil ik dat ook niet met Charlie Hebdo. Ja, de tekenaars bij Charlie Hebdo waren slachtoffer van waanzinnige fanatisten, maar – zoals Koscielniak het zegt: “Vrijheid is ook een groot verantwoordelijkheidsbesef. Dat was op de Parijse redactie ver te zoeken“.

Het is mijn overtuiging dat, als ze op de redactie van Charlie Hebdo Levinas hadden gelezen en ter harte hadden genomen, dit niet was gebeurd. Dan had de ander voorop gestaan en had men zich ter redactie ten minste afgevraagd welke vernederend effect hun tekeningen hadden kunnen hebben op minderheden die hun taal en cultuur nauwelijks machtig zijn. Hadden ze zich met Multatuli maar losgemaakt van hun vrijblijvendheid. Dan hadden fanatiekelingen niet de stok gehad om de hond mee te slaan. Nog een keer: ze waren niet verantwoordelijk voor het slaan en moorden, maar wel voor de stok die er lag. Die stok had er niet gelegen, als ze met Filippenzen 2 : 3 niet “uit geldingsdrang of eigenwaan hadden gehandeld, maar in alle bescheidenheid de ander belangrijker hadden geacht dan zichzelf”. Het gaat niet om wat ik te zeggen heb of om wat ik perse kwijt wil. Het gaat “niet alleen om de belangen die ik voor ogen heb, maar ook om die van de ander” (Filippenzen 2 : 4). Als ik een ander gericht beledig – ook als ik hem daardoor wakker wil schudden – schaad ik zijn belang en dat mag de bedoeling niet zijn!

Vrijheid kan niet zonder verantwoordelijkheid. En waar die verantwoordelijkheid niet wordt genomen, ligt ellende – in welke vorm dan ook – op de loer. Daarom ben ik Charlie niet en neem ik uitdrukkelijk afstand van wat Charlie Hebdo heeft gedaan en voort wil zetten; net zoals ik afstand wil nemen van wat fanatieke terroristen hebben gedaan; omdat ze anderen veel pijn en verdriet hebben gedaan. In mijn droom drong de consequentie van wat ik had gedaan te laat tot me door. Toen ik moordde deed ik dat emotieloos; herinner ik me nu. De emoties en paniek kwamen later pas, toen ik de consequenties overzag; toen ik mezelf als slachtoffer begon te zien. Ik zou het Wilders c.s. toe willen schreeuwen: denk na voordat je spreekt! Spijt achteraf is niet nodig, als je van tevoren na zou denken over de beledigingen die je uit. Geert c.s., ik zou jullie niet verantwoordelijk houden voor de moorden die anderen begaan; niet als ze in jullie naam worden uitgevoerd; ook niet als ze zijn bedoeld als reactie op wat jullie hebben gezegd.

Maar ik hou jullie wel verantwoordelijk voor de pijn, het verdriet en de vernedering die jullie anderen aandoen; zoals ik mezelf daar ook verantwoordelijk voor zou houden als ik dat zou doen.

Dit bericht werd op 11 januari 2015 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , ,
Categorieën: Column, Persoonlijk, Politiek, Werk

Vanuit Bullay richting Barl-Zell am Mosel

Drie jaar geleden zat ik overspannen thuis. Om letterlijk afstand te nemen, reisde ik toen in februari met de trein naar Kröv en verbleef ik een midweek in een huisje 200 meter boven de Moezel. Ik zag mezelf als zwerver; nergens thuis; lees ik nu. De dag voor die ontdekking had ik nog neergekeken op die verstilde wereld. Vanaf die plek keek ik naar een wereld die ik ver-idealiseerde. Het besef was er wel; dat de wereld natuurlijk doorging met al z’n drukte; maar zonder mij en eigenlijk wilde ik dat heel graag zo houden; lees ik nu ook; in retroperspectief.

Een paar weken geleden was ik daar weer; in de buurt van Kröv; in exact het zelfde huisje. Een paar jaar geleden zocht ik nog hartstochtelijk naar een woord van God; en ik geloof nu dat ik die boodschap van destijds ter harte heb genomen. Een zwerver voel ik me ondertussen allang niet meer. Ik heb ander werk gevonden; minder uitdagend, maar beter passend bij hoe ik met werken om wil gaan. Wij hebben in de tussentijd een kerk gevonden waar het na het neergedaalde stof goed toeven is; als een plek waar we elke week thuiskomen. En omdat ik een dag minder werk per week is er ruimte gekomen voor een nieuwe studie die me uitdaagt; waar ik elke week van leer; waar ik weer echt door groei. Er is zoveel meer dat is veranderd; teveel om hier op te noemen. En het is goed; constateerde ik daar op mijn berg in de buurt van Kröv.

Ik nam weer de trein naar Kövenig; via Frankfurt; waar ik een weekend verbleef om Neal Morse van dichterbij te kunnen ontmoeten. Op Facebook schreef ik al dat er vanaf dat eerste moment – toen ik in Utrecht in de ICE naar Frankfurt stapte – van alles tot stilstand kwam; verstilde. In Frankfurt ontmoette ik de profetes aan wie God tijdens een concert van Neal Morse aan het einde van mijn overspannen periode een boodschap openbaarde voor een man in een blauwe jas. Die man in die blauwe jas, dat was ik en God openbaarde haar dat ik de vader waar ik zo hartstochtelijk naar zocht binnenkort zou vinden. In Frankfurt vertelde ik hoe ik zowel mijn vader hier beneden als mijn Vader in de hemel heerlijk heb leren kennen; door verdriet heen; maar toch. En ‘mijn’ profetes bleek er in Frankfurt ook bij te zijn; een extra bemoediging voor ons beiden; een mooie knipoog van God, zou ik zeggen. Een mooi begin ook voor mijn week alleen.

Aangekomen in Kröv keek ik niet meer verstild naar beneden; alsof het boven op die berg in mijn huisje beter was dan daar. Zo schizofreen als het toen bijna voelde, voelde het nu niet meer. De voorbij kruipende Mosel-aken gaven me niet meer het melancholische gevoel van toen. De beelden van beneden waarop ik letterlijk neerkeek waren weer netjes over mijn beelden van boven heen geschoven. Het rusteloze gezoek naar een boodschap van God – geschreven in het water van de Moezel van toen – was tot rust gekomen. En in plaats van me van buiten naar binnen te bewegen – zoals drie jaar geleden – keek ik eerst naar binnen, voelde me dankbaar voor wat ik daar zag en keerde me vervolgens naar buiten; naar God; om m’n dankbaarheid naar Hem uit te spreken. Want zie; het was goed wat ik van binnen zag.

Overigens was het niet alleen van binnen goed. In Frankfurt genoot ik van de tegenstellingen die toch bij elkaar pasten. In Mainz stopte ik onderweg naar Kröv m’n bagage in een kluis, wandelde ik naar de Stephanskirche (met de prachtige diep-blauwe ramen van Marc Chagall; een paar persoonlijke foto’s vind je op https://www.facebook.com/kadmosb/media_set?set=a.10200725067489190.1073741827.1836906822&type=3) en maakte ik een extra rondje door de stad. Het viel me op dat er zoveel meer daklozen in Duitsland op straat zwerven dan in Nederland. Ik kocht – wat ik anders nooit doe – een lekkere wrap voor één van die zwervers en echt: geven is vele malen beter dan te ontvangen! Toen ik m’n spullen had uitgepakt wandelde ik vervolgens naar Kröv en een volgende dag naar Traben-Trarbach. Ik studeerde met uitzicht op de Moezel. Ik had een hele stapel met boeken meegenomen en las wat ik wilde lezen. Ik maakte een veel te lange, maar heerlijke wandeling via Bullay, Zell, Starkenburg en Traben-Trarbach. En aan het einde van de week propte ik m’n bagage onderweg naar huis opnieuw in een kluis; in Düsseldorf; waar ik werd opgesloten in een kerk; waar ik heerlijk at; waar ik verbaasd toekeek hoe man en vrouw met een pijp bier in de hand tussen het winkelend publiek op de Königsallee (‘onze’ Kalverstraat zeg maar) voorbij slenterden; vreemde lui; die Duitsers.

Tijdens de te lange wandeling op donderdag riep ik in de vrije natuur twee keer luidkeels de naam van God aan; Who was and is and is to come (meezingend met Miracle Maker van Delirious?; daarna met Revelation van Kutless). ’s Avonds in het donker zong ik biddend Take It All Away mee van RED en hoop vlamde hoog op. Ik bedacht me nog: God is niet alleen maar een God van toen of van straks. Maar thuisgekomen ontdekte ik dat Kutless dat wel van God maakte: who was and is to come. Daarmee doet Kutless God tekort; geloof ik. Mijn aanbidding was niet bedoeld voor een God van alleen maar toen en van straks. Voor mij was God daar ter plekke op dat moment aanwezig en hoorde Hij mijn lofprijzing.

En toen was het voorbij. Ik kwam weer veilig thuis. Ik ging weer aan het werk. En het kostte me onverwacht veel moeite om me weer in te passen; in het ritme van alledag; van het moeten; van de verwachtingen. Dat had ik me daar bovenop die berg niet bedacht; dat me dat inspanning zou kosten; dat mijn natuurlijke ritme blijkbaar anders tikt dan het elke dag opnieuw, week na week, jaar na jaar moet tikken. Wennen aan verstilling kostte me weinig moeite, maar het wennen aan het ritme van elke dag maakte me bijna letterlijk ziek; anders dan overspannen; maar toch. En nu, veertien dagen na terugkomst, begint dat stof neer te dalen en begint het weer gewoon te voelen; begint het weer te kloppen. Eigenlijk was dat de enige tegenvaller van deze vakantie; die ik niet had ingecalculeerd.

En natuurlijk roept dat vragen op; die ik nu nog niet onder ogen durf te zien. Een mens kan en hoeft ook niet alles tegelijk; hou ik mezelf maar voor. En zo is het.

Dit bericht werd op 17 april 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , , , , , , ,
Categorieën: Persoonlijk

Vlak voor de zomer mailde Anneke Bregman van DRS Magazine me: of ik ruimte had voor een interview over studeren in Delft. Maar natuurlijk had ik dat en het werd een mengsel van (voor mij) nostalgische gevoelens en lessen voor vandaag. Selecteer de onderstaande afbeelding voor het gehele interview in PDF:

Interview in DRS Magazine

Dit bericht werd op 17 september 2012 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Artikel, Persoonlijk

A.F.Th. van der Heijden - TonioAan het einde van ‘Tonio‘ van A.F.Th. van der Heijden komt pas de echte aap uit de mouw: “Dit massale vertoon van vreugde om helemaal niks, daar kon het toch allemaal niet om begonnen zijn, het leven, de beschaving, de dood van Tonio” (naar aanleiding van het Nederlands Elftal dat in de zomer van 2010 in Amsterdam werd gehuldigd, omdat ze de “eerste van de verliezers” waren geworden)?

Het is niet de eerste reflectie die Van der Heijden opschrijft om te reageren op de dood van zijn eigen zoon. Het is wel het meest uitgesproken inzicht dat hij met ons deelt. Want helaas: dit is geen fictie; dit is bittere werkelijkheid. Op 23 mei – eerste pinksterdag – 2010 verongelukte Tonio op 21-jarige leeftijd. Hij was de zoon van Adri en Mirjam van der Heijden.

Zo snel als ik ‘Schervengericht las, zo lang heb ik gedaan over dit net zo dikke ‘Tonio‘. Ook in dat andere boek gaat het (o.a.) over de dood van een zoon, maar in dat eerste boek is het fictie en in ‘Tonio’ proef je op elke bladzijde dat het geen verhaal(tje) is. Ik kreeg ‘Tonio‘ voor vaderdag, maar hij lag tot vanavond op m’n nachtkastje om elke avond een klein stukje te kunnen lezen (meer lukte niet; meer kon ik niet aan; het was te zwaar en onverteerbaar; onafwendbaar bedreigend ook).

“Hoop en angst” citeert Van der Heijden aan het einde van zijn boek uit de Volkskrant “zijn tweelingbroers, geboren uit de onkenbaarheid van de toekomst”. Als de één door de werkelijkheid wordt ingehaald, wordt de andere door diezelfde werkelijkheid ingehaald. Wat voor mij als vader soms nog steeds angst kan zijn en voor Van der Heijden altijd weggestopt angst was geweest, is voor hem harde realiteit geworden. De hoop – die ik nog kan koesteren – is voor Van der Heijden vervlogen. Wat blijft er dan nog over? Als ik Van der Heijden moet geloven – en ik voelde tijdens het lezen van ‘Tonio‘ geen ruimte om een andere keuze te kunnen maken – blijven er in dat geval zelfverwijt, vlucht, verbijstering, verwaarlozing en ontkennning over, maar ook ontroerende herinneringen die onverbiddelijk worden geconfronteerd met de werkelijkheid.

Lees verder »

Dit bericht werd op 29 februari 2012 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Boeken, Persoonlijk

Vanavond onderweg naar huis fietste ik door een druilerige regen en mijmerde ik na over m’n blogje van gisterenavond over het nummer ‘Everybody Knows’ van Leonard Cohen. Vanwaar toch die schroom? Geluk is toch gewoon geluk. Maar – bedacht ik me op die fiets vanavond – wat als geluk gewoon wordt? Zal dat het zijn? Wat is geluk, als het gewoon geworden is?

En dan te bedenken dat ik begon over geluk voor ik vertelde over een (oud?)oorlogsgebied dat ik met eigen ogen had gezien! Geluk en oorlog; hoe kreeg ik het in één blog – in bijna één ademtocht – in vredesnaam voor elkaar? Hoe kun je gelukkig zijn, als alle hoop verdwenen lijkt? Zal het dan toch boze schijn zijn; leef ik dan toch (gelukkig) in de hoop dat Jezus elders een woning voor me heeft bereid?

Everybody knows? Everybody should know! Hier – niet alleen in Bosnië – lijkt het soms zo uitzichtloos. Kenden ze het maar; het geluk dat elders te vinden is en dat je soms zomaar overkomt. Zou het de situatie veranderen? Ik durf het niet te garanderen, maar als je nergens begint…

“Hoop is ons enige alternatief” las ik vorige week onderweg naar Kroatië/Bosnië in het vliegtuig bij Geert Mak (in Nagekomen flessenpost). En nog steeds valt angsthazerig (vooral politiek) Nederland en masse over hem heen. Blijkbaar weet nog steeds niet iedereen het.

Maar laat ik erover stoppen; over die politiek.  Geloof, hoop en liefde (is dat soms het geluk?)…. Ik zou het iedereen zo gunnen!

Ondertussen heb ik Leonard Cohen opnieuw opgezet. En geluk blijft geluk. Wordt het dan nooit gewoon?

Dit bericht werd op 31 maart 2010 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: ,
Categorieën: Persoonlijk

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken