Arie Boomsma - TroostArie Boomsma. Toen ik een paar weken geleden – waarschijnlijk voor het laatst – in Utrecht vlak na openingstijd een heuse Polare binnenstapte, viel het boekje Troost me meteen op; natuurlijk ook vanwege de prijs (€ 2,50), maar toch vooral omdat ik na het debacle bij de EO zo mijn beelden had bij deze man; onbewust; maar toch.

Al lezend val je dan ook van de ene verbazing in de andere. Allereerst omdat hij bijvoorbeeld Kierkegaard gelezen blijkt te hebben. Dat verwachtte ik met m’n vooroordelen niet van een man die z’n lijf toch wat sterker voor het voetlicht wilde brengen dan ik vanuit mijn achtergrond gewend was; dan de EO ook bleek te trekken in 2009. Wat blijven dingen toch lang hangen, als ze zich eenmaal hebben voltrokken en iemand zich buiten jouw beeld gewoon verder ontwikkelt.

Toen lag daar dus dat boekje Troost van Arie Boomsma; bij Polare; in Utrecht; ’s Morgens vroeg en ’s avonds was het uit. En eerlijk gezegd heb ik er – niet alleen omdat ik er niet zo heel veel van verwachtte – best waardevolle inzichten aan ontleend:

  1. Boomsma citeert Kierkegaard (jammer dat de bron ontbreekt, want nu weet ik niet goed waar ik moet zoeken om het bij de denker zelf terug te kunnen vinden) die een verhaal vertelt over een vriend die bij hem aanklopt met depressie en misere in zijn hart. En wat doet Kierkegaard? Hij wuift niets weg, maar vraagt steeds verder tot ze bij de bodem van alle verdriet zijn aangekomen en alles aan het licht kan komen.
  2. Lichamelijk kun je zoveel meer betekenen voor vrienden en anderen die best dichtbij je staan, als ze je echt nodig hebben; een hand; een omarming! Mooi dat Boomsma dat ook durft te delen.
  3. Het onthande van Boomsma (de tegenstelling met beide handjes dringt zich op) ontroert. Hij worstelt met verdriet van anderen en weet nooit de juiste toon te raken; staat altijd met lege handen; voor zijn gevoel. Dat wordt wel gewaardeerd, maar Boomsma zou het ander willen doen; minder gecentreerd rondom zijn eigen ongemak. En dat vind ik eerlijk. Misschien is dat wel de kern van troost: dat je met lege handen komt, niet weet hoe of wat je moet zeggen en juist daarom –  omdat je vanuit die lege handen verder kunt vragen – de ander raakt in de kern van zijn hart; en alsnog troost biedt. Zoiets?
  4. Aan het einde van het boekje – je voelt het ongemak en Boomsma maakt dat expliciet – komt de diepste pijn dan eindelijk toch ook uit de mouw; dat God voor Boomsma zo weinig omlijnd en zeker is; dat bidden niet meer is wat het vroeger was; dat het telkens opnieuw ontdekken is wat God in je leven wil betekenen; of – meer de woorden van Boomsma? – hoe jij betekenis aan God in je leven zou kunnen geven.

Hoewel het eerlijk is om het zo te zeggen, integer ook, vind ik dat best de domper van het boekje. Het begint zo mooi: dat troost alleen in een hechte relatie tot z’n recht kan komen; als je verder vraagt en niet meehuilt met de wolven in het bos. En ook het ongemak, waarmee Boomsma op tafel legt dat hij zichzelf voelt falen, als hij troost wil bieden; al te herkenbaar. Maar het verhaal over God had hij van mij achterwege mogen laten; want hoewel eerlijk, vind ik daar geen herkenning; misschien wel omdat zijn zoektocht te rationeel vorm krijgt; en daardoor echtheid mist.

Dit bericht werd op 10 maart 2014 geschreven door Karel J. van der Lelij
Onderwerpen: , ,
Categorieën: Boeken

https://lelij.com leeft op WordPress , het thema Adventure van Eric Schwarz en Mailchimp

https://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken