Herman Franke - De verbeeldingOp zoek naar het plaatje hiernaast stuitte ik op het overlijdensbericht van Herman Franke (op 16 augustus 2010 in NRC; voor een laatste interview, zie NRC). Een platvloers, maar toch groot schrijver is blijkbaar niet meer.

Herman Franke ontving in 1998 de Generale Bank Literatuurprijs (tijdelijke sponsor voor de AKO Literatuurprijs) voor De verbeelding. Ik had de roman nog niet helemaal uit, maar het lijkt er nu toch van te gaan komen. Halverwege twijfelde ik daarover toen het ene na het andere verhaal eindigde in platvloerse porno. Ik vroeg me af of ik dat eigenlijk wel wilde; niet dus. Toch heb ik doorgezet en daardoor stuitte ik op een stukje proza dat voor mij het vrijwel onzegbare toch zegt.

Eergisteren blogde ik over Elle s’appelait Sarah (Haar naam was Sarah) van Gilles Paquet-Brenner: “Het voelt ongemakkelijk om als toeschouwer van dit schouwspel te moeten toekijken en niets te kunnen doen. Het voelt ongemakkelijk, omdat je wel zou willen ingrijpen, maar het niet kunt en ook niet zou weten hoe“.

Ik vond dat ik dat wat onbeholpen onder woorden bracht, maar wist toen nog niet hoe ik het beter zou kunnen zeggen. Ondertussen weet ik dat wel, maar verder dan een citaat van Herman Franke uit De verbeelding kom ik niet:

Niemand volgt hem. De camera obscura [voor een definitie zie Wikipedia] heeft de folders [over Londen] nog niet bereikt of de mensen zijn domweg niet geïnteresseerd in een uitzicht dat, nuchter en objectief beschouwd, in het niet zinkt bij wat ze vanuit het restaurant boven op de Telecomtoren in Howland Street kunnen zien… De werkelijkheid is hier een peepshow geworden. Als er een god is, kijkt hij zo naar zijn schepping, achteroverleunend in zijn hemelse stoel, verbaasd, verbeten, verbijsterd, verbolgen, maar niet in staat in te grijpen omdat, als hij dat al zou willen, hij niet zou weten waar en bij wie en hoe. Als je hier wat goeds doet, doe je daar wat slechts, dat zie je zo. Je kunt er beter met je handen van afblijven. Stel dat Rogier hier zijn zoon achter een bal aan zag rennen, blind voor de auto die er aankomt, of zijn dochter, of Sylvia. Hij zou schreeuwen en niemand zou hem horen. Hij zou met zijn hand de auto tegen willen houden maar de auto zou gewoon doorrijden over zijn roze huid. Met zijn vingers zou hij zijn gewonde kind, zijn gewonde vrouw, op willen pakken, willen troosten en verzorgen in de palm van zijn hand, maar hij zou slechts het gladde opervlak van dez projectietafel voelen, terwijl de lens meedogenloos zijn hand als scherm zou gebruiken.

Zo voelde ik me dus bij het kijken naar Elle s’appelait Sarah. Machteloos is voor dat gevoel een beter woord dan ongemakkelijk; het woord dat ik daarvoor eergisteren gebruikte.

Wat Franke in dat citaat over God vertelt, voelt voor mij overigens wel ongemakkelijk; als onbeholpen en antropologisch geprojecteer van beneden naar boven. Als God zou bestaan? Begrijpen doe ik dat niet, maar als een zeker weten van de dingen die ik niet zie geloof ik dat Hij bestaat. Als ík op die hemelse stoel zou zitten, zou ik inderdaad beter als bij Elle s’appelait Sarah ongemakkelijk achterover kunnen leunen; me verbijsterd verbijtend. Maar ik zit daar niet; op die stoel… En dat moet maar zo blijven ook; geloof ik.

Boeiend; zo’n boek dat meer zegt dan ik een dag daarvoor durfde zeggen; kon zeggen. En omdat ik geloof in het bestaan van God en in zijn bemoeienis met mij en met deze wereld is het onzegbare beter, maar nog steeds niet geheel gezegd.

Dit bericht werd op 7 december 2010 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , ,
Categorieën: Boeken, Column

Gilles Paquet-Brenner - Elle s'appelait SarahEen goede vriendin gaf ons de ruimte om naar de bioscoop te gaan en bezorgde ons de kaartjes voor Elle s’appelait Sarah; Haar naam was Sarah (gebaseerd op het boek van Tatiana de Rosnay).

Ik herhaal hier niet wat ik van het boek vond; dat heb ik eerder gedaan. De Rosnay had een prachtig verhaal in handen, maar in de film van Gilles Paquet-Brenner komt dat verhaal veel beter uit de verf dan in het boek van De Rosnay.

Toch voelt het ongemakkelijk om naar zo’n film te kijken. Joden worden massaal opgesloten in een stadion. Dat leidt tot zelfmoord en als er niemand voor je zorgt, brengt dat vervuiling van een ongekende omvang met zich mee. Het leed is zo buitenproportioneel dat je er niets meer mee kunt. Hoe moeten die mensen dat zelf ervaren hebben? De schreeuwende inwoners van Parijs die toekijken, de Joodse vrouw die het waagt om te vluchten (de enige?) en de Franse politie-agenten die deze klus zelfstandig klaren; het zijn even zovele elementen die het verhaal ongrijpbaar en onbevattelijk maken. En toch gebeurt het. Je kijkt toe. Je weet niet wat je eraan moet doen en voelt je na deze beelden een soort van murw geslagen. Had dat subtieler gekund; misschien gemoeten? Ik weet het niet. Ik weet wel dat het zo gebeurd moet zijn. Subtieler beelden zouden onrecht doen aan de realiteit, maar deze beelden wel behapbaarder kunnen maken. Wellicht had de focus op vader, moeder en Sarah wat gerichter (misschien post-moderner) gekund? Het kleine verhaal maakt op mij altijd meer indruk dan een grote metafoor en – ik weet niet meer bij wie ik het gelezen heb – elk slachtoffer is er één teveel en vaak veelzeggender dan de 6.000.000; zo’n getal heeft onbevattelijke proporties aangenomen en slaat daarmee de ernst ervan dood.

Lees verder »

Dit bericht werd op 5 december 2010 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , ,
Categorieën: Film

Tatiana de Rosnay - Haar naam was SarahIn mijn blog over Het recht op terugkeer van Leon de Winter noemde ik herkenning als één van mijn criteria voor goede literatuur. Willem Jan Otten diept dat criterium in een aantal essays in Onze lieve vrouwe van de schemering verder uit en heeft me geholpen om nog beter te begrijpen, waarom ik verpletterd ben door het ene boek en een ander boek met een onvoldaan gevoel weliswaar gelezen terzijde leg. Hij noemt dat een beweging  een personage in. Voor je het weet denk en voel je alsof je in de plaats van dat personage het verhaal binnen bent gewandeld en probeer je gemaakte keuzes te beïnvloeden; wat natuurlijk helemaal niet kan. Zoiets.

Net als bij Dorsvloer vol confetti van Franca Treur is met het boek Haar naam was Sarah sprake van een bestseller. Vaak verbaas ik me over de massa’s mensen die zo’n boek lezen, want voor mij loopt lezing van zo’n boek meestal uit op een deceptie. Een teleurstelling was het niet, dit boek, maar een dubbel gevoel heb ik er wel aan overgehouden. Het verhaal over Sarah is bekeken vanuit haar eigen ogen best een verhaal dat aangrijpt en gevoelens van plaatsvervangende schaamte oproept voor wat haar is aangedaan. Sarah was een joods meisje dat tijdens een razzia in Frankrijk door Franse agenten wordt opgepakt met haar ouders. Op het laatste moment weet ze haar broertje te verbergen in een verborgen kast, maar zonder sleutel – die zij in haar jaszak stopt – kan zo’n jongen natuurlijk niet weg… Met wat goede wil kun je dit echt wel als een confronterend verhaal ervaren. Hoewel zelfs dat verhaal soms al wat langdradig wordt, is het verhaal zo voorstelbaar gebleven dat het je meesleept; je wilt weten hoe het afloopt.

Lees verder »

Dit bericht werd op 9 juni 2010 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , , , ,
Categorieën: Boeken

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken