De onbedorven sneeuw net buiten DierenSneeuwblik op oneindig

Woensdag  1 december 2010 wandelde ik van Station Dieren via Laag-Soeren naar Brummen (voor de gegevens over deze wandeling, zie de pagina van eropuit.nl over deze wandeltocht).

De sneeuw lag er al twee dagen, maar weinig mensen waren me die dagen voorgegaan; soms maar 2 of 3. Ik dacht eindelijk prachtige foto’s te kunnen maken, maar ik kwam niet verder dan 5 of 6. Toen verdween het waarschuwingsbatterijtje op mijn LCD en ging het beeld op zwart. Een volgende keer ook gewoon de reserve-accu meenemen? Handig (not)! Nu moet ik het met de herinneringen doen die ik in mijn geheugen heb opgeslagen, maar de USB-interface op dat geheugen is nog steeds niet uitgevonden. Je zult het dus moeten doen met mijn onderstaande herinneringen.

Begin november waren de bomen nog zwaar bebladerd, maar zoals je ziet: ontbladering grijpt snel om zich heen. In combinatie met vers gevallen sneeuw geeft dat natuurlijk prachtige beelden, waar ik heerlijk van heb genoten.

Lees verder »

Herman Franke - De verbeeldingOp zoek naar het plaatje hiernaast stuitte ik op het overlijdensbericht van Herman Franke (op 16 augustus 2010 in NRC; voor een laatste interview, zie NRC). Een platvloers, maar toch groot schrijver is blijkbaar niet meer.

Herman Franke ontving in 1998 de Generale Bank Literatuurprijs (tijdelijke sponsor voor de AKO Literatuurprijs) voor De verbeelding. Ik had de roman nog niet helemaal uit, maar het lijkt er nu toch van te gaan komen. Halverwege twijfelde ik daarover toen het ene na het andere verhaal eindigde in platvloerse porno. Ik vroeg me af of ik dat eigenlijk wel wilde; niet dus. Toch heb ik doorgezet en daardoor stuitte ik op een stukje proza dat voor mij het vrijwel onzegbare toch zegt.

Eergisteren blogde ik over Elle s’appelait Sarah (Haar naam was Sarah) van Gilles Paquet-Brenner: “Het voelt ongemakkelijk om als toeschouwer van dit schouwspel te moeten toekijken en niets te kunnen doen. Het voelt ongemakkelijk, omdat je wel zou willen ingrijpen, maar het niet kunt en ook niet zou weten hoe“.

Ik vond dat ik dat wat onbeholpen onder woorden bracht, maar wist toen nog niet hoe ik het beter zou kunnen zeggen. Ondertussen weet ik dat wel, maar verder dan een citaat van Herman Franke uit De verbeelding kom ik niet:

Niemand volgt hem. De camera obscura [voor een definitie zie Wikipedia] heeft de folders [over Londen] nog niet bereikt of de mensen zijn domweg niet geïnteresseerd in een uitzicht dat, nuchter en objectief beschouwd, in het niet zinkt bij wat ze vanuit het restaurant boven op de Telecomtoren in Howland Street kunnen zien… De werkelijkheid is hier een peepshow geworden. Als er een god is, kijkt hij zo naar zijn schepping, achteroverleunend in zijn hemelse stoel, verbaasd, verbeten, verbijsterd, verbolgen, maar niet in staat in te grijpen omdat, als hij dat al zou willen, hij niet zou weten waar en bij wie en hoe. Als je hier wat goeds doet, doe je daar wat slechts, dat zie je zo. Je kunt er beter met je handen van afblijven. Stel dat Rogier hier zijn zoon achter een bal aan zag rennen, blind voor de auto die er aankomt, of zijn dochter, of Sylvia. Hij zou schreeuwen en niemand zou hem horen. Hij zou met zijn hand de auto tegen willen houden maar de auto zou gewoon doorrijden over zijn roze huid. Met zijn vingers zou hij zijn gewonde kind, zijn gewonde vrouw, op willen pakken, willen troosten en verzorgen in de palm van zijn hand, maar hij zou slechts het gladde opervlak van dez projectietafel voelen, terwijl de lens meedogenloos zijn hand als scherm zou gebruiken.

Zo voelde ik me dus bij het kijken naar Elle s’appelait Sarah. Machteloos is voor dat gevoel een beter woord dan ongemakkelijk; het woord dat ik daarvoor eergisteren gebruikte.

Wat Franke in dat citaat over God vertelt, voelt voor mij overigens wel ongemakkelijk; als onbeholpen en antropologisch geprojecteer van beneden naar boven. Als God zou bestaan? Begrijpen doe ik dat niet, maar als een zeker weten van de dingen die ik niet zie geloof ik dat Hij bestaat. Als ík op die hemelse stoel zou zitten, zou ik inderdaad beter als bij Elle s’appelait Sarah ongemakkelijk achterover kunnen leunen; me verbijsterd verbijtend. Maar ik zit daar niet; op die stoel… En dat moet maar zo blijven ook; geloof ik.

Boeiend; zo’n boek dat meer zegt dan ik een dag daarvoor durfde zeggen; kon zeggen. En omdat ik geloof in het bestaan van God en in zijn bemoeienis met mij en met deze wereld is het onzegbare beter, maar nog steeds niet geheel gezegd.

Dit bericht werd op 7 december 2010 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , ,
Categorieën: Boeken, Column

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken